
Foto: WayneRay, Public domain · bron
Kamerplant · Urticaceae
Slaapkamergeluk
Soleirolia soleirolii
In andere talen: Helxine (Français) · Baby’s tears (English)
Slaapkamergeluk (Soleirolia soleirolii, in het Engels ‘baby’s tears’) is een kruipend plantje van de eilanden in de westelijke Middellandse Zee, onder meer Corsica en Sardinië, waar hij op vochtige, schaduwrijke rotsen en muren groeit. Hij vormt een dicht, zacht tapijt van piepkleine, ronde, frisgroene blaadjes op dunne, kruipende stengeltjes. De plant wordt maar ongeveer 5 cm hoog, maar kan 50 cm breed worden. Mensen kiezen hem voor een groen kussen in een pot, hangmandje of terrarium en in beschutte tuinen als bodembedekker. Hij houdt van constant vochtige grond: droogte verdraagt hij niet.
Let op: Groeit snel en kan buiten in een beschutte, vochtige tuinhoek of tussen tegels gaan woekeren en moeilijk weg te krijgen zijn. Plant hem liever in een pot of binnen een afgebakend stuk en gooi snoeisel niet in de natuur.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. -5 °C
Grootte
0,05 m
hoog, 0,5 m breed
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 0,05 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een slaapkamergeluk?
- Groeivorm
- Kruipende, mat-vormende plant, ongeveer 5 cm hoog en tot 50 cm breed.
- Blad
- Piepkleine, ronde blaadjes van 3–6 mm, frisgroen en dicht op elkaar.
- Stengels
- Dunne, kruipende stengeltjes die op de knopen wortelen.
- Bloem
- Heel kleine, onopvallende bloemetjes in de bladoksels, zonder sierwaarde.
- Herkomst
- Corsica, Sardinië en andere eilanden van de westelijke Middellandse Zee, op vochtige, schaduwrijke plekken.
Planten: maart–april · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een zacht, dicht groen tapijt van piepkleine blaadjes dat meteen sfeer geeft.
- Groenblijvend en het hele jaar mooi.
- Veelzijdig: in een pot, hangmandje, terrarium of als bodembedekker in een beschutte, schaduwrijke tuinhoek.
- Snelle groeier die kale plekken vlot opvult.
- Verdraagt schaduw en een koele kamer.
Waar staat een slaapkamergeluk graag?
- Halfschaduw tot schaduw: een lichte plek zonder felle zon, die het blad doet verbranden en uitdrogen.
- Humusrijke, losse potgrond die vochtig blijft, licht zuur tot neutraal.
- Constant vochtig: de grond mag nooit uitdrogen.
- Kamertemperatuur van 10–20 °C; hij verdraagt koele kamers en op een beschutte plek buiten tot ongeveer −5 °C.
- Een brede, ondiepe pot geeft ruimte om te kruipen. Buiten past een beschutte, vochtige, schaduwrijke hoek, bijvoorbeeld tussen stenen of onder struiken.
- Licht
- Licht, zonder felle zon of weinig licht
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Veel
- Grootte
- 0,05 m hoog, 0,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum -5 °C
Mooi samen met
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een slaapkamergeluk?
Planten in maart–april.
- Pot in maart–april, wanneer hij actief groeit.
- Kies een brede, ondiepe pot met afvoergat.
- Gebruik losse, humusrijke potgrond, eventueel met wat perliet.
- Zet de plant even diep als voorheen of verdeel stukjes gelijkmatig over de pot.
- Druk lichtjes aan en geef meteen water, bij voorkeur van onderen, tot de grond vochtig is.
- Buiten: plant na de laatste vorst op een beschutte, schaduwrijke, vochtige plek, met ongeveer 20 cm tussen de plantjes.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond altijd licht vochtig, nooit kurkdroog: hij droogt snel uit en dan sterft het blad af. Geef liefst water van onderen in een schaal en laat het overtollige weglopen; giet niet over het blad.
