Foto: Hectonichus, CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Rhamnaceae
Wegedoorn
Rhamnus alaternus
In andere talen: Nerprun alaterne (Français) · Italian buckthorn (English)
De wegedoorn (Rhamnus alaternus) komt uit het Middellandse Zeegebied, waar hij in de macchia en op rotsachtige hellingen groeit. Het is een snelgroeiende, groenblijvende struik van ongeveer 3 m hoog, met leerachtig, glanzend donkergroen blad. In maart–april draagt hij kleine, geelgroene bloempjes die vroege bijen aantrekken, later gevolgd door bessen die van rood naar zwart kleuren. De bonte vorm ‘Argenteovariegata’ met een crèmewitte bladrand wordt het meest verkocht. Hij verdraagt zon, droogte en wind en is goed te snoeien, dus geschikt als haag of als solitair op een beschutte, zonnige plek.
Let op: De bessen zijn giftig, en ook de rest van de plant is niet eetbaar. Kinderen, honden en katten kunnen ziek worden als ze bessen eten. Leer kinderen dat ze er niet van mogen eten.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
3 m
hoog, 2,5 m breed
Bloei
maart–april
| Snoeimaanden | juni |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | maart–april |
Herkennen
Hoe herken je een wegedoorn?
- Groeivorm
- Dichte, bossige, groenblijvende struik van ongeveer 3 m hoog en 2,5 m breed; in het wild soms hoger, met een kleine boomvorm.
- Blad
- Afwisselend aan de tak, leerachtig en glanzend donkergroen, eirond tot lancetvormig, 2–5 cm lang. Geen doornen.
- Bloem
- Kleine, geelgroene bloempjes in korte trossen in maart–april; ze vallen weinig op. De planten zijn meestal mannelijk of vrouwelijk.
- Vrucht
- Kleine bessen, eerst rood, later zwart, enkel op vrouwelijke planten. Giftig voor mensen en huisdieren.
- Bonte vorm
- ‘Argenteovariegata’ heeft een crèmewitte rand om het groene blad en is de meestverkochte vorm.
Bloei: maart–april · Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het hele jaar glanzend groen, ook in de winter, wanneer weinig struiken blad hebben.
- Verdraagt zon en droogte zodra hij goed is aangeslagen: een struik voor de droge, zonnige plek.
- De bonte vorm brengt licht in een groene border of haag.
- Bloeit al in maart–april, als bijen en andere insecten nog weinig voedsel vinden; de bessen zijn voer voor vogels.
- Goed te snoeien tot een dichte haag, een bol of een vrijstaande struik.
Waar staat een wegedoorn graag?
- Zon tot halfschaduw; de bonte vorm houdt zijn tekening het best in de zon.
- Doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Droge grond is geen probleem, natte en zware klei wel.
- Kies een beschutte plek, bijvoorbeeld tegen een zuid- of westmuur: koude, uitdrogende oostenwind in de winter beschadigt het blad.
- Reken op 2–2,5 m ruimte voor een solitair; voor een haag plant je om de 80–100 cm.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 2,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Dezelfde zon en droge grond; de grijsgroene kussens contrasteren met het glanzende blad.
- Rozemarijn: Een andere groenblijvende struik voor de droge, zonnige border.
- Rotsroos (Cistus): Bloeit rijk in de zomer in dezelfde droge, zonnige omstandigheden.
- Vedergras: Een luchtig siergras dat zachtheid brengt naast het stevige blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een wegedoorn?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober; in het voorjaar heeft hij de hele zomer om te wortelen voor de eerste winter.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en even diep, en maak de wanden los. Meng bij zware klei wat zand door de grond.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de wortelhals op grondniveau, en druk de grond goed aan.
- Geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent.
- Leg een laag van 5 cm mulch (houtsnippers of schors) rond de voet en houd de stam vrij.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks een flinke gieter water. Daarna heeft hij zelden extra water nodig, enkel in lange droge perioden.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Op arme grond in april een handvol organische mest of wat compost.
- Mulchen
- Houtsnippers of schors houden de wortels koel in de zomer en geven in de winter wat extra bescherming.
- Wind en vorst
- Schut hem af tegen koude oostenwind en knip beschadigde delen pas weg als de groei weer op gang komt.
- Bessen
- Vrouwelijke planten dragen bessen. Laat ze hangen voor de vogels, maar knip ze weg als er kleine kinderen in de tuin spelen.
