
Foto: Hello, I am Bruce on Flickr, CC BY-SA 2.0 · bron
Naaldboom · Dennenfamilie (Pinaceae)
Grove den
Pinus sylvestris
De grove den is de bekendste den van onze zandgronden: in de Kempen, op de Veluwe en langs heidevelden bepaalt hij het landschap. Hij wordt 20–35 m hoog en is makkelijk te herkennen aan de korte, blauwgroene naalden per twee en aan de oranjerode, schilferende schors hoog in de stam. Jong is hij kegelvormig, oud krijgt hij een hoge, afgeplatte kroon op een lange, kale stam. Hij houdt van zon, arme zure grond en droogte. Voor een gewone tuin wordt hij te groot, maar in een ruime tuin op zandgrond, aan een heiderand of in een park is hij prachtig.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zure grond
zuur
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
20–35 m
hoog
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 20–35 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een grove den?
- Groeivorm
- Boom van 20–35 m; jong kegelvormig, oud met een hoge, afgeplatte of schermvormige kroon van zo’n 8 m breed op een lange, kale stam.
- Naalden
- Per 2 in een schedetje, 3–7 cm lang, blauwgroen, stijf en vaak wat gedraaid.
- Schors
- Onderaan grijsbruin en diep gegroefd, in de kroon opvallend oranjerood en in dunne plaatjes afschilferend.
- Kegels
- 3–7 cm, eivormig met een spitse top, grijsbruin; ze rijpen pas in hun tweede jaar.
- Verschil met de zwarte den
- De zwarte den heeft veel langere (8–16 cm), donkergroene naalden en geen oranje schors bovenin.
Oogst en vruchten: januari–december · Snoeien: mei–juni
Herkennen per kenmerk: Naalden in bundeltjes · Afbladderende schors
Lijkt op, maar is het niet
- Zwarte den Pinus nigra: veel langere (8–16 cm), donkergroene naalden en geen oranje schors bovenin. Verschil met zwarte den
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een boom met karakter: de oranjerode schors gloeit in de avondzon.
- Groeit waar weinig anders groeit: op arme, droge en zure zandgrond.
- De zaden uit de kegels zijn voedsel voor eekhoorn, kruisbek en grote bonte specht.
- Een open kroon die veel licht doorlaat: eronder groeien heide, bosbes en varens.
- Weinig werk: eens geworteld heeft hij geen water, geen mest en nauwelijks snoei nodig.
Waar staat een grove den graag?
- Volle zon: in de schaduw groeit hij ijl en scheef.
- Arme, zure, goed doorlatende grond, zoals zand of heidegrond; hij verdraagt droogte goed, maar geen natte voeten.
- De afgevallen naalden verzuren de grond eronder: ideaal voor heide en bosbes, minder voor een gazon of een border.
- Reken op 20–35 m hoog en een kroon van zo’n 8 m: alleen voor een ruime tuin, een park, een heiderand of een bosje.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Zure grond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 30 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Struikhei: Bloeit paars in augustus–september op dezelfde arme, zure zandgrond: samen het beeld van de Kempen.
- Ruwe berk: Een andere lichtboom van de zandgrond: witte stammen naast oranje schors.
- Wilde lijsterbes: Een kleine boom met oranjerode bessen voor lijsters, die ook arme, zure grond verdraagt.
- Brem: Bloeit goudgeel in mei op droge zandgrond, in de zon aan de rand van de dennen.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Houden van de zure grond onder deze boom: struikhei, rododendron, skimmia, framboos, blauwe bes, toverhazelaar, brem, gaspeldoorn
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een grove den?
- Plant van oktober tot april, als de grond niet bevroren is; containerplanten kunnen ook later, maar niet bij vorst of droogte.
- Kies een kleine, jonge plant (bosplantsoen van 30–60 cm): een den heeft een penwortel en slaat jong het best aan.
- Laat de wortels van wortelgoed geen moment uitdrogen: plant meteen, of sla de plantjes in vochtige grond in.
- Meng geen mest of potgrond in het plantgat: een den wil arme grond.
- Geef water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte; daarna redt hij zich op de droogste zandgrond.
- Bemesten
- Niet nodig: hij is gemaakt voor arme grond.
- Naalden
- Laat de afgevallen naalden liggen: ze vormen een zure strooisellaag waar heide en bosbes van houden.
- Vrijstaande bomen
- Laat de onderste takken van een vrijstaande den staan: ze geven hem een brede, natuurlijke vorm.
- Compact houden
- Een tuinden houd je kleiner door in mei–juni de nieuwe kaarsen in te knijpen (zie snoeien).
Tip: Wil je de sfeer van een grove den in een kleinere tuin? Kies een trage vorm zoals ‘Watereri’, of houd een jonge den compact door elk jaar in mei–juni de kaarsen in te knijpen.
Wanneer snoei je een grove den?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Om een tuinden compact te houden, knijp je in mei–juni de nieuwe scheuten (‘kaarsen’) voor de helft in.
Hoe:
- Knijp of knip de kaarsen in mei–juni, als ze uitgegroeid zijn maar de naalden nog niet uitgespreid staan: zo vertakt de den dichter.
- Snoei een den nooit terug tot in kale takken: daar komen geen nieuwe knoppen meer.
