Foto: Khalid Mahmood at English Wikipedia, Public domain · bron
Eenjarige plant · Nyctaginaceae
Nachtschone
Mirabilis jalapa
In andere talen: Belle-de-nuit (Français) · Four o’clock flower (English)
De nachtschone komt uit tropisch Amerika en is eigenlijk een vaste plant met een dikke, donkere knolwortel, die we bij ons meestal als eenjarige kweken. Ze vormt een dichte, ronde struik van zo’n 80 cm met glanzend groene bladeren. Van juli tot de eerste vorst gaan de trompetvormige bloemen pas laat in de namiddag open en blijven ze geurend open tot de volgende ochtend; in het Engels heet ze daarom four o’clock flower. Ze bloeien in magenta, geel, wit, rood en roze, vaak in verschillende kleuren of gestreept op één plant. Tuiniers houden van haar om de zoete avondgeur bij het terras en omdat ze zo makkelijk te kweken is.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral het zaad en de knolwortel: inslikken maakt ziek. Let op bij jonge kinderen, die de zwarte zaadjes graag oprapen, en bij honden en katten. Pluk het zaad weg waar kinderen spelen en bewaar opgegraven knollen buiten hun bereik.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,8 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juli–oktober
| Snoeimaanden | oktober |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een nachtschone?
- Groeivorm
- Rond en dicht vertakt, als een kleine struik, 60–80 cm hoog en zo’n 60 cm breed.
- Blad
- Eirond tot hartvormig, spits, 5–10 cm, glanzend frisgroen, tegenoverstaand.
- Bloem
- Trompetvormig, met een lange buis en een open mond van zo’n 3 cm, in groepjes aan de toppen; open van de late namiddag tot de volgende ochtend, van juli tot oktober.
- Kleur
- Magenta, roze, rood, geel en wit, vaak gestreept of gevlekt, en vaak meerdere kleuren op dezelfde plant.
- Zaad
- Zwart, gerimpeld zaad zo groot als een peperkorrel; giftig.
- Knol
- Een dikke, donkere knolwortel die elk jaar groter wordt en vorstvrij kan overwinteren; giftig.
Bloei: juli–oktober · Zaaien: maart–mei · Planten: mei–juni · Snoeien: oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Geurt zoet in de avond en de nacht: ideaal bij een terras of een zitplek.
- Bloeit onvermoeibaar van juli tot de eerste vorst.
- Verschillende kleuren, gestreepte en gevlekte bloemen op één plant: elke avond een verrassing.
- Nachtvlinders komen op de geurende bloemen af.
- Makkelijk uit zaad, en de knol kun je jaren bewaren, zoals bij een dahlia.
- Verdraagt warmte en wat droogte, ook in een grote pot.
Waar staat een nachtschone graag?
- Volle zon en een warme plek; in de schaduw bloeit ze veel minder.
- Gewone, goed doorlatende tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtig; in een pot regelmatig water geven.
- Reken op 50–60 cm ruimte per plant, bij het terras of een raam waar je ’s avonds zit.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Verdraagt lichte vorst (tot -5 °C)
Mooi samen met
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een nachtschone?
Planten in mei–juni.
- Zaai in maart–april binnen, één à twee zaden per potje, 1–2 cm diep, bij 18–20 °C; een nacht weken versnelt de kieming.
- Of zaai in mei ter plaatse, als de grond warm is.
- Pot een overwinterde knol in april binnen op in potgrond, zodat hij al uitloopt.
- Plant na half mei uit, als er geen nachtvorst meer komt, op 50–60 cm afstand; een knol zet je met de top zo’n 5 cm onder de grond.
- Geef goed water na het planten en leg een laagje mulch rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Regelmatig water geven in droge periodes; in potten vaker. Gevestigde planten verdragen wat droogte.
- Bemesten
- Een schep compost bij het planten volstaat. In potten om de drie weken wat mest voor bloeiende planten.
- Mulchen
- Een laag compost houdt de grond in de zomer vochtig en koel.
