
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Primulaceae
Stengelloze sleutelbloem
Primula vulgaris
In andere talen: Primevère acaule (Français) · Primrose (English)
De stengelloze sleutelbloem is een inheemse plant van West- en Zuid-Europa die in het wild groeit in loofbossen, houtkanten en op beschaduwde bermen; in België is hij in het wild eerder zeldzaam. Uit een rozet van gerimpeld, tongvormig blad komen van februari tot mei talrijke lichtgele bloemen met een donkergeel hart, elk op een eigen behaard steeltje. Tuiniers waarderen hem als een van de eerste bloeiers voor bijen en als natuurlijke bodembedekker onder struiken. De bonte primula’s die je in de winter in potjes koopt, zijn kweekvormen; de wilde soort is meestal sterker en blijft jaren staan.
Let op: De plant is licht giftig: eet er niet van en houd jonge kinderen en huisdieren in het oog. Het blad kan bij gevoelige mensen de huid irriteren; draag handschoenen als je veel pollen scheurt.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,25 m breed
Bloei
februari–mei
| Hoogte | 0,15 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | februari–mei |
Herkennen
Hoe herken je een stengelloze sleutelbloem?
- Groeivorm
- Lage rozet van ongeveer 15 cm hoog en 25 cm breed, zonder echte bloemstengel.
- Blad
- Tongvormig en gerimpeld, tot 20 cm lang, frisgroen met een behaarde onderkant; blijft in zachte winters deels staan.
- Bloem
- Vijf hartvormig ingekeepte kroonblaadjes, 2–4 cm breed, elk op een eigen steeltje, van februari tot mei.
- Kleur
- Lichtgeel, zachter dan bij de gewone sleutelbloem, met een donkergeel tot oranje hart.
- Zaad
- Ronde zaaddoosjes; het zaad heeft een vetrijk aanhangsel dat mieren lokt, die het verspreiden.
Bloei: februari–mei · Planten: maart–april en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de eerste bloeiers: al vanaf februari kleur onder struiken en in het gras.
- Belangrijke vroege nectarbron voor hommelkoninginnen, wolzwevers en de citroenvlinder.
- Inheems en goed voor de biodiversiteit in een natuurlijke tuin.
- Zaait zich rustig uit en vormt na een paar jaar mooie groepen.
- Klein en bescheiden: past in elke tuin, ook in een pot of bloembak.
Waar staat een stengelloze sleutelbloem graag?
- Halfschaduw of lichte schaduw, bijvoorbeeld onder bladverliezende struiken of bomen: in het voorjaar licht, in de zomer koel.
- Humusrijke, vochthoudende leem- of kleigrond; zuur tot kalkrijk is goed.
- De grond mag in de zomer niet uitdrogen; volle middagzon verdraagt hij slecht.
- Plant op 20–25 cm afstand, in groepjes voor het mooiste effect.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,15 m hoog, 0,25 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Bosanemoon: Witte sterretjes die tegelijk bloeien onder struiken.
- Longkruid: Blauwe en roze bloemen en gevlekt blad, ook voor halfschaduw.
- Wilde narcis: Lichtgele trompetten die mooi passen bij de zachtgele sleutelbloemen.
- Varens: Vullen de plek in de zomer, als de sleutelbloem rustig ligt.
- Sneeuwklokje: Gaat de bloei vooraf, in dezelfde schaduwrijke hoek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een stengelloze sleutelbloem?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak de grond los en meng er bladcompost of goed verteerde compost door.
- Zet de rozet even diep als in de pot, met het hart net boven de grond, zodat het niet rot.
- Houd 20–25 cm tussen de planten en plant in groepjes van vijf of meer.
- Geef meteen water en houd de grond de eerste weken vochtig.
- Een dunne laag bladcompost rond de planten houdt de grond koel.
Verzorgen
- Water
- Bij droogte in het voorjaar en de zomer water geven, vooral pas geplante exemplaren en planten in potten.
