
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Oleaceae
Phillyrea
Phillyrea angustifolia
In andere talen: Filaire à feuilles étroites (Français) · Narrow-leaved mock privet (English)
Phillyrea angustifolia is een groenblijvende heester uit het Middellandse Zeegebied, van Zuid-Europa tot Noord-Afrika. Hij heeft smalle, leerachtige, donkergroene blaadjes en vormt een dichte, stevige struik van ongeveer 2 m hoog en breed. In april–mei draagt hij kleine, groenwitte, licht geurende bloempjes die bijen aantrekken, gevolgd door kleine zwarte vruchtjes in de herfst. Hij groeit langzaam, verdraagt droogte, wind en zilte lucht en kan goed geschoren worden. Daarom is hij een geliefd mediterraan alternatief voor buxus of liguster in vormsnoei en lage haag.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
2 m
hoog, 2 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | juni |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een phillyrea?
- Groeivorm
- Dichte, stevige, langzaam groeiende, groenblijvende struik van ongeveer 2 m hoog en breed.
- Blad
- Smal en lancetvormig, enkele centimeters lang, leerachtig en donkergroen, tegenoverstaand aan de tak.
- Bloem
- Kleine, groenwitte bloempjes in trosjes in de bladoksels, in april–mei; licht geurend.
- Vrucht
- Kleine, ronde, zwartblauwe steenvruchtjes in de herfst.
- Wortels
- Diep en uitgebreid, waardoor hij droogte goed doorstaat.
Bloei: april–mei · Planten: april–mei en september · Snoeien: juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groenblijvend, dicht en fijn van blad: ideaal voor vormsnoei tot bol, kegel of lage haag.
- Een mediterraan alternatief voor buxus: de buxusmot tast hem niet aan.
- Droogtebestendig en verdraagt zeewind en zilte lucht.
- Geurende bloempjes in april–mei die bijen aantrekken.
- Groeit langzaam, dus hij hoeft maar één keer per jaar geschoren te worden.
- Doet het in zon en halfschaduw, ook in potten en bakken.
Waar staat een phillyrea graag?
- Zon of halfschaduw; hoe zonniger, hoe dichter de groei.
- Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk; arme, droge grond is geen probleem.
- Droog tot normaal vochtig; natte voeten, vooral in de winter, verdraagt hij slecht.
- Verdraagt wind en zeewind; in het binnenland het liefst beschut tegen strenge oostenwind.
- Reken op 1,5–2 m per struik; voor een lage haag of vormsnoei op 50–60 cm.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 2 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Houdt van dezelfde zon en droge grond; paarse bloemen naast het donkergroene blad.
- Rozemarijn: Een mediterrane geurende struik in dezelfde droge, zonnige grond.
- Rotsroos: Een lage, bloeiende struik in dezelfde zon en droge grond.
- Salie: Grijsgroen blad dat mooi afsteekt tegen het donkergroen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een phillyrea?
Planten in april–mei en september.
- Plant in april–mei of begin september, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit. In zware klei meng je er zand of grof grind door voor een betere afwatering.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 1,5–2 m tussen de struiken; voor een lage haag 50–60 cm.
- Geef meteen een flinke gieter water en daarna het eerste jaar wekelijks bij droogte.
- Leg een laag schors of houtsnippers rond de voet, zonder de stam te bedekken.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar wekelijks bij droogte. Daarna doorstaat hij droogte goed; geef alleen water in lange droge perioden.
- Bemesten
- In april wat compost of organische mest. Niet te veel: te veel voeding geeft slappe groei.
- Mulchen
- Een laag schors of houtsnippers houdt onkruid weg en beschermt de wortels in de winter.
- In een pot
- Hij groeit goed in een pot of bak met goede afvoer; geef dan vaker water en bemest in het voorjaar.
Tip: Scheer hem in juni, na de bloei, tot een bol, kegel of lage haag: hij is een mediterraan alternatief voor buxus. Geef hem een zonnige, goed doorlatende plek.
Wanneer snoei je een phillyrea?
Snoeimaanden: juni.
Wanneer: Scheer hem één keer per jaar in juni, na de bloei.
Hoe:
- Knip de nieuwe scheuten in met een snoeischaar of heggenschaar, ongeveer een derde terug.
- Volg de gewenste vorm: bol, kegel of lage haag. Laat een haag iets taps toelopen, breder onderaan.
- Haal dode of kruisende takken uit het binnenste van de struik.
Let op: Snoei niet in de late herfst of winter: nieuwe scheuten en snoeiwonden bevriezen dan makkelijk.
Vermeerderen
- Stekken
- In augustus–september: halfhoutige stekken van 8–10 cm met een stukje oud hout, in een mengsel van zand en potgrond onder plastic. Ze wortelen langzaam; overwinter ze vorstvrij.
- Zaaien
- Zaai verse zaden in de herfst buiten in een pot. Ze kiemen traag en onregelmatig.
Hoe komt een phillyrea de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: op een beschutte plek in Vlaanderen meestal veilig.
- In koude winters kunnen bladeren bruin worden door koude oostenwind; een beschutte plek en een mulchlaag helpen.
- In een pot zet je hem tegen een muur en wikkel je de pot in jute, zodat de wortels niet bevriezen.
Ziektes en plagen
- Vorstschade: Bruine bladeren en verdroogde toppen na een strenge winter. Wacht tot juni met snoeien: vaak loopt hij weer uit.
- Wortelrot: Verwelkend, geel blad door te natte grond. Verbeter de afwatering of verplant hem naar een drogere plek.
- Schildluis: Kleine, bruine schubjes op takken en blad, soms met plakkerige honingdauw. Veeg ze weg met een zachte borstel en zeepwater.
- Kale plekken: In een haag door te weinig licht of een te harde snoei. Scheer licht en vaker, en houd de haag onderaan breder.
Het jaar rond
- April: Planten. Begin van de bloei. Compost geven.
- Mei: Bloei: kleine, geurende bloempjes met bijen. Planten.
- Juni: Scheren na de bloei.
- Juli: Water geven bij droogte, vooral jonge planten.
- Augustus: Halfhoutige stekken nemen.
- September: Planten. Stekken nemen.
- November: Mulch aanbrengen tegen vorst.
- December: Rust. Bij strenge vorst jonge planten afdekken.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij is verwant aan de olijf (beide horen bij de olijffamilie) en het blad lijkt er een beetje op.
- In Zuid-Europa is hij een typische struik van de maquis, de droge, struikachtige mediterrane vegetatie.
- De smalle, leerachtige bladeren beperken de verdamping: een aanpassing aan de lange, droge zomers.