
Foto: Mason Brock (Masebrock), Public domain · bron
Vaste plant · Onagraceae
Teunisbloem
Oenothera macrocarpa
In andere talen: Onagre du Missouri (Français) · Missouri evening primrose (English)
De Missouri-teunisbloem komt uit het centrale en zuidelijke deel van de Verenigde Staten, waar hij op droge, kalkrijke rotsgronden groeit. Het is een lage, kruipende vaste plant van 15–20 cm hoog die tot 50 cm breed wordt, met smalle, donkergroene bladeren met een lichte hoofdnerf. Vanaf juni gaan de enorme, citroengele schotelbloemen van 8–10 cm open, vooral aan het einde van de middag en in de avond, tot in september. Hij is een topper voor een rotstuin, een droge muurrand of de voorkant van een zonnige border, mits de winter niet te nat is.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een teunisbloem?
- Groeivorm
- Lage, kruipende pol van 15–20 cm hoog en tot 50 cm breed, met neerliggende stengels.
- Blad
- Smal lancetvormig, 4–10 cm, donkergroen met een bleke hoofdnerf.
- Bloem
- Zeer grote schotels van 8–10 cm, die vooral aan het eind van de middag en ’s avonds opengaan, van juni tot september.
- Kleur
- Helder citroengeel, met een bleke hoofdnerf in het blad als contrast.
- Vrucht
- Grote doosvruchten met vier vleugels; de naam macrocarpa betekent ‘grootvruchtig’.
Bloei: juni–september · Planten: april–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Enorme gele bloemen van 8–10 cm, van juni tot in september, op een plantje van amper 20 cm.
- Droogtebestendig en geschikt voor de zonnigste, schraalste plekken.
- Bloeit vooral in de avond: een plant die in de zomeravond uitblinkt.
- Bijen en nachtvlinders bezoeken de bloemen; de grote gevleugelde zaaddozen zijn ook mooi.
- Lage, kruipende groeivorm die mooi over muurtjes en randen hangt.
Waar staat een teunisbloem graag?
- Volle zon, op een warme, open plek, liefst tegen een zuidelijke muur of op een glooiing.
- Arme, zeer goed doorlatende grond: zand of leem met grind, neutraal tot kalkrijk.
- Droog: hij verdraagt droogte goed, maar absoluut geen blijvend natte grond.
- Plant op 40–50 cm van elkaar; hij breidt zich langzaam uit.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Vetkruid: Sedum houdt van dezelfde zon en droogte en laat de gele schotels mooi uitkomen.
- Lavendel: Grijsgroen, geurend blad in dezelfde schrale grond, met paarse bloemen.
- Schapengras: Fijne, blauwgrijze pollen geven een rustige achtergrond voor de gele bloemen.
- Zonneroosje: Een lage, kruipende bloeier die dezelfde droge, zonnige grond verkiest.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een teunisbloem?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, als de grond opwarmt en de winter voorbij is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit; meng er bij zware grond veel grof zand en grind door.
- Zet de plant even diep als in de pot, hoog en droog, met de kruin net boven grondniveau.
- Houd 40–50 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen water en mulch met grind of grof zand rond de kruin, geen compost.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij langdurige droogte wekelijks water; daarna redt hij zich bijna altijd zelf.
- Bemesten
- Niet nodig: te rijke grond geeft slap blad en minder bloemen.
- Mulchen
- Een laag grind rond de kruin houdt de plant droog en vochtvrij.
- Uitgebloeide bloemen
- Verwijder uitgebloeide bloemen voor een langere bloei, of laat een paar zaaddozen staan als sierwaarde.
- Verplanten
- Vermijd het: hij heeft een diepe penwortel en herstelt slecht.
Tip: Plant hem hoog en droog, op een talud of in een rotstuin, met een laag grind rond de kruin: dan komt hij elke winter weer terug. Natte winters zijn zijn grootste vijand.
Wanneer snoei je een teunisbloem?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Hij wordt amper gesnoeid. Knip in maart de dode stengels weg, voor de nieuwe scheuten.
Hoe:
- Knip dode of beschadigde stengels tot vlak boven de grond af.
- Knip te lange, kale stengels in maart terug tot ongeveer 5–10 cm.
- Verwijder tijdens de zomer uitgebloeide bloemen als je een langere bloei wilt.
Vermeerderen
- Zaaien
- In april–mei in een zaaibak of pot, licht bedekt; op een warme, lichte plek. Hij bloeit vaak al het eerste of tweede jaar.
- Stekken
- In mei–juni: stekken van 6–8 cm van jonge scheuten, onderste bladeren weg, in zandige potgrond.
Hoe komt een teunisbloem de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C; het probleem is niet de kou maar de natte winter, die de kruin laat rotten.
- Zorg voor uitstekende drainage en een laag grind rond de kruin; plant bij voorkeur op een talud of in een rotstuin.
- In een pot: gebruik een zeer doorlatende potgrond en zet de pot in de winter onder een overstek, zodat hij niet doornat wordt.
Ziektes en plagen
- Kruinrot: De plant geelt en sterft in natte winters of op zware grond. Plant hoog en droog en verbeter de grond met grof zand en grind.
- Slakken: Aangevreten jonge scheuten in het voorjaar. Verzamel ze ’s avonds of leg een rand van grof gruis rond de plant.
- Weinig bloei: In schaduw of rijke grond bloeit hij schaars. Geef hem een zonnige plek in schrale grond.
- Bloemen slechts één dag open: Elke bloem gaat maar kort open; dat is normaal. De plant zet voortdurend nieuwe knoppen aan.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels terugknippen. Grind aanvullen.
- April: Planten of zaaien.
- Mei: Planten. Eventueel stekken nemen.
- Juni: Eerste bloei. In de avond genieten.
- Juli: Volle bloei. Water geven bij zeer lange droogte.
- Augustus: Bloei. Uitgebloeide bloemen verwijderen.
- September: Laatste bloei. Zaaddozen laten staan.
- Oktober: Rust. Plant droog houden; grindlaag controleren.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam macrocarpa betekent ‘grootvruchtig’ en verwijst naar de grote doosvruchten met vier vleugels.
- Dezelfde plant heet ook wel Oenothera missouriensis, naar de Amerikaanse staat Missouri.
- Zijn grote gele bloemen worden ’s avonds bezocht door nachtvlinders zoals pijlstaarten.