- Bemesten
- Van april tot september om de 2–4 weken een meststof voor groene planten, op halve sterkte. In de winter niet.
- Luchtvochtigheid
- Hij houdt van vochtige lucht, ook in een lichte badkamer. In een warm, droog huis drogen de blaadjes uit.
- Verpotten
- Verdeel en verpot hem om de 1–2 jaar in het voorjaar, wanneer het potje vol is.
- Buiten
- Houd hem in droge zomers extra vochtig.
Tip: Giet liefst van onderen in een schaal en laat hem nooit uitdrogen. Knip hem af en toe terug met een schaar: dan blijft hij strak en compact.
Wanneer snoei je een slaapkamergeluk?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In april, voor de sterkste groei, of bij een te wilde of kale plant.
Hoe:
- Knip de hele plant met een scherpe schaar terug tot 2–3 cm boven de grond: hij loopt snel weer uit.
- Haal bruine of dode stengels en blaadjes weg.
- Knip over de rand hangende ranken bij voor een nette vorm.
Let op: Laat afgeknipt materiaal niet in de natuur belanden: hij wortelt overal en kan woekeren.
Vermeerderen
- Scheiden
- In het voorjaar: haal de plant uit de pot, verdeel hem in 2–3 stukken met stengel en wortels en pot ze apart.
- Stekjes
- In het voorjaar of de zomer: leg een stukje stengel met wortels op vochtige potgrond en druk licht aan. Het wortelt in enkele dagen tot weken.
Hoe komt een slaapkamergeluk de winter door?
- Binnen: koel en licht, 10–15 °C, met licht vochtige grond; niet boven de radiator.
- Buiten: hij verdraagt tot ongeveer −5 °C op een beschutte plek. Bij strengere vorst vriest hij terug, maar hij loopt vaak in het voorjaar opnieuw uit.
- In een pot buiten: haal hem bij strenge vorst naar binnen, of bedek hem met een laag bladeren of een vliesdoek.
- Geef minder water, maar laat de grond niet uitdrogen.
Ziektes en plagen
- Bruin, uitgedroogd blad: Te droog. Dompel de pot even onder in water en knip het bruine blad weg; hij groeit meestal vlug weer bij.
- Grijze schimmel en rot: Te natte voeten met stilstaande lucht: de blaadjes worden slijmerig of grijs. Verwijder aangetaste stukken, zorg voor frisse lucht en laat het schoteltje niet vol water staan.
- Lange, ijle stengels: Te weinig licht. Zet hem lichter en knip hem terug.
- Rouwvliegjes: Kleine zwarte vliegjes boven de potgrond, door constant vochtige grond. Gebruik gele lijmplaten en laat geen water in het schoteltje staan.
- Spint of bladluis: Bij warme, droge lucht: fijne webjes of kleine groene beestjes. Spoel af en verhoog de luchtvochtigheid.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Koel en licht; licht vochtig houden.
- Februari: Rust. Controleren op schimmel.
- Maart: Verpotten en verdelen. Weer bemesten.
- April: Terugknippen voor volle groei. Buiten planten na de laatste vorst.
- Mei: Bemesten om de 2–4 weken. Vochtig houden.
- Juni: Bemesten. Niet in felle zon.
- Juli: Bemesten. Extra water bij warm weer.
- Augustus: Bemesten. Letten op uitdroging.
- September: Laatste keer bemesten. Potten tijdig naar binnen of beschutten.
- Oktober: Minder water. Binnen koel en licht.
- November: Rust. Niet bemesten.
- December: Rust. Licht vochtig houden, geen vorst.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam eert Joseph François Soleirol, een Franse officier die op Corsica planten verzamelde.
- Hij hoort bij de Urticaceae, de brandnetelfamilie, maar heeft geen brandharen.
- In de natuur groeit hij op vochtige, schaduwrijke rotsen en muren op de eilanden van de westelijke Middellandse Zee.