
Foto: Nzfauna, CC BY-SA 3.0 · bron
Eenjarige plant · Plantaginaceae
Rhodochiton
Rhodochiton atrosanguineus
In andere talen: Purple bell vine (English)
Rhodochiton komt uit de berggebieden van Mexico en is in zijn thuisland een meerjarige klimmer. Bij ons kweek je hem als eenjarige: in één seizoen klimt hij tot 2–2,5 m hoog met hartvormige bladeren en van juli tot oktober met bijzondere, hangende bloemen. Elke bloem bestaat uit een roze-paarse kelk waaruit een donkerpaarse, buisvormige bloemkroon hangt als de klepel van een klok. De kelk blijft zitten als de kroon al is afgevallen, zodat de plant weken sierlijk blijft. Hij klimt met draaiende bladstelen en is perfect voor een rek, obelisk of hangmand.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
tot 0 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
2,5 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juli–oktober
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 2,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een rhodochiton?
- Groeivorm
- Meerjarige klimmer die bij ons eenjarig wordt gekweekt; windt zich tot 2–2,5 m hoog met bladstelen.
- Blad
- Hartvormig met toegespitste top en getande rand, vaak paarsachtig aangelopen, met lange bladstelen die als ranken werken.
- Bloem
- Hangend: een klokvormige, roze-paarse kelk met daaruit een donkerpaarse, buisvormige kroon van ongeveer 4–5 cm, van juli tot oktober.
- Kleur
- Roze-paarse kelk en bijna zwart-paarse kroon: een opvallend contrast.
- Wortels
- Fijn en vezelig; hij houdt van vochtige, humusrijke grond.
Bloei: juli–oktober · Zaaien: februari–maart · Planten: mei–juni · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zeer opvallende hangende bloemen in twee kleuren, van juli tot oktober.
- Klimt in één seizoen tot 2–2,5 m, handig om een scherm, obelisk of hek snel te bekleden.
- Ook mooi als hangplant in een mand of hoge pot, waar de bloemen goed zichtbaar zijn.
- De kelken blijven na de bloei zitten en geven de plant een lange sierwaarde.
- Doet het in zon en halfschaduw, op een beschutte plek.
Waar staat een rhodochiton graag?
- Zon tot halfschaduw; in volle zon heeft hij meer water nodig, in halfschaduw bloeit hij iets minder rijk.
- Humusrijke, goed doorlatende, vochthoudende grond: zand of leem, zuur tot neutraal. In een pot kwaliteitspotgrond.
- Gelijkmatig vochtig: de kluit mag niet uitdrogen en niet drassig zijn.
- Beschut tegen harde wind; hij is breekbaar en klimt het best tegen een muur of rek in de luwte.
- Plant op 30–40 cm van elkaar tegen een rek, of één tot drie planten in een pot van 30–40 cm.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 2,5 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)
Mooi samen met
- Oostindische kers: Oranje en gele bloemen die mooi contrasteren met het donkere paars.
- Pronkerwt: Geurende bloemen aan een rek naast de paarse klokjes.
- Fuchsia: Dezelfde halfschaduw en hangende bloemen in roze en paars.
- Begonia: Een lage, rijkbloeiende onderbeplanting in rood en roze voor de voet van het rek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een rhodochiton?
Planten in mei–juni.
- Zaai in februari–maart binnen en plant uit na half mei, als er geen nachtvorst meer wordt verwacht.
- Zet de planten eerst een week overdag buiten om te wennen en haal ze ’s nachts nog binnen.
- Geef steun voor het planten: een fijn rek, touwen, een obelisk of dunne takken.
- Graaf een plantgat iets groter dan de kluit en meng er compost door; in een pot gebruik je potgrond en een pot met gaten in de bodem.
- Plant even diep als in de kweekpot, druk aan en geef flink water.
- Leid de eerste scheuten voorzichtig naar de steun toe.
Verzorgen
- Water
- Gelijkmatig vochtig houden, in potten bij warm weer dagelijks. Water aan de voet.
