
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Eenjarige plant · Boraginaceae
Phacelia
Phacelia tanacetifolia
In andere talen: Phacélie (Français) · Lacy phacelia (English)
Phacelia is een eenjarige uit het zuidwesten van de Verenigde Staten en het noordwesten van Mexico, uit de ruwbladigenfamilie. Hij groeit snel uit tot een losse plant van zo’n 70 cm met fijn ingesneden, varenachtig blad dat aan boerenwormkruid doet denken. Van juni tot september draagt hij opgerolde trossen lavendelblauwe bloemen met lange, uitstekende meeldraden, die zich als een krul ontrollen. Imkers en tuiniers kennen hem als een van de beste bijenplanten, en in de moestuin is hij een populaire groenbemester. Hij bloeit al zes à acht weken na het zaaien.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -8 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,7 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–september
| Hoogte | 0,7 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een phacelia?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, vertakte eenjarige van 50–70 cm hoog en zo’n 30 cm breed.
- Blad
- Diep ingesneden, varenachtig en grijsgroen, met stijve, ruwe haren op blad en stengel.
- Bloem
- Kleine klokjes van ongeveer 1 cm in dichte, opgerolde trossen die zich geleidelijk ontrollen; de lange meeldraden steken ver uit.
- Kleur
- Lavendelblauw tot lichtpaars.
- Wortels
- Een fijn, dicht vertakt wortelstelsel dat de bovengrond goed doorwortelt en kruimelig maakt.
- Zaad
- Kleine, bruine zaden die in het donker kiemen: dek ze goed af.
Bloei: juni–september · Zaaien: maart–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de beste drachtplanten: honingbijen, hommels en wilde bijen vliegen er de hele dag op af.
- Lokt zweefvliegen, waarvan de larven bladluizen eten: handig naast de groenten.
- Een snelle groenbemester die de grond bedekt, onkruid onderdrukt en na het onderspitten organisch materiaal levert.
- Niet verwant aan de gangbare groenten, dus hij past makkelijk in de vruchtwisseling.
- Bloeit al zes à acht weken na het zaaien: zo vul je van maart tot augustus snel kale plekken.
- Ook een mooie, blauwe zomerbloeier in een bloemenweide of een zonnige border.
Waar staat een phacelia graag?
- Volle zon geeft de meeste bloemen en de meeste bijen; in halfschaduw bloeit hij minder rijk.
- Groeit in bijna elke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig: eenmaal gekiemd verdraagt hij droogte goed. Natte, dichtgeslagen grond vindt hij minder fijn.
- Arme tot gewone grond volstaat: in rijke, bemeste grond wordt hij slap en valt hij om.
- Als groenbemester zaai je hem breedwerpig; in een border volstaan groepjes met 25–30 cm tussenruimte.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,7 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Verdraagt lichte vorst (tot -8 °C)
Mooi samen met
- Boekweit: Nog een snelle groenbemester en bijenplant; samen vullen ze een braakliggend bed.
- Korenbloem: Blauw bij blauw in een eenjarige bloemenweide.
- Goudsbloem: Oranje bloemen als contrast, en ook een makkelijke zaaier tussen de groenten.
- Bernagie: Familie van phacelia, met hemelsblauwe bloemen die eveneens bijen lokken.
- Klaproos: Rood naast lavendelblauw in een zonnige zaaiweide.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een phacelia?
- Zaai van maart tot augustus rechtstreeks ter plaatse; voorzaaien en verplanten is niet nodig.
- Maak de grond onkruidvrij en hark hem fijn en vlak.
- Strooi het zaad dun en breedwerpig, ongeveer 1–2 g per m², of zaai in rijen op 20–25 cm.
- Hark het zaad in en dek het af met 1–2 cm grond: het kiemt alleen in het donker.
- Druk de grond licht aan en houd hem vochtig tot de kiemplantjes na 1–2 weken boven staan.
- Dun te dichte rijen uit tot 10–15 cm, dan worden de planten steviger.
