Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron
Boom · Pinaceae
Himalayaden
Pinus wallichiana
In andere talen: Pin de l’Himalaya (Français) · Bhutan pine (English)
De Himalayaden komt uit de bergen van de Himalaya, van Afghanistan tot Bhutan. Het is een sierlijke, brede den met lange, zachte naalden die in bundels van vijf sierlijk neerhangen. Ze zijn blauwgroen en geven de boom een soepele, wat treurende uitstraling. Jonge bomen zijn kegelvormig; oudere exemplaren worden breder en opener. In de herfst hangen er grote, gebogen kegels van 15–30 cm met hars aan de takken. Hij is volledig winterhard en een prachtige solitair voor een ruime, zonnige plek, beschut tegen koude wind.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
25 m
hoog, 12 m breed
| Hoogte | 25 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een himalayaden?
- Groeivorm
- Brede, kegelvormige boom van 20–25 m hoog en 10–12 m breed, met een open kroon en neerhangende naalden.
- Naalden
- Vijf per bundel, 12–20 cm lang, soepel en hangend, blauwgroen met witte lijnen aan de binnenkant.
- Kegels
- Lange, smalle, vaak gebogen kegels van 15–30 cm, hangend en harsrijk.
- Schors
- Jong glad en grijsbruin, later in kleine platen gebarsten en donkerder.
- Wortels
- Een diep gaand wortelstelsel; hij verplant het best jong.
Planten: april–mei en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zacht, hangend, blauwgroen naaldenkleed dat de boom een sierlijke, bijna treurende uitstraling geeft.
- Grote, gebogen kegels van 15–30 cm met hars zijn in de herfst een blikvanger.
- Volledig winterhard in Vlaanderen, tot ongeveer −25 °C.
- Groenblijvend: het hele jaar structuur en beschutting voor vogels.
- Een mooie solitair voor grote tuinen en parken, met een open, elegante kroon.
Waar staat een himalayaden graag?
- Volle zon; hij verdraagt lichte halfschaduw maar groeit het mooist in de zon.
- Doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot neutraal; geen natte of zeer kalkrijke grond.
- Normale vochtigheid; hij verdraagt tijdelijke droogte als hij eenmaal is aangeslagen.
- Beschut tegen koude, uitdrogende wind. Reken op 8–12 m vrije ruimte; plant niet vlak bij huizen of de erfgrens.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 25 m hoog, 12 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Berk: Licht blad en witte stammen vormen een mooi contrast met de blauwgroene den.
- Rododendron: Een groenblijvende onderbeplanting die in mei bloeit en van zure grond houdt.
- Varens: Frisse, groene onderbeplanting in de halfschaduw aan de voet.
- Siergrassen: Zachte pollen die passen bij de lange, soepele naalden.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een himalayaden?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, bij voorkeur een jonge pot- of kluitplant. Laat de kluit niet uitdrogen.
- Graaf een gat dat twee keer zo breed is als de kluit en even diep. Maak de wanden los met de schop.
- Zet de den even diep als in de pot, met de wortelhals gelijk met de grond.
- Vul het gat op, druk lichtjes aan en geef een flinke gieter water.
- Leg een laag houtsnippers of dennenschors rond de voet, niet tegen de stam.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee zomers bij droogte wekelijks flink water geven. Daarna redt hij zich met regen.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Op zeer arme grond volstaat wat compost in het voorjaar.
- Mulchen
- Een laag houtsnippers of dennenschors houdt de grond vochtig en onderdrukt onkruid. Houd ze weg van de stam.
- Naalden en kegels
- In de herfst vallen oude naalden en gaan de kegels open: veeg ze op of laat ze als natuurlijke mulch liggen.
- Jonge boom beschermen
- Zet in de eerste winters een windscherm van jute of takken aan de koude kant en bescherm de stam tegen maaiers.
Tip: Zet hem op een ruime, zonnige plek die beschut is tegen koude wind. Schud jonge bomen na zware, natte sneeuw uit, want de lange naalden houden die vast.
Wanneer snoei je een himalayaden?
Wanneer: Hij hoeft normaal niet gesnoeid. Dode of beschadigde takken kun je in de winter tot het vroege voorjaar weghalen.
Hoe:
- Knip dode, gebroken of kruisende takken weg tot aan de stam.
- Laat altijd één doorlopende topscheut staan: knip de leider nooit weg.
- Wil je de onderkant opkrikken, haal dan lage takken weg zolang ze nog dun zijn.
Let op: Snoei nooit in kaal, bruin hout zonder naalden of knoppen: een den loopt daar niet meer uit.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai in de herfst in een bak buiten, of bewaar het zaad enkele weken vochtig in de koelkast en zaai in het voorjaar. Zaailingen groeien eerst traag.
- Kopen
- Kwekers kweken de soort uit zaad. Een jonge plant van 1–1,5 m slaat het makkelijkst aan.
Hoe komt een himalayaden de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig voor volwassen bomen.
- Lange, zachte naalden houden natte sneeuw vast: schud jonge bomen na zware sneeuwval voorzichtig uit.
- Zet jonge bomen op een plek die beschut is tegen koude, uitdrogende oostenwind.
Ziektes en plagen
- Takbreuk: Zware, natte sneeuw of storm kan takken breken. Schud jonge bomen uit en knip gebroken takken netjes tot aan de stam.
- Winterwind: Naaldtoppen worden bruin door koude, uitdrogende wind. Kies een beschutte plek en geef bij vorstvrij weer water.
- Wolluis: Witte, wollige plekjes op takken en naalden. Spuit ze af met een stevige waterstraal of dep ze met zeepwater.
- Dennenblaasroest: Oranje blaasjes of zwellingen op takken van vijfnaaldige dennen, met afstervende toppen erboven. Knip aangetaste takken ruim terug tot in gezond hout en ruim ze op.
Het jaar rond
- Maart: Dode of beschadigde takken wegnemen. Planten kan vanaf eind maart.
- April: Planten. Mulch aanbrengen.
- Mei: Planten. Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Water geven aan jonge exemplaren. Letten op wolluis.
- Augustus: Water geven bij langdurige droogte.
- September: Planten. Regelmatig water geven na het planten.
- Oktober: Planten. De kegels rijpen.
- November: Naalden opruimen. Windscherm voor jonge bomen plaatsen.
- December: Rust. Zware sneeuw van de takken schudden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam eert Nathaniel Wallich, de Deense botanicus die de botanische tuin van Calcutta leidde.
- Hij heet ook wel ‘blauwe den’ om zijn blauwgroene naalden.
- In de Himalaya groeit hij op grote hoogte, tot ver boven 2000 m.