Tip: Plant hem tegen een zuid- of westmuur en snoei in juni: dan is de nieuwe groei voor de winter goed verhout en overleeft hij vorst veel beter.
Wanneer snoei je een wegedoorn?
Snoeimaanden: juni.
Wanneer: In juni, wanneer de voorjaarsgroei klaar is en late nachtvorst voorbij is.
Hoe:
- Knip de scheuten terug tot de gewenste vorm, telkens net boven een blad of zijtak.
- Een haag snoei je met de schaar of heggenschaar, iets smaller aan de top dan aan de voet, zodat er licht tot onderaan komt.
- Haal dode, beschadigde en bevroren takken weg. Na vorstschade wacht je tot er in mei nieuwe scheuten verschijnen.
- Verjong een overgroeide struik stapsgewijs, over twee jaar, niet in één keer.
Let op: Snoei niet laat in het seizoen: late scheuten verhouten niet meer en vriezen in de winter makkelijk terug.
Vermeerderen
- Halfhoutige stekken
- Van juli tot september: stekken van 10–15 cm van de scheuten van dit jaar, onderste bladeren weg, in een mengsel van zand en potgrond onder plastic. Ze wortelen traag, geduld is nodig.
- Zaaien
- Haal in de herfst het zaad uit de rijpe zwarte bessen (met handschoenen) en zaai het in een pot buiten, zodat de winterkou het kiemen op gang brengt. Zaailingen lijken niet altijd op de bonte moederplant.
Hoe komt een wegedoorn de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C. In Vlaanderen meestal zonder problemen op een beschutte plek, maar bij strenge vorst kan het blad bruin worden.
- Jonge planten bescherm je de eerste twee winters: een laag bladeren of mulch rond de voet en bij strenge vorst wintervlies over de kruin.
- Na vorstschade loopt hij vaak weer uit. Knip pas weg wat in mei echt dood blijkt.
- In een pot: zet hem tegen een muur, wikkel de pot in jute of noppenfolie en zet hem bij strenge vorst vorstvrij.
Ziektes en plagen
- Vorstschade: Bruin, slap blad na een strenge winter of koude oostenwind. Zorg voor een beschutte plek, geef niet te laat in het seizoen mest en wacht met terugsnoeien tot mei.
- Wortelrot: Gele, hangende bladeren op te natte grond. Verbeter de drainage met zand of plant op een lichte verhoging; geef niet te veel water.
- Schildluizen: Kleine bruine schilden op takken en bladeren, met plakkerige honingdauw. Wrijf ze af met een zachte borstel en wat zeepwater; veel natuurlijke vijanden helpen mee.
- Bladluizen: Groepjes luizen op de jonge scheuten in het voorjaar. Spuit ze af met water of laat lieveheersbeestjes hun werk doen.
Het jaar rond
- Maart: Bloei begint. Controleren op vorstschade, nog niet snoeien.
- April: Bloei. Planten of verplanten, mulch aanbrengen.
- Mei: Planten. Jonge planten regelmatig water geven. Nieuwe scheuten controleren na vorstschade.
- Juni: Snoeien en in vorm brengen.
- Juli: Bij aanhoudende droogte jonge planten water geven. Halfhoutige stekken nemen.
- Augustus: Halfhoutige stekken nemen. Bessen kleuren van rood naar zwart.
- September: Planten. Rijpe bessen oogsten om te zaaien.
- Oktober: Planten. Mulchlaag aanvullen en jonge struiken beschermen.
- December: Rust. Bij strenge vorst jonge planten afdekken met wintervlies.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. De bessen van deze wegedoorn, eerst rood en later zwart, zijn giftig, en ook blad en schors zijn niet om te eten: net als de inheemse wegedoorn (Rhamnus cathartica) bevat hij laxerende stoffen, die buikpijn, braken en diarree geven, bij kinderen en ook bij honden en katten. Alleen vrouwelijke planten dragen bessen, maar die hangen in een haag of tegen een muur vaak op kinderhoogte. Leer kinderen dat ze niet om te eten zijn, pluk ze weg waar kleine kinderen spelen, en houd honden en katten weg van gevallen bessen. Vogels eten ze wel zonder problemen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De inheemse wegedoorn (Rhamnus cathartica) heeft doornige twijgtoppen; deze zuidelijke soort heeft ondanks zijn naam geen doornen.
- Mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten meestal op aparte planten; alleen vrouwelijke planten dragen bessen.
- In het Middellandse Zeegebied is hij een typische struik van de macchia en loopt hij na een brand vaak weer uit de wortels uit.