
Foto: Hectonichus, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Plantaginaceae
Slangenkop
Penstemon hartwegii
In andere talen: Penstémon (Français) · Hartweg's beardtongue (English)
Penstemon hartwegii komt uit de bergen van Mexico en is de stamvader van veel grootbloemige tuinpenstemons. Het is een bosachtige, half wintergroene vaste plant van 60–80 cm met smal, donkergroen blad en lange trossen buisvormige klokjes in warm rood, roze of paars. Hij bloeit van juni tot in oktober, ruim langer dan de meeste andere vaste planten. De plant is niet zo winterhard als zijn Noord-Amerikaanse neven: bij ons overleeft hij tot ongeveer −10 °C, dus een goed doorlatende, beschutte plek is belangrijk. Bijen en hommels zijn er dol op.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -10 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,7 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–oktober
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 0,7 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een slangenkop?
- Groeivorm
- Bosachtige, half wintergroene vaste plant van 60–80 cm hoog en ongeveer 50 cm breed, met rechtopgaande stengels.
- Blad
- Smal tot lancetvormig, donkergroen, tegenoverstaand; onderaan soms bladhoudend.
- Bloem
- Buisvormige klokken van 4–5 cm aan lange trossen, van juni tot oktober.
- Kleur
- Van scharlaken en rood tot roze en paars, vaak met een witte keel.
- Wortels
- Vezelig, redelijk ondiep; haat natte grond in de winter.
Bloei: juni–oktober · Zaaien: februari–maart · Planten: mei–juni · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit maanden achtereen, van juni tot oktober, met lange trossen buisvormige bloemen.
- Hommels en bijen bezoeken de bloemen graag.
- Compact en rechtop: past in smalle borders, bakken en kleine tuinen.
- Past goed bij siergrassen, rozen en andere zonminnaars.
- Is makkelijk uit zaad te kweken en bloeit vaak al in het eerste jaar.
Waar staat een slangenkop graag?
- Volle zon op een beschutte plek, bij voorkeur tegen een warme muur.
- Zeer goed doorlatende zand- of leemgrond; zware, natte klei in de winter doet hem het meest kwaad.
- Normaal tot vrij droge grond; hij verdraagt geen natte voeten.
- Reken op 40–50 cm tussen de planten; zet liefst 3 of 5 bij elkaar.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,7 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -10 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Siergrassen: Fijne halmen vormen een luchtig geheel met de rechtopstaande bloemtrossen.
- Lavendel: Dezelfde zonnige, droge grond; de paarse bloei sluit mooi aan.
- Zonnehoed: Dezelfde zonnige plek, met bloemen van juli tot de herfst.
- Roos: Rode en roze penstemons doorweven de onderbeplanting van rozen.
- Salie: Paarse aren in dezelfde zonnige, doorlatende grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een slangenkop?
Planten in mei–juni.
- Plant in mei–juni, als de laatste nachtvorst voorbij is.
- Graaf een ruim plantgat en meng zware grond met zand of fijn grind voor extra doorlaatbaarheid.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Houd 40–50 cm afstand en geef meteen een flinke gieter water.
- Geef het eerste seizoen regelmatig water tot hij goed is aangeslagen.
- Leg geen dikke mulchlaag tegen de stengels; een dun laagje grind of schors volstaat.
Verzorgen
- Water
- Bij droogte regelmatig water, vooral in potten. Een te natte voet is slechter dan een droge.
- Bemesten
- Weinig: een beetje organische mest in het voorjaar. Te veel stikstof geeft veel blad en weinig bloemen.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide trossen tot net boven de volgende zijscheut: dat stimuleert nieuwe bloei.
- Steun
- Meestal niet nodig; hoge exemplaren kun je met een paar takken steunen.
- Wintermulch
- Leg in november droge bladeren of schors rond de voet tegen vorst en natte kou.
- Potten
- Hij doet het goed in een pot met potgrond en veel zand; verpot in het voorjaar.
Tip: Knip niet in de herfst maar pas in april terug: de oude stengels beschermen de plant tegen vorst. Neem als verzekering in augustus een paar stekken die je vorstvrij overwintert.
Wanneer snoei je een slangenkop?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In april, als je onderaan nieuwe scheuten ziet. Niet in de herfst.
Hoe:
- Knip de stengels terug tot 10–15 cm boven de grond, net boven de nieuwe scheuten.
- Verwijder dode en doorgevroren delen tot gezond hout.
- Knip in de zomer uitgebloeide trossen terug tot aan de eerste zijscheut.
- Knip in de herfst niets weg: de oude stengels beschermen de plant tegen vorst.
Let op: Snoei niet in de herfst: de open stengels laten water naar de kruin lopen, wat de plant bij vorst doodt.
Vermeerderen
- Stekken
- In augustus–september: neem stekken van 8–10 cm van niet-bloeiende scheuten, snij onder een knoop, laat ze wortelen in zandige stekgrond en overwinter ze vorstvrij. Zo houd je zeker planten over.
- Zaaien
- In februari–maart binnen zaaien bij 15–20 °C; bedek het zaad nauwelijks. Prik de zaailingen uit en plant ze na de ijsheiligen (half mei) uit. Rassen komen niet altijd trouw uit zaad.
Hoe komt een slangenkop de winter door?
Winterhard tot −10 °C: beschermen in strenge winters.
- Beperkt winterhard, tot ongeveer −10 °C: bij strenge vorst of natte winters kan hij uitvriezen.
- Laat de oude stengels staan en leg in november droge bladeren of schors rond de voet.
- Zorg voor goede afwatering: natte grond is gevaarlijker dan vorst alleen.
- In een pot: zet hem bij vorst op een beschutte plek of binnen in een lichte, vorstvrije ruimte.
Ziektes en plagen
- Uitgevroren plant: Bij strenge of natte winters sterft hij af. Zorg voor drainage, mulch in november en neem in het najaar stekken als reserve.
- Slakken: Ze vreten jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds op.
- Bladluis: Op jonge scheuten en bloemtrossen. Spuit ze af met water of laat lieveheersbeestjes hun werk doen.
- Weinig bloei: Te veel schaduw of te veel stikstof. Zet hem in volle zon en bemest minder.
Het jaar rond
- Februari: Binnen zaaien bij 15–20 °C.
- Maart: Zaailingen uitprikken. Binnen zaaien.
- April: Terugknippen tot 10–15 cm. Compost geven.
- Mei: Uitplanten na half mei. Slakken in de gaten houden.
- Juni: Begin van de bloei. Water geven bij droogte.
- Juli: Bloei. Uitgebloeide trossen terugknippen.
- Augustus: Bloei. Stekken nemen.
- September: Bloei. Stekken nemen en vorstvrij zetten.
- Oktober: Laatste bloei.
- November: Droge bladeren of schors rond de voet leggen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Penstemon komt van het Griekse ‘pente’ (vijf) en ‘stemon’ (meeldraad): naast vier meeldraden is er een vijfde, onvruchtbare, vaak behaarde meeldraad.
- De soortnaam hartwegii eert Karl Theodor Hartweg, een Duitse plantenverzamelaar die in de 19e eeuw in Mexico planten verzamelde.
- Het geslacht telt meer dan 250 soorten, bijna allemaal afkomstig uit Noord-Amerika.