
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.5 · bron
Dwergstruik · Zonneroosjesfamilie (Cistaceae)
Geel zonneroosje
Helianthemum nummularium · ook: Zonneroosje
Het geel zonneroosje is een laag, liggend struikje van 10–30 cm met kleine, smalle blaadjes en van juni tot september heldergele bloemen met gekreukte kroonblaadjes. Elke bloem bloeit maar één dag, maar er komen er steeds nieuwe bij. In België groeit het wild maar zeldzaam, op droge, kalkrijke graslanden en rotshellingen, vooral in Wallonië. In de tuin vormt het een laag bloeitapijt voor een rotstuin, muurtje of zonnige helling; tuinvormen bloeien ook wit, roze, oranje of rood.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
10–30 cm
hoog
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 10–30 cm |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een geel zonneroosje?
- Groeivorm
- Laag, liggend struikje van 10–30 cm hoog en ongeveer 0,5 m breed; wintergroen.
- Blad
- Tegenoverstaand, 1–3 cm, elliptisch tot lancetvormig, met een omgerolde rand en een grijsviltige onderkant; kleine steunblaadjes aan de voet.
- Stengels
- Liggende, houtige stengeltjes.
- Bloem
- Heldergele bloemen (2–2,5 cm) met 5 gekreukte kroonblaadjes en veel meeldraden, in losse trosjes, juni–september. Tuinvormen ook wit, roze, oranje of rood.
- Vrucht
- Kleine doosvruchtjes met drie kleppen.
- Verschil met tormentil
- Tormentil (Potentilla erecta) is een kruid met 4 gele kroonblaadjes en drietallig, gezaagd blad.
Bloei: juni–augustus · Snoeien: juli–augustus
Lijkt op, maar is het niet
- Tormentil (Potentilla erecta): een kruid met 4 gele kroonblaadjes en drietallig, gezaagd blad.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een tapijt van gele bloemen van juni tot september, vaak met een tweede bloei na de snoei.
- Inheems en waardplant van het bruin blauwtje; de bloemen trekken bijen aan.
- Groeit op droge, arme, kalkrijke grond, waar weinig anders wil bloeien.
- Tuinvormen in veel kleuren, voor rotstuin, muurtje of helling.
Waar staat een geel zonneroosje graag?
- Volle zon: in de schaduw bloeit hij nauwelijks.
- Droge, arme, goed doorlatende grond, liefst kalkrijk; geen natte voeten.
- Ideaal tussen stenen: in een rotstuin, op een muurtje, een zonnige helling of in een grindtuin.
- Reken op ongeveer 50 cm breed per plant.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Echte tijm: Een laag, geurend kussen voor dezelfde droge, kalkrijke grond, met roze bloemen voor bijen.
- Echte lavendel: Paarse bloemaren boven het gele tapijt, voor dezelfde zonnige plek.
- Wilde marjolein: Een inheemse plant van droge kalkgraslanden, net als het zonneroosje; de roze bloemen trekken veel vlinders.
Past goed bij, en liever niet bij
Liever niet bij
- Niet onder de dichte kroon van deze bomen planten: fijnspar, gewone zilverspar, kaukasische zilverspar, douglasspar, taxus, witte paardenkastanje, noorse esdoorn, gewone esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een geel zonneroosje?
- Plant in het voorjaar (april–mei) of in september, uit pot.
- Zet de planten 30–40 cm uit elkaar; in een groep vormen ze snel een gesloten tapijt.
- Op zware grond: meng grof zand, grind of steenslag door de grond, of plant op een verhoogd bed of muurtje.
- Meng geen compost of mest door de grond: op rijke grond groeit hij slap en bloeit hij minder.
Verzorgen
- Water
- Alleen de eerste weken na het planten; daarna redt hij zich, ook in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig: hij houdt van arme grond.
- Wieden
- Houd grassen en onkruid uit het tapijt, anders groeien ze erdoorheen.
- Vernieuwen
- Na enkele jaren wordt een plant houtig en kaal in het midden: vervang hem dan door een jonge plant of een stek.
Tip: Plant zonneroosjes op een muurtje of bovenaan een helling: dan hangen de bloeiende stengels mooi over de rand, en in de winter loopt het water snel weg.
Wanneer snoei je een geel zonneroosje?
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: Na de eerste bloei, in juli–augustus.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide stengels met een derde tot de helft in: de plant blijft compact en bloeit vaak een tweede keer.
- Een groter tapijt knip je met een heggenschaar of grasschaar bij.
- Wil je zaad, laat dan een paar stengels staan tot de doosvruchtjes bruin zijn.
Let op: Knip niet tot in het kale, oude hout.
Vermeerderen
- Stekken
- Neem in de zomer stekjes van ongeveer 5 cm van niet-bloeiende scheuten en laat ze wortelen in een zanderig mengsel onder glas of plastic.
- Zaaien
- Zaai de wilde soort in het voorjaar in een zanderig mengsel; tuinvormen vermeerder je met stekken, want zaailingen lijken niet op de moederplant.
Hoe komt een geel zonneroosje de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard en wintergroen; natte grond in de winter is gevaarlijker dan vorst.
- Snoei niet in de herfst: laat de plant zo de winter in.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: De plant verkleurt en sterft af na een natte winter. Zorg voor een goed doorlatende, zanderige of grindrijke grond.
- Meeldauw: Witte laag op het blad, vooral in de nazomer. Knip aangetaste stengels weg; een zonnige, luchtige plek helpt.
- Kaal in het midden: Een oude plant wordt houtig en kaal. Snoei elk jaar na de bloei, en vervang een kale plant door een stek.
Het jaar rond
- April: Planten uit pot.
- Mei: Planten; onkruid uit het tapijt wieden.
- Juni: De bloei begint: elke dag nieuwe bloemen.
- Juli: Snoei na de eerste bloei; stekjes nemen.
- Augustus: Laatste snoeimaand; de tweede bloei begint.
- September: Tweede bloei; planten kan nog.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Laag bloeitapijt voor een rotstuin, muurtje of zonnige, droge helling; tuinvormen in veel kleuren.
- Voor de natuur
- Waardplant van het bruin blauwtje; de bloemen trekken bijen aan.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Elke bloem bloeit maar één dag. Raakt een insect de meeldraden aan, dan buigen ze naar buiten.
- Helianthemum betekent ‘zonnebloem’ (Grieks hèlios, zon, en anthemon, bloem): de bloemen gaan open in de zon.
- Het bruin blauwtje, een klein bruin vlindertje met oranje vlekjes langs de vleugelrand, legt onder meer op zonneroosje zijn eitjes.