- Uitgebloeide bloemen
- Wegknippen hoeft niet: de plant blijft vanzelf bloeien. Pluk zaad weg als je geen zaailingen wilt of als er kinderen spelen.
- Knol
- Graaf de knol in oktober–november op, na de eerste lichte vorst, en bewaar hem vorstvrij.
Tip: Zet de nachtschone bij het terras of onder een open slaapkamerraam: de bloemen gaan open als jij thuiskomt en geuren tot diep in de nacht.
Wanneer snoei je een nachtschone?
Snoeimaanden: oktober.
Wanneer: Snoeien is niet nodig. In oktober, na de eerste lichte vorst, knip je de stengels af als je de knol opgraaft.
Hoe:
- Knip de zwartgevroren stengels af tot zo’n 10 cm boven de grond.
- Graaf de knol voorzichtig op, laat de aarde opdrogen en borstel ze eraf.
- Knip in de zomer gebroken of te lange takken gewoon terug.
Let op: Knol en zaad zijn giftig: was je handen na het werk en laat niets rondslingeren waar kinderen of huisdieren bij kunnen.
Vermeerderen
- Zaad
- In maart–april binnen of in mei buiten zaaien. Oogst in september–oktober de zwarte zaden en bewaar ze droog, buiten bereik van kinderen.
- Knol bewaren
- Graaf de knol in de herfst op, bewaar hem vorstvrij en plant hem het volgende jaar opnieuw: oudere knollen geven grotere planten.
Hoe komt een nachtschone de winter door?
Winterhard tot −5 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet volledig winterhard: de knol verdraagt een paar graden vorst, tot ongeveer −5 °C, maar in een natte of strenge Belgische winter rot of bevriest hij.
- Graaf de knol in oktober–november op, laat hem een paar dagen drogen en bewaar hem vorstvrij bij 5–10 °C in droog zand of krantenpapier, zoals een dahlia.
- Tegen een beschutte zuidmuur kun je hem laten staan onder een dikke laag mulch, maar dat lukt niet elke winter.
- In een pot: zet de pot met de knol droog en vorstvrij in een garage of kelder.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Op jonge scheuten. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes helpen.
- Slakken: Ze vreten jonge planten aan. Bescherm ze de eerste weken en raap ze ’s avonds weg.
- Knolrot: Zachte, rotte knollen in de bewaring. Laat ze goed drogen voor je ze opbergt en bewaar ze koel, droog en vorstvrij.
- Weinig bloemen: Te veel schaduw of te veel stikstof. Kies een zonnige plek en bemest minder.
Het jaar rond
- Januari: Knollen in de bewaring nakijken op rot.
- Maart: Binnen zaaien bij 18–20 °C.
- April: Binnen zaaien. Overwinterde knollen binnen oppotten.
- Mei: Na half mei uitplanten of ter plaatse zaaien.
- Juni: Planten. Water geven bij droogte.
- Juli: Begin van de bloei; ’s avonds genieten van de geur.
- Augustus: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- September: Bloei. Zaad oogsten.
- Oktober: Laatste bloei. Na de eerste vorst stengels afknippen en knollen opgraven.
- November: Knollen drogen en vorstvrij opbergen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de nachtschone zijn giftig, vooral de zaden en de knolwortel: inslikken geeft braken, buikpijn en diarree, en het sap kan de huid irriteren. De zwarte, gerimpelde zaadjes vallen makkelijk op de grond en worden graag opgeraapt door kinderen: pluk ze weg waar kinderen spelen en bewaar zaad buiten hun bereik. Wie de knollen in de herfst rooit om binnen te overwinteren, bewaart ze droog en buiten het bereik van kinderen en huisdieren, en niet bij de aardappelen of andere groenten. Ondanks de naam is het geen nachtschade. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Op één plant kunnen bloemen in verschillende kleuren staan, en ook gestreepte en gevlekte bloemen.
- De Duitse plantkundige Carl Correns bestudeerde begin 20e eeuw de erfelijkheid met de nachtschone: een rode en een witte ouder geven roze nakomelingen.
- Mirabilis betekent ‘wonderbaarlijk’ in het Latijn.