Verzorgen
- Water
- Alleen bij het kiemen en in de eerste weken bij droogte. Daarna redt hij zich op eigen kracht.
- Bemesten
- Niet nodig. Mest maakt de stengels slap en geeft minder bloemen.
- Wieden
- Wied in de eerste weken; daarna onderdrukt het dichte bladerdek zelf het onkruid.
- Steun
- Meestal niet nodig. Gaat een dichte zaaiing na zware regen liggen, zaai dan de volgende keer dunner.
- Groenbemester
- Maai hem of spit hem onder in volle bloei, voor hij zaad zet. Laat het maaisel een paar dagen verwelken en werk het dan ondiep in.
Tip: Zaai om de drie à vier weken een nieuw stukje: dan heb je van juni tot in de herfst bloemen voor de bijen.
Wanneer snoei je een phacelia?
Wanneer: Phacelia wordt niet gesnoeid. Wel maai je hem of spit je hem onder zodra de bloei over zijn hoogtepunt is, voor hij zaad zet.
Hoe:
- Als groenbemester: maai de planten kort, hak ze fijn met de spade en werk ze in de bovenste 10–15 cm grond.
- In de border: trek uitgebloeide planten uit of knip ze aan de voet af.
- Laat een paar planten staan als je zelf zaad wilt oogsten.
Let op: Laat je alle planten rijpen, dan zaait hij zich het volgende jaar overal in de moestuin uit.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai van maart tot augustus ter plaatse en dek het zaad 1–2 cm af. Het kiemt meestal binnen 1–2 weken.
- Eigen zaad oogsten
- Knip in de late zomer een paar bruine, droge bloeistengels af, laat ze in een papieren zak nadrogen en schud het zaad eruit. Bewaar het koel en droog.
Hoe komt een phacelia de winter door?
Winterhard tot −8 °C: beschermen in strenge winters.
- Eenjarig: jonge planten verdragen lichte vorst tot ongeveer −8 °C, maar in een strenge winter sterven ze af.
- Gezaaid in augustus bedekt hij de grond tot in de winter; de bevroren planten vormen daarna een laag mulch.
- Werk de afgestorven resten in maart ondiep in of hark ze weg voor je opnieuw zaait.
Ziektes en plagen
- Slechte kieming: Zaad dat bovenop de grond ligt of uitdroogt, kiemt slecht. Dek het 1–2 cm af en houd de grond vochtig.
- Omvallen: In rijke grond of na zware regen gaan de planten liggen. Zaai dunner en bemest niet.
- Slakken: Ze vreten soms aan de kiemplantjes. Kijk ’s avonds na en raap ze weg.
- Ongewenste zaailingen: Laat je hem zaad zetten, dan duiken er het jaar nadien zaailingen op. Maai op tijd of wied ze jong uit.
- Jeukende huid: De stijve haren kunnen een gevoelige huid irriteren. Draag handschoenen als je veel planten uittrekt.
Het jaar rond
- Maart: Eerste zaaiing ter plaatse. Afgestorven groenbemester van vorig jaar inwerken.
- April: Zaaien. Kiemplantjes vochtig houden.
- Mei: Zaaien. Wieden tussen de jonge planten.
- Juni: Eerste bloei: bijen en zweefvliegen. Nog een stukje zaaien.
- Juli: Volle bloei. Uitgebloeide planten maaien en inwerken. Opnieuw zaaien.
- Augustus: Laatste zaaiing als groenbemester voor de winter. Bloei.
- September: Laatste bloei. Onderspitten voor hij zaad zet, of zaad oogsten.
- Oktober: De zaaiing van augustus bedekt de grond.
- November: Bij strenge vorst sterven de planten af en vormen ze een mulchlaag.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam komt van het Griekse phakelos, ‘bundel’: de bloemen staan dicht opeengepakt.
- Bijen die op phacelia vliegen, dragen vaak opvallend donkerblauwe stuifmeelklompjes aan hun poten.
- Landbouwers zaaien phacelia in akkerranden om zweefvliegen en andere nuttige insecten te lokken.