
Foto: flickr-user spacepleb (Dave Gough), CC BY 2.0 · bron
Bol- of knolgewas · Amaryllidaceae
Narcissus triandrus
In andere talen: Narcisse triandrus (Français) · Angel's tears (English)
Narcissus triandrus, in het Engels ‘angel’s tears’ (engelentranen) genoemd, komt uit Spanje en Portugal. Het is een kleine, sierlijke narcis met enkele hangende, bleekgele tot roomwitte bloemen aan één stengel, waarvan de kroonbladeren naar achteren zijn gebogen. Het blad is smal en bijna rond. Hij bloeit in april, wat later dan de grote trompetnarcissen, en past in een rotstuin of in een pot met goede drainage. De hybriden ‘Thalia’ (wit) en ‘Hawera’ (geel) zijn sterker dan de soort en verwilderen beter.
Let op: Alle delen van de plant, vooral de bol, zijn giftig. Niet eten: kinderen, katten, honden en grazend vee lopen risico. Het sap kan de huid van sommige mensen irriteren; draag handschoenen bij het planten. Verwar de bollen niet met uien.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,2 m
hoog, 0,1 m breed
Bloei
april
| Hoogte | 0,2 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | april |
Herkennen
Hoe herken je een Narcissus triandrus?
- Groeivorm
- Klein bolgewas van 15–25 cm hoog en ongeveer 10 cm breed.
- Blad
- Smal, donkergroen en bijna rond met een groef; het staat rechtop naast de stengel.
- Bloem
- Enkele hangende, bleekgele tot roomwitte bloemen per stengel, met een klein kroontje en teruggeslagen kroonbladeren; in april.
- Bol
- Kleine, ronde bol met een bruine schil; er vormen zich langzaam bijbollen.
- Rassen
- ‘Thalia’ heeft zuiver witte bloemen en ‘Hawera’ kleine, gele; beide zijn sterker dan de soort.
Bloei: april · Planten: september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Sierlijke, hangende bloemen met teruggeslagen kroonbladeren: ze doen denken aan kleine tranen of lantaarntjes.
- Bloeit in april, wanneer de vroege voorjaarsbloeiers net uitgebloeid zijn.
- Klein en compact: ideaal voor een rotstuin, een pot of de voorrand van een border.
- De hybriden ‘Thalia’ en ‘Hawera’ komen jaar na jaar terug en verwilderen langzaam.
- Weinig werk: geen snoei en nauwelijks bemesting.
Waar staat een Narcissus triandrus graag?
- Zon tot lichte halfschaduw; hij bloeit het best op een open, lichte plek.
- Goed doorlatende zandige of lemige grond, zuur tot neutraal. Een uitstekende afvoer is belangrijker dan rijke grond.
- Droog tot normaal: in de zomer liefst droog, want de bol rot in natte grond tijdens de rust.
- Mooi in een rotstuin, op een licht hellende plek of in een pot; plant in groepjes op 8–10 cm van elkaar.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Blauwe druifjes: Een blauw tapijt onder de hangende, witte of gele bloemen.
- Vergeet-mij-nietje: Een lichte blauwe sluier rond de kleine narcissen.
- Hoornviooltje: Een lage, bloeiende bodembedekker in het voorjaar.
- Kruipphlox: Bloeit in april–mei en bedekt de grond na de bloei van de narcis.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Narcissus triandrus?
Planten in september–oktober.
- Plant in september of oktober, zodra de bollen in de winkel liggen.
- Meng bij zwaardere grond veel grof zand of fijn grind door de grond, of kies een licht hellende plek.
- Zet de bol met de punt omhoog, 8–10 cm diep.
- Houd 8–10 cm afstand en plant in groepjes van 5–10 bollen.
- Geef na het planten een gieter water, tenzij het regent.
- In een pot: gebruik een mengsel van potgrond en scherp zand, een pot met gaten van minstens 15 cm breed en zet er 3–5 bollen in.
Verzorgen
- Water
- In het voorjaar licht vochtig houden tijdens de groei. In de zomer droog laten; in een pot na de bloei steeds minder water geven.
