
Foto: Alialb, CC BY-SA 4.0 · bron
Kamerplant · Araceae
Philodendron
Philodendron erubescens
In andere talen: Blushing philodendron (English)
Philodendron erubescens, de blozende philodendron, komt uit de tropische regenwouden van Colombia. Het is een klimmer met glanzende, pijl- tot hartvormige bladeren van 25–30 cm, donkergroen met een koperen of rode gloed en met rode tot paarse bladstelen. Met luchtwortels klimt hij in het wild langs boomstammen omhoog; binnen geef je hem een mosstok. Bekende rassen zijn ‘Red Emerald’, met diepgroen blad en rode bladstelen, en het bonte ‘Pink Princess’ met roze vlekken. Hij is makkelijk, verdraagt gedempt licht en groeit binnen uit tot een stevige klimmer van zo’n 2 m.
Let op: Alle delen zijn giftig door calciumoxalaatkristallen. Kinderen en huisdieren (katten, honden) die op bladeren of stengels kauwen, krijgen irritatie en zwelling van mond en keel, kwijlen en kunnen braken; het sap kan ook de huid en ogen irriteren. Zet de plant buiten bereik van kinderen en dieren, draag handschoenen bij het snoeien en verpotten en was je handen daarna.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 12 °C
Grootte
2 m
hoog, 0,6 m breed
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een philodendron?
- Groeivorm
- Groenblijvende klimmer (hemi-epifyt) die binnen 1,5–2 m hoog en ongeveer 60 cm breed wordt; zonder steun kruipt of hangt hij.
- Blad
- Pijl- tot hartvormig, 20–30 cm, glanzend donkergroen met een koperen, rode of paarse gloed, vooral aan jonge bladeren.
- Stengels en stelen
- Rode tot paarsbruine stengels en bladstelen; jonge bladeren komen op uit een rode scheede.
- Luchtwortels
- Aan de knopen groeien bruine luchtwortels waarmee hij zich vasthecht en vocht opneemt. Je hoeft ze er niet af te knippen.
- Sap
- Alle delen bevatten kristallen van calciumoxalaat: ze zijn giftig bij het eten en kunnen de huid irriteren.
Planten: maart–mei · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groot, glanzend, pijlvormig blad met een koperen of rode gloed: veel sierwaarde in één plant.
- Groeit als klimmer of hangplant en geeft een kamer snel een jungle-gevoel.
- Verdraagt gedempt licht beter dan veel andere kamerplanten en vergeeft een gemiste gietbeurt.
- Groenblijvend en makkelijk te vermeerderen met stengelstekken.
- Er zijn mooie rassen met rood of roze blad voor wie iets bijzonders zoekt.
Waar staat een philodendron graag?
- Helder licht tot lichte halfschaduw zonder directe middagzon: bij een oost- of noordraam of een eind van een zuidraam. Hij verdraagt gedempt licht, maar groeit dan trager met kleinere bladeren.
- Luchtige, humusrijke potgrond met ongeveer een derde perliet en schors; zuur tot neutraal en goed doorlatend.
- Warm: 18–26 °C en nooit onder 12 °C.
- Een luchtvochtigheid van 50 % of meer bevalt hem; een schaal met vochtige kleikorrels of een luchtbevochtiger helpt. Geef hem een mosstok of klimrek en zet hem uit de tocht.
- Licht
- Licht, zonder felle zon of weinig licht
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 2 m hoog, 0,6 m breed
- Temperatuur
- Minimum 12 °C
Mooi samen met
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een philodendron?
Planten in maart–mei.
- Verpot in maart–mei, ongeveer om de 2 jaar of zodra de wortels uit de pot groeien. Draag handschoenen: het sap kan de huid irriteren.
- Kies een pot met drainagegaten die één maat (2–4 cm) groter is dan de vorige.
- Gebruik luchtige potgrond met een derde schors en perliet, zodat het water goed wegloopt.
- Zet de plant even diep als eerst. Plaats een mosstok of klimsteun meteen bij het verpotten en bind de stengels er losjes aan vast.
- Geef water tot het uit de gaten loopt, laat het schoteltje leeglopen en houd de bovenste laag daarna licht vochtig.
Verzorgen
- Water
- Laat de potgrond tussen twee gietbeurten half opdrogen (de bovenste 3–5 cm): in de zomer meestal wekelijks, in de winter om de 10–14 dagen. Giet met lauw water tot het uit de gaten loopt en laat het schoteltje leeg.
- Bemesten
- Van maart tot september om de 2–4 weken een halve dosis kamerplantenvoeding. In de winter niet.
- Steun
- Geef hem een mosstok of kokosstok die je licht vochtig houdt: de luchtwortels hechten zich vast en de bladeren worden groter.
- Luchtvochtigheid
- Hij houdt van 50 % of meer. Een schaal met vochtige kleikorrels of een luchtbevochtiger helpt, zeker bij een verwarmde kamer.