- Bij een bosboom sterven de onderste takken vanzelf af; zaag ze netjes weg, net buiten de takkraag.
Let op: Haal nooit een groot deel van de groene kroon in één keer weg: een den kan een zware snoei niet goedmaken.
Vermeerderen
- Zaaien
- Pluk in de late winter gesloten, bruine kegels en leg ze op een warme, droge plek: ze gaan open en laten de gevleugelde zaden los. Zaai ze in maart–april dun in een bak met zandige grond.
- Zaailingen
- Op open zandgrond zaait hij zich vaak zelf uit; zo’n zaailing kan je het eerste of tweede jaar verplanten, met zoveel mogelijk wortel.
- Enten
- Trage en smalle vormen, zoals ‘Watereri’ of de zuilvorm ‘Fastigiata’, worden geënt; dat is werk voor de kweker.
Hoe komt een grove den de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard, ook in de strengste winters.
- Natte sneeuw kan takken breken: schud zware sneeuw voorzichtig van jonge bomen.
Ziektes en plagen
- Gele naalden in de herfst: De binnenste, oudste naalden worden in september–oktober geel en vallen af. Dat is normaal: een den houdt zijn naalden maar enkele jaren.
- Dennenlotvlinder: Rupsjes vreten de knoppen en jonge scheuten uit; de scheut kromt of sterft af. Knip aangetaste scheuten in het voorjaar weg.
- Dennenscheerder: Een schorskever die in de zomer jonge twijgjes uitholt; die breken af en liggen onder de boom. Vooral bij verzwakte bomen: ruim gekapt dennenhout tijdig op.
- Dennensnuitkever: Een kever die de schors van pas geplante dennetjes aanvreet, vooral waar kort tevoren naaldbomen gekapt zijn. Plant niet meteen op een vers kapvlak.
Het jaar rond
- Januari: Dode en gebroken takken weg; zware sneeuw van jonge bomen schudden.
- Maart: Plantseizoen; zaden uit de kegels halen.
- April: Laatste maand om wortelgoed te planten; zaaien.
- Mei: Kaarsen innijpen om een tuinden compact te houden; de mannelijke kegeltjes geven geel stuifmeel.
- Juni: Laatste maand om de kaarsen in te knippen.
- Juli: Jonge bomen water geven bij droogte.
- September: De oudste naalden kleuren geel en vallen: normaal.
- Oktober: Plantseizoen begint.
- November: Planten van wortelgoed en containerplanten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Hout
- Harsrijk, stevig hout voor balken, palen en planken; vroeger massaal gebruikt als mijnhout.
- Voor de natuur
- De zaden uit de kegels zijn voedsel voor eekhoorn, kruisbek en grote bonte specht.
- Ook gebruikt voor
- Uit de hars werd vroeger terpentijn en pek gewonnen.
Eetbaar en bruikbaar
- Jonge scheuten (mei)
- De jonge, lichtgroene scheuten (‘kaarsen’) in mei, zolang ze zacht zijn en hooguit 5 cm lang. Ze smaken fris, harsig en wat citroenachtig: voor siroop, azijn of kruidensuiker. Pluk per tak hooguit één scheut en nooit de topscheut, anders groeit die tak niet verder.
- Naalden (januari–december)
- Groene naalden kan je het hele jaar plukken voor thee. Neem jonge, frisgroene naalden van gezonde takken.
- Bewaring
- Verse scheuten blijven een paar dagen goed in de koelkast; je kan ze ook invriezen. Naalden pluk je het best vers wanneer je ze nodig hebt; gedroogd blijven ze enkele maanden goed in een gesloten pot.
Let op: Verwar een den nooit met taxus: die heeft platte naalden die afzonderlijk aan de twijg staan, rode besjes, en is dodelijk giftig. Dennen hebben naalden in bundeltjes (bij de grove den per twee) in een vliezig schedetje. Drink dennennaaldenthee met mate en niet tijdens de zwangerschap. Pluk alleen van bomen op je eigen grond of met toestemming, ver van drukke wegen en bespoten velden, en eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Dennenscheutensiroop (Siroop · ± 0,7 liter · 45 min + 1 nacht trekken)
- Dennennaaldenthee (Thee · 2 koppen · 15 min)
- Zandkoekjes met dennenscheuten (Gerecht · ± 24 koekjes · 30 min + 1 uur rusten + 15 min bakken)
- Dennennaaldenzout (Gedroogd · ± 1 potje van 150 ml · 20 min + 1 uur drogen)
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
- Rupsen
- Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In de Kempen werd grove den massaal aangeplant als mijnhout voor de Limburgse steenkoolmijnen.
- Uit de hars werd vroeger terpentijn en pek gewonnen.
- De kruisbek heeft een gekruiste snavel waarmee hij de schubben van dennenkegels openwrikt om bij de zaden te komen.
- Geen enkele den heeft een groter natuurlijk verspreidingsgebied: de grove den groeit van Schotland en Spanje tot diep in Oost-Siberië.
- Na de laatste ijstijd was hij een van de eerste bomen in onze streken, maar later verdrongen loofbomen hem. Bijna alle dennenbossen hier zijn dus aangeplant.