Sleedoorn (Prunus spinosa)

Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron

Struik · Rozenfamilie (Rosaceae)

Sleedoorn

Prunus spinosa

De sleedoorn is een inheemse, doornige struik van 1–4 m met bijna zwarte takken. Al in maart–april, nog vóór het blad, staat hij wit van de kleine bloempjes: vroeg voedsel voor bijen. In de herfst volgen blauwe, berijpte sleeën, wrang maar na vorst lekker in likeur of gelei. Met zijn doornen en worteluitlopers vormt hij een ondoordringbaar struweel waarin vogels veilig broeden. Ideaal voor een gemengde haag of houtkant in de zon; in een kleine tuin houd je de uitlopers best in toom.

Let op: Vormt veel worteluitlopers: plant hem niet naast een gazon of border. De doornen zijn scherp en prikken ontsteken makkelijk: draag stevige handschoenen en plant hem niet langs een speelplek of pad.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot nat

    niet kieskeurig

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    1–4 m

    hoog

  • Bloei

    maart–april

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni–augustus en november–februari
Hoogte1–4 m
Inheems in BelgiëJa
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen, vlinders en vogels
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimaart–april

Herkennen

Hoe herken je een sleedoorn?

Groeivorm
Dichte, doornige struik van 1–4 m die met worteluitlopers brede bosjes vormt.
Blad
Verspreid, klein (2–4 cm), ovaal en fijn gezaagd.
Schors
Donker, bijna zwart, met scherpe doornige zijtakjes.
Bloem
Kleine witte bloemen, massaal op de kale takken in maart–april.
Vrucht
Blauwe, berijpte sleeën; wrang, na vorst beter (sleedoornlikeur).
Verschil met de eenstijlige meidoorn
De meidoorn heeft gelobd blad en bloeit in mei, na het blad.

Bloei: maart–april · Oogst en vruchten: oktober–november · Snoeien: juni–augustus en november–februari

Herkennen per kenmerk: Witte bloesem · Blauwe bessen · Dorens of stekels

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Witte bloesem in maart–april, een van de eerste nectarbronnen voor bijen.
  • Een doornig struweel: een veilige nestplaats voor vogels.
  • Sleeën voor likeur en gelei, na de eerste vorst.
  • Waardplant van de zeldzame sleedoornpage.

Waar staat een sleedoorn graag?

  • Volle zon; in de schaduw bloeit en draagt hij weinig.
  • Elke grond, droog of vochtig, ook kalkrijk.
  • Reken op 3 m breed, en meer als je de uitlopers laat begaan.
  • Op zijn plaats in een gemengde haag, houtkant of wilde rand; door de uitlopers minder geschikt naast een gazon of border.
Licht
Volle zon
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Droog tot nat
Grootte
4 m hoog, 3 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Eenstijlige meidoorn: Bloeit net na de sleedoorn: samen een doornige, inheemse haag vol bloesem en bessen.
  • Hondsroos: Bloemen in juni en bottels in de herfst, voor dezelfde zonnige haag.
  • Hazelaar: Katjes in januari, sleedoornbloesem in maart: een vroeg voorjaar voor bijen.
  • Wilde kardinaalsmuts: Roze vruchten in de herfst naast de blauwe sleeën.

Past goed bij, en liever niet bij

Past goed bij

Liever niet bij

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een sleedoorn?

  1. Plant van november tot maart, als wortelgoed.
  2. In een gemengde haag: zet hem tussen meidoorn, hondsroos en hazelaar, liefst aan de zonnige kant.
  3. Knip na het planten de takken terug tot 20–30 cm, zodat hij van onderaf dicht uitloopt.
  4. Wil je de uitlopers beperken, graaf dan een wortelscherm in of plant hem waar je rondom kan maaien.

Verzorgen

Water
Enkel het eerste jaar bij droogte.
Bemesten
Niet nodig.
Uitlopers
Maai of steek uitlopers buiten de haag geregeld weg; jonge uitlopers kan je ook verplanten.
Oogsten
Pluk de sleeën in oktober–november, liefst na de eerste vorst.

Tip: Pluk je de sleeën vóór de vorst, leg ze dan een nacht in de diepvries: ze worden er zachter en minder wrang van.

Wanneer snoei je een sleedoorn?

Snoeimaanden: juni–augustus en november–februari.