- Bemesten
- Weinig nodig. Eventueel na de bloei een beetje bollenmest of compost.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de verwelkte bloem weg en laat de steel en het blad staan.
- Blad laten afsterven
- Laat het blad minstens zes weken na de bloei staan, tot het vanzelf geel is, zodat de bol kan bijvullen.
- Delen
- Deel de pollen om de paar jaar, als ze te dicht worden en minder bloeien.
Tip: Plant hem in een rotstuin of in een pot met goede drainage: een natte winter is zijn grootste vijand. De hybriden ‘Thalia’ en ‘Hawera’ zijn sterker en verwilderen beter dan de soort.
Wanneer snoei je een Narcissus triandrus?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Knip na de bloei alleen de verwelkte bloem weg.
Hoe:
- Knip de verwelkte bloem met de zaaddoos weg; de steel mag blijven staan.
- Laat het blad staan tot het volledig geel is, zo’n zes weken na de bloei.
- Haal het gele blad pas weg als het er makkelijk afkomt.
Let op: Het blad te vroeg wegknippen of afbinden verzwakt de bol en geeft volgend jaar minder bloemen.
Vermeerderen
- Delen
- In juni–juli, als het blad geel is: steek de pol op, scheid de bijbollen en plant ze meteen terug, 8–10 cm diep. Je kunt ook wachten tot september.
- Zaad
- De soort zaait zich op een goede plek zelf uit. Zaaien van vers zaad kan, maar het duurt jaren voor de zaailingen bloeien; delen is veel sneller.
Hoe komt een Narcissus triandrus de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- Zorg dat de grond in de winter niet blijft plassen: een natte, koude bodem is gevaarlijker dan de vorst.
- In een pot: zet de pot beschut tegen een muur, op pootjes, zodat het water kan weglopen, en bescherm hem tegen strenge vorst met jute of noppenfolie.
Ziektes en plagen
- Bolrot: De bol is zacht en beschimmeld, vooral in natte, koude grond. Zorg voor goed doorlatende grond en haal aangetaste bollen weg.
- Geen bloei: Het blad komt op, maar er komen geen bloemen. Oorzaak is meestal te weinig licht, een te kleine bol of blad dat vorig jaar te vroeg is weggehaald. Zet hem op een zonniger plek.
- Wegkwijnen: De zuivere soort verdwijnt op ongeschikte plekken vaak na enkele jaren. De hybriden ‘Thalia’ en ‘Hawera’ zijn sterker.
- Narcisvlieg: De larve vreet de bol van binnen leeg: de bol is zacht en geeft geen bloem. Haal verdachte bollen weg en druk de grond rond het afgestorven blad goed aan.
- Slakken: Gaatjes in blad en bloemen in het voorjaar. Verzamel ze ’s avonds met een zaklamp.
Het jaar rond
- Februari: De eerste bladpunten verschijnen.
- Maart: Het blad groeit; in een pot licht water geven bij droogte.
- April: Bloei. Verwelkte bloemen wegknippen.
- Mei: Blad laten staan. Eventueel een beetje bollenmest.
- Juni: Blad geel: pollen delen en bijbollen verplanten.
- Juli: Rustperiode; droog houden.
- September: Planten.
- Oktober: Planten. Potten beschut zetten.
- November: Laatste kans om te planten.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van narcissen zijn giftig, vooral de bollen: die worden geregeld verward met uien of sjalotten, en de bladeren met prei of daslook. Bewaar de bollen dus nooit bij de groenten in de keuken of de kelder. Het sap van de stengels irriteert de huid en maakt andere bloemen in een vaas sneller slap. Ook giftig voor honden en katten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Engelse naam ‘angel’s tears’ verwijst naar de hangende bloemen, die op tranen of kleine lantaarns lijken.
- In het wild groeit hij op het Iberisch schiereiland, in Spanje en Portugal.
- In de officiële indeling van narcissen vormen de hybriden van deze soort een eigen groep: de Triandrus-narcissen.