- Bemesten
- In de herfst volstaat een laag bladcompost. Extra mest is niet nodig.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan als je wilt dat hij uitzaait; anders afknippen voor een nette plant.
- Delen
- Scheur grote pollen na de bloei en plant de stukken meteen opnieuw.
- In potten
- Gebruik luchtige potgrond in een pot met een gat in de bodem, en zet hem in de zomer op een schaduwrijke plek.
Tip: Scheur grote pollen na de bloei en plant ze meteen opnieuw: zo krijg je snel een tapijt van lentebloemen. Plant ze onder bladverliezende struiken, waar ze in het voorjaar licht en in de zomer schaduw krijgen.
Wanneer snoei je een stengelloze sleutelbloem?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Na de bloei kun je uitgebloeide bloemen en geel blad weghalen.
Hoe:
- Knip verwelkte bloemen met hun steeltje af als je geen zaailingen wilt.
- Laat een deel van de bloemen zaad zetten als je wilt dat hij zich uitzaait.
- Trek geel en rot blad voorzichtig weg om slakken en schimmels geen kans te geven.
Vermeerderen
- Delen
- Na de bloei, in mei–juni, of in september: graaf de pol op, scheur hem in stukken met elk een rozet en wortels en plant ze meteen opnieuw. Goed water geven.
- Zaaien
- Zaai vers zaad in de zomer in een pot met zaaigrond en zet die buiten in de schaduw. Het zaad kiemt vaak pas na een koude periode, in het voorjaar.
- Zaailingen
- Spontane zaailingen kun je in het voorjaar of de herfst met een kluitje verplanten.
Hoe komt een stengelloze sleutelbloem de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad blijft in zachte winters deels groen; bij strenge vorst sterft het af en loopt de plant in het voorjaar opnieuw uit.
- In een pot: zorg dat de potgrond niet nat blijft en zet de pot beschut tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Dikoorsnuitkever: Halvemaanvormige vraatranden aan het blad en planten die plots verwelken: de larven vreten de wortels, vooral in potten. Gebruik aaltjes (nematoden) in het voorjaar of de late zomer.
- Slakken: Vreten blad en bloemen. ’s Avonds rapen of een bierval plaatsen.
- Vogels: Mussen en vinken pikken soms de bloemen stuk. Een paar takjes of een net over de planten tijdens de bloei helpt.
- Verdroogde planten: Slap, geel blad in de zomer: te droog of te veel zon. Water geven en een koelere plek kiezen.
Het jaar rond
- Februari: Eerste bloemen. Letten op mussen die de bloemen stukpikken.
- Maart: Bloei. Planten.
- April: Volle bloei. Planten. Letten op slakken.
- Mei: Laatste bloemen. Grote pollen scheuren en opnieuw planten.
- Juni: Zaad oogsten en in een pot zaaien. Water geven bij droogte.
- Juli: Grond vochtig houden in de schaduw.
- September: Planten en delen.
- Oktober: Planten. Mulch van bladcompost aanbrengen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Deze primula’s zijn licht giftig: opeten kan braken en buikpijn geven, bij kinderen en ook bij honden en katten, en de fijne haartjes op blad en stelen kunnen bij gevoelige mensen huiduitslag geven. Verwar ze niet met de gewone sleutelbloem (Primula veris), waarvan je de bloemen wel gebruikt: deze primula’s eet je niet, ook de bloemen niet. Draag handschoenen als je veel pollen scheurt of verplant, en was daarna je handen. Zet potjes en bakken met primula’s, die vaak op tafel of de vensterbank staan, buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Engelse naam primrose komt van het Latijnse prima rosa, ‘eerste roos’: hij is een van de eerste bloemen van het jaar.
- Er zijn twee soorten bloemen: met een lange stijl en korte meeldraden, of omgekeerd. Charles Darwin bestudeerde dat systeem, dat zelfbestuiving tegengaat.
- Het zaad heeft een vetrijk aanhangsel dat mieren lokt. Zij slepen het mee en zorgen zo voor de verspreiding.