- Schoonmaken
- Veeg stof van de grote bladeren met een vochtige doek (draag handschoenen) en draai de pot af en toe voor een gelijkmatige groei.
Tip: Geef hem een mosstok die je licht vochtig houdt: dan hechten de luchtwortels zich vast en worden de bladeren groter. Laat de potgrond tussen twee gietbeurten half opdrogen en draai de pot af en toe.
Wanneer snoei je een philodendron?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: In maart–april, voor de groei weer op gang komt. Kleine correcties kun je het hele jaar doen.
Hoe:
- Knip te lange of kale stengels terug tot net boven een knoop (met luchtwortel): daar lopen nieuwe scheuten uit.
- Haal gele of beschadigde bladeren met hun steel weg aan de voet.
- Bij bonte rassen knip je volledig groene scheuten terug tot net boven een bont blad.
- Gebruik de afgeknipte toppen als stek.
Let op: Draag handschoenen: het sap bevat calciumoxalaatkristallen en irriteert huid en ogen. Was je handen en het gereedschap na het snoeien.
Vermeerderen
- Stengelstek
- Van maart tot augustus: knip een stuk van 10–15 cm met minstens één knoop (met luchtwortel) en 1–2 bladeren af. Zet het in water of in vochtige, luchtige potgrond op 20–25 °C. Wortels na 2–4 weken; zet de stek in water daarna in potgrond.
- Afleggen
- Wikkel een knoop met luchtwortel in vochtig sphagnum-mos en bevestig er plastic omheen. Zodra er wortels in het mos zitten, knip je de top eronder af en pot je hem.
Hoe komt een philodendron de winter door?
- Niet winterhard: de minimumtemperatuur is 12 °C. Hij overwintert binnen.
- Houd hem licht en bij 16–20 °C. Onder 12 °C krijgt hij koudeschade: slap, zwart wordend blad.
- Geef minder water: laat de grond in de winter wat verder opdrogen, meestal om de 2 weken.
- Zet hem niet boven de radiator of in de tocht en bemest niet van oktober tot en met februari. Houd het blad stofvrij zodat het weinig licht goed opvangt.
Ziektes en plagen
- Gele bladeren: Meestal te nat (wortelrot) of een oud blad dat afsterft. Controleer de grond, laat hem opdrogen en zorg voor drainage. Af en toe een geel onderblad is normaal.
- Bruine bladranden of -punten: Droge lucht, kalkrijk water of overbemesting. Spoel de grond goed door en verhoog de luchtvochtigheid.
- Lange, ijle stengels met kleine bladeren: Te weinig licht. Zet hem lichter, geef hem steun en knip lange stengels in.
- Spint, wolluis en schildluis: Fijne webben, witte pluisjes of bruine schildjes onder het blad. Spoel de plant af of veeg hem af met zeepwater en herhaal dat wekelijks.
Het jaar rond
- Januari: Rust: licht, 16–20 °C, zuinig met water.
- Februari: Rust. Stof van het blad vegen.
- Maart: Snoeien en verpotten. Mosstok plaatsen. Weer iets meer water geven.
- April: Verpotten. Beginnen met bemesten (halve dosis). Stekken nemen.
- Mei: Groei. Verpotten kan nog. Regelmatig water.
- Juni: Groei. Stekken nemen.
- Juli: Groei. Beschermen tegen felle middagzon.
- Augustus: Groei. Om de 2–4 weken bemesten.
- September: Laatste keer bemesten.
- Oktober: Bemesten stoppen. Minder water.
- November: Rust: licht en zuinig met water.
- December: Rust. Uit de buurt van radiatoren houden.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van deze kamerplanten uit de aronskelkfamilie zijn giftig: het sap zit vol naaldvormige kristallen (calciumoxalaat), die bij kauwen meteen een brandende pijn en zwelling van lippen, mond en keel geven, met kwijlen en soms braken. Het meeste risico lopen katten, die graag aan hangende ranken en blad knabbelen, honden en jonge kinderen die op de vloer spelen. Hang klimmers en hangplanten buiten hun bereik, ruim afgeknipte ranken en stekjes meteen op en zet een glas met stekjes in water niet waar een kat eruit drinkt. Draag handschoenen bij het snoeien en verpotten, wrijf niet in je ogen en was daarna je handen. Kwijlt je kat of hond of zwelt zijn bek op, bel dan je dierenarts. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam erubescens komt van het Latijnse woord voor ‘rood wordend’: jonge bladeren, stengels en bladstelen hebben een rode gloed.
- Philodendron betekent ‘boomminnend’ (Grieks philos en dendron): in het wild klimmen ze langs boomstammen omhoog.
- Bij het bonte ‘Pink Princess’ zijn de roze vlekken niet vast: een scheut kan groen terugvallen. Knip dan terug tot net boven het laatste roze blad.