Foto: Walter Siegmund, CC BY 2.5 · bron
Boom · Pinaceae
Draaiden
Pinus contorta
In andere talen: Pin tordu (Français) · Lodgepole pine (English)
De draaiden komt uit het westen van Noord-Amerika, van Alaska tot Californië, en groeit van kustduinen en veengrond tot in het hooggebergte. Het is een snelle, taaie, groenblijvende den met paarsgewijs staande, licht gedraaide naalden van 3–7 cm, waaraan hij zijn naam dankt. De kustvorm blijft lager en kronkeliger, de bergvorm wordt hoger en rechter. In een tuin haalt hij ongeveer 15 m. De kleine, scheve kegels blijven vaak jaren aan de boom hangen. Hij groeit op arme, zure en zelfs natte grond en is een nuttige boom voor windschermen in koude, blootgestelde tuinen.
Let op: In delen van het zuidelijk halfrond, zoals Nieuw-Zeeland, is hij een invasieve boom. In Belgische tuinen is dat zelden een probleem, maar verwijder zaailingen die ongewenst opkomen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand, leem of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -40 °C
Grootte
15 m
hoog, 6 m breed
| Hoogte | 15 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een draaiden?
- Groeivorm
- Groenblijvende boom van ongeveer 15 m hoog en 6 m breed met een smalle tot onregelmatige kroon; de kustvorm is lager en kronkeliger.
- Naalden
- Twee per bundel, 3–7 cm, stevig en licht gedraaid, geelgroen tot donkergroen.
- Kegels
- Klein, eivormig, 3–6 cm, scheef aan de voet; ze blijven vaak jarenlang aan de boom en kunnen lang gesloten blijven.
- Schors
- Dun, oranjebruin tot donkergrijs en schilferend.
- Wortels
- Ondiep en breed uitwaaierend: in zeer natte grond kan hij bij storm omwaaien.
Planten: april–mei en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groeit snel voor een den en vestigt zich ook op arme, zure grond.
- Verdraagt zelfs natte, venige grond, waar veel andere dennen wegkwijnen.
- Extreem winterhard, tot ongeveer −40 °C.
- Een goede boom voor een windscherm in een koude, blootgestelde tuin; de dichte kroon biedt vogels beschutting.
- Groenblijvend, met compacte en geelbladige selecties voor kleinere tuinen.
Waar staat een draaiden graag?
- Volle zon: in de schaduw wordt hij ijl en kaal.
- Bijna elke grond: arm zand, leem of veen, zuur tot neutraal. Vermijd kalkrijke grond.
- Normaal tot vochtig; hij verdraagt vochtige en venige grond beter dan veel dennen.
- Zeer winddicht: geschikt voor een windscherm of een open, winderige plek.
- Reken op 6 m breedte en 5–6 m afstand tot gebouwen; in een windscherm op 2–3 m van elkaar.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 15 m hoog, 6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -40 °C)
Mooi samen met
- Struikhei: Lage, kleurrijke begroeiing in zure, arme grond.
- Brem: Gele bloemen in het voorjaar op dezelfde arme, zure grond.
- Duindoorn: Wind- en droogtebestendig, met oranje bessen voor vogels.
- Bosbes: Zure grond en mooie herfstkleur als lage heester ernaast.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een draaiden?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en even diep. Maak de wanden los zodat de wortels er makkelijk doorheen groeien.
- Zet de plant even diep als in de pot of kluit: de wortelhals blijft op grondniveau.
- Zet een paal bij en bind de stam los vast tegen schommelen. Bij een windscherm plant je zigzag op 2–3 m.
- Geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent.
- Leg een laag mulch van schors of bladcompost rond de voet, zonder de stam te bedekken.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte wekelijks flink water geven. Daarna redt hij zich zelf.
- Bemesten
- Niet nodig: hij is gewend aan arme grond.
- Mulchen
- Schors of bladcompost houdt de grond koel en onderdrukt onkruid rond jonge bomen.
- Paal
- Laat de paal 2–3 jaar staan en controleer de binder, zodat hij niet in de stam snijdt.
- Controle
- Kijk in het voorjaar naar rode of bruine vlekken op de naalden en in de zomer naar kromme scheuten.
Tip: Gebruik hem als windscherm: zet meerdere bomen zigzag op 2–3 m van elkaar en bind ze de eerste jaren aan een paal. Zo houden ze stand in een open, winderige tuin.
Wanneer snoei je een draaiden?
Wanneer: Hij hoeft niet gesnoeid. Haal enkel dode, beschadigde of aangetaste takken weg als dat nodig is.
Hoe:
- Knip dode of beschadigde takken terug tot aan de stam of een zijtak.
- Neem een dubbele top weg en laat één sterke leider staan.
- Knip scheuten die door de dennenscheutboorder zijn aangetast af en gooi ze bij het restafval.
Let op: Snoei nooit in kaal hout zonder naalden: daaruit loopt een den niet meer uit.
Vermeerderen
- Zaaien
- Leg de kegels in de herfst op een warme, droge plek tot ze openspringen en schud de zaden eruit. Zaai ze in het voorjaar in potten buiten, na een koude periode in de winter.
- Enten
- Compacte of gekleurde selecties worden door kwekers geënt; zaailingen zijn niet gelijk aan de moederplant.
Hoe komt een draaiden de winter door?
Winterhard tot −40 °C.
- Extreem winterhard, tot ongeveer −40 °C: geen bescherming nodig.
- In een pot: zet de pot beschut en wikkel hem in jute, zodat de wortels niet bevriezen. Geef water bij droog, vorstvrij weer.
Ziektes en plagen
- Rode-bandziekte: Rode of bruine banden op de naalden, die daarna afsterven, vooral onderaan en in natte jaren. Haal aangetaste takken en afgevallen naalden weg en plant niet te dicht, zodat er lucht doorheen kan.
- Luizen: Grijze of zwarte luizen op de naalden en jonge scheuten, soms met kleverige honingdauw. Spuit ze af met een krachtige waterstraal; lieveheersbeestjes helpen mee.
- Kromme scheuten: Bruine of kromme scheuten met hars in het voorjaar en de zomer: larven van de dennenscheutboorder vreten in de knoppen. Knip aangetaste scheuten af en vernietig ze.
- Omwaaien: Op zeer natte grond schommelt de boom door ondiepe wortels. Plant op een niet te natte plek en zet jonge bomen met een paal vast.
Het jaar rond
- Maart: Controleren op winterschade. Mulch vernieuwen.
- April: Planten. Nieuwe scheuten verschijnen. Controleren op naaldschimmel.
- Mei: Planten. Mulch aanbrengen. Water geven aan jonge bomen bij droogte.
- Juni: Water geven bij droogte. Controleren op kromme scheuten.
- Juli: Aangetaste scheuten wegknippen. Water geven aan jonge bomen.
- Augustus: Water geven bij hitte en droogte.
- September: Planten. De kegels bruinen.
- Oktober: Planten. Nieuwe aanplant water geven.
- November: Potten beschut zetten of inpakken tegen vorst.
- December: Rust. Bij droog, vorstvrij weer potten water geven.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Engelse naam lodgepole pine verwijst naar de lange, rechte stammen die Noord-Amerikaanse inheemse volken als tentpalen gebruikten.
- Veel kegels van de bergvorm blijven jarenlang gesloten en gaan pas open bij hitte, bijvoorbeeld bij een bosbrand.
- Hij wordt in Groot-Brittannië en Scandinavië in de bosbouw geplant op arme, venige grond.