
Foto: Forest & Kim Starr, CC BY 3.0 · bron
Klimplant · Polygonaceae
Muehlenbeckia
Muehlenbeckia complexa
In andere talen: Wire vine (English)
Muehlenbeckia complexa komt uit Nieuw-Zeeland en heet in het Engels wire vine, naar de dunne, donkerbruine, draadachtige stengels die kriskras door elkaar kronkelen. Daaraan zitten kleine, ronde tot vioolvormige blaadjes van 1–2 cm. Hij is groenblijvend, klimt of kruipt en wordt tot ongeveer 3 m hoog en 2 m breed. In de zomer draagt hij onopvallende groenwitte bloempjes, in het najaar volgen witte, vlezige vruchtjes. Tuiniers gebruiken hem in potten, tegen hekwerk, over metalen vormfiguren en als bodembedekker. In Vlaanderen kan hij in strenge winters terugvriezen, maar meestal loopt hij weer uit.
Let op: Kan sterk woekeren door ondergrondse uitlopers en doordat stengels wortelen. In mildere streken elders ter wereld is hij een lastig onkruid; houd hem in een pot of binnen de perken en gooi snoeisel niet in de natuur.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -10 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
3 m
hoog, 2 m breed
| Snoeimaanden | april en juli |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een muehlenbeckia?
- Groeivorm
- Klimmer of kruiper met dunne, draadachtige, kronkelende stengels; tot ongeveer 3 m hoog en 2 m breed. Hij vormt een dichte, warrige massa.
- Blad
- Klein, 1–2 cm, rond tot vioolvormig, glanzend donkergroen tot lichtgroen. De vorm kan van plant tot plant verschillen. Groenblijvend.
- Bloem en vrucht
- Zeer kleine, groenwitte bloempjes in de zomer, weinig opvallend. In het najaar witte, vlezige vruchtjes met een zwart nootje erin.
- Stengels
- Dun, taai, donkerbruin tot zwart en kriskras verstrengeld; ze winden zich om steunen en over andere planten.
- Wortels
- Hij wortelt waar stengels de grond raken en kan ondergrondse uitlopers vormen, waardoor hij zich uitbreidt.
Planten: april–mei en september · Snoeien: april en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Sierlijk, fijn blad dat het hele jaar mooi blijft: een zachte, luchtige klimmer of bodembedekker.
- Ideaal in potten, in hangmanden en over metalen vormfiguren of rekjes, omdat hij makkelijk te sturen is.
- Hij kan tegen bijknippen: je kunt hem in vorm houden wanneer je wilt.
- Groeit in zon en halfschaduw en neemt met bijna elke doorlatende grond genoegen.
- Na strenge vorst loopt hij meestal weer uit vanaf de basis.
Waar staat een muehlenbeckia graag?
- Zon tot halfschaduw; in volle zon blijft het blad compacter.
- Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Niet in natte, dichtgeslagen grond.
- Gemiddeld vochtig; als hij eenmaal ingeburgerd is, verdraagt hij ook even droogte.
- Een beschutte plek is best, zeker tegen koude oostenwind in de winter.
- Reken op 50–100 cm ruimte per plant als bodembedekker; geef een gaas, een rekje of een draadfiguur als steun voor een klimmer.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -10 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Lavendel: Een stevige, zonnige buur met grijsgroen blad en paarse bloemen.
- Siergrassen: Zachte pluimen en lange halmen naast de fijne, kronkelende stengels.
- Purperklokje: Het donkere of felle blad contrasteert mooi met de kleine bladeren.
- Ooievaarsbek: Bloeit rijk in zon en halfschaduw en vult de borderrand.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een muehlenbeckia?
Planten in april–mei en september.
- Plant in april–mei of in september, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dubbel zo breed als de pot en meng er een paar scheppen compost door; in zware klei ook wat zand.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de stengels in alle richtingen verspreid.
- Geef meteen een flinke gieter water en leg een laagje mulch van schors of compost rond de voet.
- In een pot: kies een pot van minstens 30 cm met gaten in de bodem en een laagje kleikorrels, en plaats het steunframe meteen mee.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig bij droogte. In een pot houd je de grond licht vochtig, maar zonder natte voeten. Ingeburgerd in de tuin heeft hij zelden extra water nodig.
- Bemesten
- In het voorjaar een korrelmest voor groene planten of een laagje compost. In een pot elke 4 weken een beetje vloeibare voeding van april tot augustus.