Wanneer: In de winter als struik; als haag na de bloei.

Hoe:

  • Een vrij uitgroeiende struik: zaag in de winter af en toe de oudste takken aan de voet weg.
  • Een haag: knip in de zomer na de bloei in vorm, liefst niet elk jaar de hele haag.
  • Draag stevige handschoenen: sleedoornprikken ontsteken makkelijk.

Let op: Kijk bij de zomersnoei eerst of er geen vogels nestelen, en snoei nooit alles tegelijk: de eitjes van de sleedoornpage overwinteren op de jonge twijgen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Uitlopers
Steek in de winter een uitloper met wortels los en plant hem apart; makkelijker kan niet.
Zaaien
Zaai de pitten in de herfst buiten; ze kiemen vaak pas na anderhalf jaar.

Hoe komt een sleedoorn de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard.
  • De sleeën blijven tot in de winter hangen: voer voor lijsters en andere vogels.

Ziektes en plagen

  • Worteluitlopers: Hij verovert de omgeving met uitlopers. Maai of steek ze geregeld weg, of plant hem waar dat geen kwaad kan.
  • Spinselmotten: Rupsen spinnen soms de hele struik in een zilverig web en vreten hem kaal. Het ziet er erg uit, maar de struik loopt in de zomer gewoon opnieuw uit.
  • Prikwonden: Doornprikken ontsteken makkelijk. Draag stevige handschoenen en ontsmet een prik goed.
  • Weinig bloei of vrucht: Te veel schaduw, of vorst tijdens de bloei. Geef hem een zonnige plek.

Het jaar rond

  • Januari: Wintersnoei van vrij uitgroeiende struiken.
  • Februari: Laatste wintersnoei; uitlopers wegsteken.
  • Maart: Witte bloei op de kale takken: eerste nectar voor bijen.
  • Juni: Haag na de bloei in vorm knippen; let op nesten.
  • Juli: Haagsnoei.
  • Augustus: Laatste haagsnoei; de sleeën kleuren blauw.
  • Oktober: Sleeën rijpen; wacht op de eerste vorst.
  • November: Sleeën plukken en planten; wintersnoei kan beginnen.
  • December: Wintersnoei.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Eten en drinken
Sleeën voor likeur (sleedoornjenever) en gelei, liefst na de eerste vorst.
Voor de natuur
Vroege bloei voor bijen; nestplaats en bessen voor vogels.

Let op: Vormt veel worteluitlopers.

Eetbaar en bruikbaar

Vruchten (oktober–november)
Sleeën zijn rijp als ze blauwzwart en berijpt zijn en een beetje meegeven, meestal in oktober–november. Na de eerste vorst, of na een nacht in de diepvries, zijn ze minder wrang. Om zo te eten zijn ze te zuur, maar heerlijk in likeur, gelei, siroop of samen met appel in moes.
Bewaring
Vries sleeën in: zo ‘bevries’ je meteen vruchten die nog voor de vorst geplukt zijn. Likeur en gelei blijven lang goed.

Let op: De steen bevat, zoals bij alle Prunus-soorten, stoffen die blauwzuur kunnen vrijmaken: kraak of maal de pitten niet en laat ze heel in likeur en gelei. Verwar sleeën niet met giftige zwarte bessen zoals die van liguster, sporkehout of wegedoorn: een slee is een klein pruimpje met een harde steen, aan een struik met scherpe doornen. Pluk weg van drukke wegen en bespoten akkers.

Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.

Recepten

Goed voor dieren

Rupsen
Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vogels
Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Zweefvliegen
Open bloemen voor zweefvliegen; veel van hun larven eten bladluizen.
Egels
Beschutting en een strooisellaag vol insecten.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Waardplant van de zeldzame sleedoornpage, een klein bruin vlindertje.
  • De grauwe klauwier spiest insecten en muizen op de doornen, als voorraadkast.
  • Het harde, taaie hout werd in Ierland gebruikt voor de shillelagh, een traditionele wandelstok.
  • Een koude periode tijdens de bloei van de sleedoorn heet in het Engels ‘blackthorn winter’ en in het Duits ‘Schlehenwinter’.
  • De shillelagh, de traditionele Ierse wandelstok en knuppel, wordt van oudsher vaak uit sleedoornhout gesneden.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…