
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Rosaceae
Dwergamandel
Prunus tenella
In andere talen: Amandier nain (Français) · Dwarf Russian almond (English)
De dwergamandel (Prunus tenella) is een lage, dicht vertakte struik uit Zuidoost-Europa en West-Azië, die in het wild op droge steppen tot in Siberië groeit. In april staat hij vol felroze, schotelvormige bloempjes, tegelijk met het verschijnen van de smalle, glanzende blaadjes. Hij wordt ongeveer 1 m hoog en breed en vormt uitlopers, zodat hij met de jaren een dichte, lage groep wordt. Hij is extreem winterhard en droogtebestendig, en bijen komen graag op de bloemen af. Hij past in een zonnige border, een rotstuin of op een talud.
Let op: Hij vormt uitlopers en kan een flinke groep worden. Plant hem niet vlak naast een gazon of kleine border, en beperk hem door uitlopers jaarlijks af te steken of een wortelgeleider te plaatsen. De pitten in de vruchtjes zijn bitter en niet om te eten.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
1 m
hoog, 1 m breed
Bloei
april
| Snoeimaanden | april–mei |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april |
Herkennen
Hoe herken je een dwergamandel?
- Groeivorm
- Lage, dicht vertakte struik van ongeveer 1 m hoog en breed die uitlopers vormt.
- Blad
- Smal en lancetvormig, enkele centimeters lang, glanzend donkergroen met een licht getande rand.
- Bloem
- Felroze, schotelvormige bloempjes van ongeveer 2 cm, in april, dicht tegen de takken.
- Vrucht
- Kleine, viltig behaarde, amandelachtige vruchtjes in de zomer; de pit is bitter.
- Wortels
- Hij vormt ondergrondse uitlopers, waarmee hij langzaam een dichte groep vormt.
Bloei: april · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: april–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een wolk van felroze bloempjes in april, op een lage struik.
- Bijen en andere vroege insecten vinden er nectar en stuifmeel.
- Extreem winterhard en droogtebestendig.
- Smal, glanzend blad dat de hele zomer fris blijft.
- Weinig werk: groeit in volle zon en zelfs in arme, droge grond.
- Door uitlopers vormt hij een dichte, lage groep die de grond bedekt, mooi op een talud.
Waar staat een dwergamandel graag?
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij minder rijk.
- Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk; arme, droge grond is geen probleem.
- Droog tot normaal vochtig; hij verdraagt droogte, maar geen natte voeten.
- Verdraagt wind en vorst, maar de bloesem kan in april door late nachtvorst beschadigd raken.
- Reken op 80–100 cm per plant; houd rekening met uitlopers en plant niet vlak naast een gazon.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1 m hoog, 1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Narcissen: Gele bloemen onder de roze bloesem, in dezelfde tijd.
- Druifhyacint: Blauwe bloemen die mooi bij het roze passen.
- Lavendel: Houdt van dezelfde zon en droge grond; later in de zomer aan de beurt.
- Siergrassen: Zachte halmen als achtergrond voor de lage struik.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een dwergamandel?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in oktober–november of in maart–april, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en meng er wat compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 80–100 cm tussen de planten; voor een groepje zet je er drie of vijf samen.
- Geef meteen een flinke gieter water en daarna het eerste jaar bij droogte wekelijks.
- Leg een laag compost of schors rond de planten; wil je uitlopers beperken, plaats dan een wortelgeleider.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks. Daarna doorstaat hij droogte goed.
- Bemesten
- In maart een beetje compost of organische mest. Niet te veel: te veel voeding geeft slappe groei en minder bloei.
- Mulchen
- Een laag compost of schors houdt de grond vochtig en weert onkruid.
- Uitlopers
- Steek ongewenste uitlopers in het voorjaar of de herfst af met een scherpe spade.
Tip: Plant hem in volle zon en knip na de bloei enkele oude takken aan de grond weg: zo blijft hij compact en bloeit hij rijk. Steek ongewenste uitlopers af met de spade.
Wanneer snoei je een dwergamandel?
Snoeimaanden: april–mei.
Wanneer: Meteen na de bloei, in april–mei.
Hoe:
- Knip om de 2–3 jaar enkele van de oudste takken helemaal aan de grond weg, zodat nieuwe scheuten ruimte krijgen.
- Kort de uitgebloeide takken licht in, ongeveer een derde, voor een compacte vorm.
- Haal dode, zwakke en beschadigde takken weg.
Let op: Snoei niet in de winter of voor de bloei: je knipt dan de bloemknoppen weg.
Vermeerderen
- Uitlopers
- In oktober–maart een bewortelde uitloper met een spade afsteken en meteen elders planten.
- Zaaien
- Zaai vers zaad in de herfst buiten in een pot; het heeft een koude periode nodig om te kiemen en komt in het voorjaar op.
Hoe komt een dwergamandel de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Extreem winterhard, tot ongeveer −35 °C: ook in strenge Belgische winters is geen bescherming nodig.
- De bloesem in april kan beschadigd raken door late nachtvorst; dek de struik op koude nachten af met vliesdoek.
- In een pot kan hij buiten blijven; zet de pot op voetjes en wikkel hem in jute bij strenge vorst.
Ziektes en plagen
- Monilia: Bloesem en jonge twijgen verwelken en worden bruin in een vochtig voorjaar. Knip aangetaste takken ruim in gezond hout weg en ruim het afval op.
- Bladluis: Kleine luizen op jonge scheuten in het voorjaar. Afspuiten met water volstaat meestal.
- Schotschimmel: Kleine gaatjes in het blad na bruine vlekjes. Ruim aangetaste bladeren op en zorg voor een luchtige standplaats.
- Woekeren: Door de uitlopers komt hij op onverwachte plekken op. Steek ze jaarlijks af of plaats een wortelgeleider.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Compost geven. Uitlopers afsteken.
- April: Bloei: felroze bloempjes met bijen. Na de bloei snoeien.
- Mei: Snoeien na de bloei. Bij koude nachten bloesem beschermen.
- Juni: Vruchtjes vormen zich. Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte, vooral jonge planten.
- Oktober: Planten. Uitlopers afsteken en verplanten.
- November: Planten. Mulch aanbrengen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De dwergamandel is verwant aan de echte amandel, de perzik en de pruim: ze horen allemaal bij het geslacht Prunus.
- De soortnaam tenella betekent ‘tenger’ of ‘fijn’.
- Het ras ‘Fire Hill’ staat bekend om zijn diep roze bloemen.