
Foto: Nitesh8de at English Wikipedia, Public domain · bron
Kamerplant · Orchidaceae
Juweelorchidee
Ludisia discolor
In andere talen: Orchidée bijou (Français) · Jewel orchid (English)
De juweelorchidee (Ludisia discolor) groeit in de tropische bossen van Zuidoost-Azië, tussen mos en bladstrooisel op de bosbodem. Anders dan de meeste orchideeën wordt hij vooral gekweekt om zijn blad: fluweelachtig, donker roodbruin tot bijna zwart groen, met fijne roze, rode of zilverwitte nerven die als sieraden glanzen. In de winter verschijnt een rechtopstaande bloemtros met tientallen kleine, witte bloemetjes met een gele kern. De plant is klein en blijft laag, en is daardoor ideaal voor een halfschaduwrijke vensterbank, een terrarium of een vochtige badkamer met wat daglicht.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 15 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
november–februari
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 0,2 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | november–februari |
Herkennen
Hoe herken je een juweelorchidee?
- Groeivorm
- Aardorchidee van ongeveer 20 cm hoog en 30 cm breed, met vlezige, kruipende stengels die op de grond wortelen en omhoog buigen.
- Blad
- Eirond, ongeveer 3–7 cm lang, fluweelachtig donkergroen tot roodbruin, met lengtenerven in roze, rood of zilver.
- Bloem
- Rechtopstaande bloemtros van ongeveer 15–25 cm met veel kleine, witte bloemetjes met een gele zuil, van november tot februari.
- Wortels
- Dunne wortels die aan de knopen van de kruipende stengels ontstaan; ze zitten ondiep en hebben luchtige, vochtige grond nodig.
- Groeiplaats
- In de natuur op de bosbodem tussen mos, bladafval en rotsen, in warme, vochtige lucht.
Bloei: november–februari · Planten: maart–april · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het fluweelachtige blad met roze nerven is het hele jaar een sieraad, ook als er geen bloemen zijn.
- Bloeit in de winter (november–februari), als er in huis weinig anders bloeit.
- Groeit laag en kruipend, dus een kleine plant past in een ondiepe schaal of terrarium.
- Verdraagt halfschaduw en schaduw beter dan de meeste orchideeën, zonder felle zon.
- Makkelijk te vermeerderen met stekjes en met één plant snel een hele groep.
Waar staat een juweelorchidee graag?
- Halfschaduw tot schaduw: veel helder, maar indirect licht, bijvoorbeeld bij een oost- of noordraam. Directe zon verbrandt het blad.
- Luchtige, zure, vochthoudende grond op basis van turf of sphagnum met fijne boomschors en perliet; geschikt is ook speciale grondorchideeënpotgrond.
- Gelijkmatig licht vochtig en bij een hoge luchtvochtigheid, ongeveer 50–70 %. In een terrarium of op een plateau met natte kiezels voelt hij zich goed.
- Warm, 18–25 °C, nooit onder 15 °C; uit de buurt van tocht en van koude ruiten.
- Licht
- Licht, zonder felle zon of weinig licht
- Potgrond
- Luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur
- Water geven
- Gewoon of veel
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,3 m breed
- Temperatuur
- Minimum 15 °C
Mooi samen met
- Varens: Houden van dezelfde vochtige halfschaduw en passen bij zijn bosbodemachtige uiterlijk.
- Fittonia: Een ander laag, nerfrijk blad voor in een terrarium of schaal.
- Calathea: Mooi getekend blad voor dezelfde vochtige, lichte standplaats zonder zon.
- Mos: Een laag, zachte ondergrond in een terrarium die de bosbodemsfeer versterkt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een juweelorchidee?
Planten in maart–april.
- Pot in maart–april, na de bloei, of zodra de plant uit de pot groeit.
- Kies een ondiepe, brede pot met drainagegaten; de wortels zitten oppervlakkig en de stengels kruipen over de rand.
- Maak een luchtig mengsel van fijne boomschors, turf of sphagnum en perliet, en leg onderin wat kleikorrels voor de afvoer.
- Leg de stengels horizontaal op de grond en bedek alleen de wortels; de bladeren en de groeipunten blijven boven de grond.
- Geef lauw, kalkarm water (regenwater is ideaal) en laat het overtollige water weglopen.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond licht vochtig, maar niet nat. Laat de bovenste laag tussen twee gietbeurten iets opdrogen; geef kalkarm water en laat nooit water in de pot of schotel staan. In de winter wat minder, maar de grond mag niet helemaal uitdrogen.