- Mulchen
- Een laagje schors of compost in het voorjaar houdt de grond vochtig en beschermt de wortels in de winter.
- Opbinden
- Leid de scheuten in het begin zachtjes langs de steun en bind ze losjes vast; later windt hij zelf.
- Verpotten
- Verpot een potplant om de 2–3 jaar in het voorjaar, of verdeel hem als de pot vol zit.
Tip: Zet hem in een pot met een draadfiguur: hij vormt in een paar seizoenen een mooi, dicht geheel. Knip bij in april en in de zomer, en wacht in het voorjaar met snoeien tot je ziet wat de vorst heeft overleefd.
Wanneer snoei je een muehlenbeckia?
Snoeimaanden: april en juli.
Wanneer: In april knip je hem terug na de winter; tijdens het groeiseizoen (tot en met augustus) kun je hem bijknippen wanneer je wilt.
Hoe:
- Verwijder in april dode of bevroren stengels en knip te lange scheuten terug.
- Je kunt hem hard terugsnoeien tot 20–30 cm boven de grond: hij loopt meestal vanaf de basis weer uit.
- Houd vormfiguren of schermen netjes met een schaar of kleine heggenschaar; knip liever vaak een beetje dan eens veel.
- Dun een dichte, warrige massa uit door oude stengels vanaf de basis weg te nemen, zodat er licht en lucht in komt.
Let op: Knip hem niet te laat in het najaar, want jonge scheuten die niet meer uitharden vriezen in de winter makkelijk dood.
Vermeerderen
- Stekken
- In juni–augustus: stekken van 8–10 cm van de jonge scheuten, onderste blaadjes weg, in zand en potgrond onder plastic. Ze wortelen in een paar weken.
- Delen en afleggen
- In het voorjaar een stuk met wortels van de plant afsteken, of een stengel op de grond vastpinnen: waar hij de grond raakt, vormt hij wortels.
Hoe komt een muehlenbeckia de winter door?
Winterhard tot −10 °C: beschermen in strenge winters.
- Winterhard tot ongeveer −10 °C. In een strenge winter kan het blad bruin worden of de plant terugvriezen tot aan de grond, maar hij loopt meestal vanuit de basis weer uit.
- Leg in november een laag van 5–10 cm bladeren of schors over de voet en zet de plant liefst beschut, tegen een muur of in de luwte.
- In een pot: zet hem tegen de gevel, wikkel de pot in jute of noppenfolie en haal hem bij strenge vorst vorstvrij naar binnen.
- Knip beschadigde stengels pas in april–mei weg, als je ziet welke delen echt dood zijn.
Ziektes en plagen
- Vorstschade: Bruin, slap blad na een strenge winter of koude oostenwind. Wacht tot mei met snoeien; de plant loopt meestal weer uit vanaf de basis.
- Woekeren: Hij breidt zich uit met stengels die wortelen en met uitlopers. Houd hem binnen de perken door te knippen, met een wortelbarrière of door hem in een pot te kweken.
- Wortelrot: Gele, slappe bladeren in een natte pot of dichtgeslagen grond. Zorg voor gaten, een doorlatende bodem en geef niet te veel water.
- Spint of bladluis: Op een droge, beschutte plek of in een warme ruimte: webjes of kleverige scheuten. Afspoelen met water en vaker licht nevelen.
Het jaar rond
- Maart: Vorstschade bekijken, maar nog niet snoeien.
- April: Terugknippen en vormen. Planten. Mulch aanbrengen.
- Mei: Planten. Steun plaatsen en aanbinden. Beginnen met bemesten.
- Juni: Bijknippen. Stekken nemen.
- Juli: Bijknippen. Water geven bij droogte.
- Augustus: Laatste keer bijknippen. Stekken nemen.
- September: Planten. Potplanten verdelen.
- Oktober: Mulch rond de voet leggen.
- November: Potten beschermen of vorstvrij zetten.
- December: Rust. Alleen bij vorstvrij weer eventueel water in een pot.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In Nieuw-Zeeland, waar hij van nature voorkomt, heet hij pōhuehue.
- Hij hoort bij de Polygonaceae, de duizendknoopfamilie, samen met rabarber, boekweit en Japanse duizendknoop.
- De bladeren verschillen sterk van vorm, van rond tot vioolvormig, soms op één en dezelfde plant.