- Bemesten
- Van juni tot september om de twee weken bloemenmest in het gietwater.
- Steun
- Geef een fijn rek, touwen of takken; hij windt zich vast met zijn bladstelen en hoeft meestal niet te worden vastgebonden.
- Uitgebloeide bloemen
- Het is niet nodig: de kelken blijven mooi. Verwijder alleen verdroogde delen.
- Toppen
- Knijp jonge planten op 20–30 cm uit voor een rijkere vertakking.
Tip: Zaai in februari–maart binnen en plant na half mei tegen een fijn rek, touwen of een obelisk in de luwte. Je kunt hem ook uit een hangmand laten hangen; geef hem regelmatig water en bloemenmest.
Wanneer snoei je een rhodochiton?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Hij wordt nauwelijks gesnoeid; kort overwinterde planten in maart in.
Hoe:
- Knijp bij jonge planten de topscheuten uit voor meer vertakking.
- Verwijder in de zomer dode of zwakke scheuten tot aan de voet.
- Knip overwinterde planten in maart terug tot 20–30 cm.
Vermeerderen
- Zaaien
- In februari–maart binnen bij 18–20 °C: zaai op het oppervlak, druk het fijne zaad aan en dek het nauwelijks af. Het kiemt in 2–4 weken. Verspeen in potjes zodra de eerste echte blaadjes er zijn en wen ze in mei aan de buitenlucht.
- Stekken
- In augustus–september: stekken van 8–10 cm van half rijpe scheuten, onderste bladeren weg, in vochtige stekgrond. Houd ze licht en vorstvrij; ze wortelen binnen enkele weken.
Hoe komt een rhodochiton de winter door?
Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: hij verdraagt hooguit lichte vorst rond 0 °C en sterft in een gewone winter af. Haal hem in oktober, voor de eerste nachtvorst, naar binnen als je hem wilt bewaren.
- Overwinter licht en vorstvrij, bij 5–10 °C, en geef weinig water. In maart terugsnoeien en in verse grond zetten.
- Eenvoudiger: neem in augustus–september een paar stekken, of zaai elk voorjaar opnieuw uit zaad.
Ziektes en plagen
- Bladluis en witte vlieg: Kleverig blad en kleine insecten op jonge scheuten. Afspoelen met water, een zachte zeepoplossing gebruiken en lieveheersbeestjes laten helpen.
- Spint: Fijne webjes en gelige spikkels op het blad bij droge, warme lucht. Blad af en toe besproeien en aangetaste delen verwijderen.
- Slakken: Jonge plantjes worden afgevreten. Verzamel slakken ’s avonds of leg slakkenvallen.
- Weinig bloei: Te veel stikstofmest of te weinig licht geeft veel blad en weinig bloemen. Geef bloemenmest en kies een lichtere plek.
- Wortelrot: Slappe plant en bruine wortels bij natte, koude grond. Zorg voor goede afwatering en geef minder water.
Het jaar rond
- Februari: Binnen zaaien bij 18–20 °C.
- Maart: Zaaien en verspenen. Overwinterde planten terugknippen.
- April: Verpotten. Licht en koel zetten.
- Mei: Na half mei buiten planten. Steun plaatsen.
- Juni: Eerste scheuten leiden. Elke twee weken bemesten.
- Juli: Bloei begint. Water geven en blijven bemesten.
- Augustus: Bloei. Eventueel stekken nemen.
- September: Volle bloei, de kelken sieren de plant.
- Oktober: Laatste bloei. Binnenhalen of zaad verzamelen.
- November: Winterrust: licht, vorstvrij, weinig water.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Rhodochiton komt uit het Grieks: rhodon (roos) en chiton (tuniek), naar de roze kelk die de bloem omhult.
- Hij klimt niet met ranken maar met draaiende bladstelen, die zich om een steun heen winden.
- De kelk blijft na het afvallen van de kroon zitten, zodat de plant tot laat in de herfst in bloei lijkt te staan.