
Foto: Agnieszka Kwiecień, Nova, CC BY 2.5 · bron
Heester · Pinaceae
Bergden
Pinus mugo
In andere talen: Pin de montagne (Français) · Mountain pine (English)
De bergden groeit in het wild in de hooggebergten van Midden- en Zuid-Europa, van de Pyreneeën en de Alpen tot de Karpaten en de Balkan. Daar vormt hij boven de boomgrens dichte, kruipende struwelen. In de tuin is het een brede, struikvormige den met stijve, donkergroene naalden en kleine kegels. Tuiniers houden van hem omdat hij keihard is, weinig vraagt en ook in droge, arme of kalkrijke grond groeit. Voor kleine tuinen zijn er dwergrassen als ‘Mops’ en ‘Gnom’, en ‘Winter Gold’ kleurt in de winter goudgeel.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -40 °C
Grootte
3 m
hoog, 3 m breed
| Snoeimaanden | mei |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een bergden?
- Groeivorm
- Brede, struikvormige den met meerdere stammen, tot 3 m hoog en even breed; dwergrassen blijven 0,5–1,5 m.
- Naalden
- Per twee in een bundeltje, 3–8 cm lang, stijf, vaak wat gebogen en donkergroen. Ze blijven meerdere jaren aan de tak.
- Kegels
- Klein en eivormig, 2–5 cm lang, eerst paarsig en later bruin. Ze rijpen pas in hun tweede jaar.
- Kaarsen
- In het voorjaar rechtopstaande nieuwe scheuten, de ‘kaarsen’, waaraan later de nieuwe naalden uitgroeien.
- Wortels
- Breed vertakt en diep genoeg om droogte te doorstaan. Verplant hem liefst als hij nog jong is.
Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het hele jaar groen: een vaste structuur in de rotstuin, de heidetuin of een grindborder.
- Keihard en bestand tegen wind, ook op een open, onbeschutte plek.
- Droogtebestendig zodra hij geworteld is: geschikt voor arme zandgrond en een grindtuin.
- Groeit op zure, neutrale én kalkrijke grond, wat lang niet elke naaldboom kan.
- Door de kaarsen in mei in te korten hou je hem jarenlang compact; dwergrassen passen zelfs in een pot of trog.
Waar staat een bergden graag?
- Volle zon: in de schaduw wordt hij ijl en kaal aan de binnenkant.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur, neutraal of kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; zorg op zware klei voor een goede afwatering.
- Een open, winderige plek is geen probleem: hij komt uit het hooggebergte.
- Reken voor de soort op 2,5–3 m ruimte en voor dwergrassen op 1–1,5 m. Kijk op het etiket hoe groot je ras wordt.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -40 °C)
Mooi samen met
- Winterheide: Bloeit in de winter in roze en wit en verdraagt, net als de bergden, wat kalk.
- Lavendel: Zilvergrijs blad en paarse bloemen op dezelfde droge, zonnige plek.
- Blauw schapengras: Een blauwe pluk gras als contrast met de donkergroene naalden.
- Tijm: Een geurende, lage mat tussen de stenen van de rotstuin.
- Vetkruid: Droogtebestendig en kleurrijk in de nazomer, ideaal in een grindtuin.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bergden?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; maak op zware grond de bodem los en meng er wat grof zand of grind door.
- Zet de plant even diep als hij in de pot of kluit stond: de stamvoet mag niet onder de grond verdwijnen.
- Staat de kluit in jute, laat het doek dan zitten maar maak het bovenaan rond de stam los.
- Druk de grond goed aan en geef meteen een flinke gieter water.
- Een laag schors of grind rond de voet houdt onkruid weg en de grond vochtig.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig bij droogte, ook in een droog voorjaar. Daarna heeft hij in de volle grond zelden extra water nodig.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Op heel arme zandgrond volstaat een schep compost in het voorjaar.
- Kaarsen
- Eind mei de nieuwe kaarsen voor de helft afbreken houdt hem compact en dicht.
- In pot
- Gebruik een ruime pot met een gat en een doorlatend mengsel van potgrond en grind. Geef in de zomer geregeld water: een pot droogt snel uit.
- Naaldval
- In de herfst kleuren de oudste naalden aan de binnenkant geel en vallen ze af. Dat is normaal.
Tip: Koop een uitgesproken dwergras als je weinig plaats hebt: een gewone zaailing kan na jaren 3 m breed worden. Breek de kaarsen met je vingers, niet met een schaar.
Wanneer snoei je een bergden?
Snoeimaanden: mei.
Wanneer: Eind mei, als de nieuwe kaarsen volgroeid zijn maar de naalden zich nog niet uitgespreid hebben.
Hoe:
- Breek de kaarsen voor de helft of tot een derde af. Met je vingers voorkom je bruine, afgeknipte naaldpunten.
- Doe dat elk jaar: zo blijft de den compact en wordt hij dichter.
- Dode of beschadigde takken mag je het hele jaar wegnemen, tot op een gezonde zijtak of tegen de stam.
- Wil je een tak inkorten, knip dan terug tot net boven een zijtak met naalden.
Let op: Snoei nooit terug tot in kaal hout zonder naalden: een den maakt daar geen nieuwe knoppen en de tak blijft kaal.
Vermeerderen
- Zaad
- Pluk rijpe, nog gesloten kegels in de late winter en laat ze op een warme plek openspringen. Zaai in het voorjaar in potjes en dek het zaad licht af. Zaailingen verschillen vaak sterk in vorm en grootte.
- Enten
- Rassen zoals de dwergvormen worden door kwekers geënt op een onderstam. Stekken slaan bij dennen zelden aan; koop rassen dus liever.
Hoe komt een bergden de winter door?
Winterhard tot −40 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −40 °C: in België is nooit bescherming nodig.
- Schud zware, natte sneeuw van de takken, zodat ze niet uitzakken of breken.
- In een pot: zet hem tegen een muur en geef op vorstvrije dagen af en toe water, zodat de naalden niet uitdrogen.
Ziektes en plagen
- Dennenbladwesp: In mei–juni groepjes grijsgroene larven met een zwarte kop die de naalden van vorig jaar opeten. Als je ze stoort, richten ze zich samen op. Schud of knip ze af in een emmer.
- Roodbandziekte: Naalden met rode tot bruine banden die van onder in de struik afsterven. Hark gevallen naalden op, knip zwaar aangetaste takken weg en zorg voor een luchtige plek.
- Dennenwolluis: Witte, wollige pluisjes op de takken en jonge scheuten. Meestal onschuldig: borstel ze weg of spuit ze af met een harde straal water.
- Bruine naalden: Bij een jonge plant meestal droogte of een te natte, slecht doorlatende grond. Geef water bij droogte en zorg voor een goede afwatering.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Op arme grond wat compost geven.
- April: Planten. Jonge planten water geven in een droog voorjaar.
- Mei: Eind mei de kaarsen voor de helft afbreken. Letten op bladwesplarven.
- Juni: Bladwesplarven afschudden. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juli: Planten in een pot regelmatig water geven.
- September: Planten of verplanten.
- Oktober: Planten. Oude, gele binnennaalden vallen af: dat is normaal.
- December: Zware sneeuw van de takken schudden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In de Alpen groeit de bergden boven de boomgrens als een dicht, kruipend struikgewas dat de grond op steile hellingen vasthoudt.
- Dennenkegels rijpen pas na ongeveer anderhalf jaar, zodat er vaak jonge en rijpe kegels tegelijk aan de struik hangen.
- De bergden werd vroeger veel aangeplant om stuivend zand in de duinen van Denemarken en Nederland vast te leggen.