- Bemesten
- Van april tot september om de 2–4 weken een zwakke dosis orchideeënvoeding (een kwart tot de helft van de aangegeven hoeveelheid). In de winter niet bemesten.
- Luchtvochtigheid
- Houd de lucht vochtig, bijvoorbeeld met een plateau met natte kiezels of een luchtbevochtiger; bruine bladranden wijzen op droge lucht.
- Bloeistelen
- Knip de bloemsteel af zodra alle bloemen verwelkt zijn, tot net boven de grond of net boven een knoop.
- Verpotten
- Om de 2–3 jaar in het voorjaar, in verse orchideeënmix; de stengels kruipen en de plant wordt anders te lang en te leeg.
Tip: Zet hem op een plek met veel helder, maar indirect licht en een hoge luchtvochtigheid. Iets koelere nachten in de herfst stimuleren de bloei in de winter.
Wanneer snoei je een juweelorchidee?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: Een juweelorchidee wordt nauwelijks gesnoeid. Knip de bloemstelen af na de bloei en snoei lange, kale stengels in maart–april terug.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemstelen met een schone schaar helemaal af zodra de bloemen verwelkt zijn.
- Kort lange, kale stengels in tot net boven een knoop met blad of een wortel; uit de knopen groeien nieuwe scheuten.
- Gebruik de afgeknipte stengelstukken met 2–3 knopen als stekken.
- Haal verdorde of gele bladeren weg.
Vermeerderen
- Stekken
- In het voorjaar of de zomer stukken van 5–10 cm met 2–3 knopen afknippen. Leg ze horizontaal of steek ze schuin in vochtige orchideeënmix of sphagnum, onder folie, warm en licht. Na enkele weken groeien wortels en nieuwe scheuten.
- Delen
- Bij het verpotten in het voorjaar een dichte plant in stukken met elk een paar stengels en wortels delen en apart planten.
Hoe komt een juweelorchidee de winter door?
- Niet winterhard: houd hem het hele jaar boven 15 °C, ook in de winter, bij 18–22 °C of iets koeler.
- In de winter is dit de bloeitijd: zet hem op een lichte plek, zonder directe zon en uit de buurt van radiatoren en koude ruiten.
- Geef iets minder water, maar laat de grond niet uitdrogen, en houd de lucht vochtig: verwarmingslucht is erg droog.
Ziektes en plagen
- Verbrand of bleek blad: Bleke, bruine of verdroogde vlekken door te veel zon. Zet de plant ruimer uit het raam of achter een gordijn.
- Bruine bladranden: Door droge lucht, hard water of te veel meststof. Zorg voor vochtiger lucht, geef regenwater en bemest zwakker.
- Stengelrot: Zachte, donkere of slijmerige stengelvoet bij te veel water of bij koude. Laat de grond drogen, knip het gezonde deel af en laat het als stek opnieuw wortelen in verse mix.
- Wolluis: Witte wollige plukjes in de bladoksels. Veeg ze weg met een doekje met een beetje zachte zeepoplossing of een wattenstaafje; herhaal na een week.
- Geen bloei: Meestal te weinig licht of een te warme herfst. Zet hem lichter en laat de nachten in de herfst een paar graden koeler worden.
Het jaar rond
- Januari: Bloei. Licht, warm en vochtig houden. Matig water.
- Februari: Bloei. Uitgebloeide stelen afknippen.
- Maart: Verpotten en delen. Lange stengels inkorten, stekken nemen.
- April: Verpotten, stekken. Starten met zwak bemesten.
- Mei: Om de 2–4 weken zwak bemesten. Luchtvochtigheid hoog houden.
- Juni: Uit de volle zon houden. Regelmatig licht vochtig houden.
- Juli: Uit de zon. Vochtige lucht en regelmatig water.
- Augustus: Regelmatig licht water geven. Controleren op wolluis.
- September: Stoppen met bemesten. Het wordt koeler: kamer iets koeler ’s nachts laten worden.
- Oktober: Bloemstelen vormen zich. Plek niet te veel veranderen.
- November: Begin van de bloei. Licht en warm.
- December: Bloei. Vochtige lucht, uit de buurt van radiatoren.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Ludisia is een geslacht met maar één soort. De soortnaam discolor betekent ‘van verschillende kleuren’ en verwijst naar het getekende blad.
- Juweelorchideeën worden vooral gekweekt voor hun blad: de bloemen zijn bijzaak, hoe mooi ook.
- In de natuur groeit de plant op de bosbodem, tussen mos, bladafval en rotsen, en niet in bomen zoals veel andere orchideeën.