Foto: Hardyplants (talk), Public domain · bron
Vaste plant · Caprifoliaceae
Geel duifkruid
Scabiosa ochroleuca
In andere talen: Scabieuse jaune (Français) · Cream scabious (English)
Het gele duifkruid (Scabiosa ochroleuca) komt uit de droge graslanden en steppen van Oost-Europa tot West-Azië. Op ijle, vertakte stengels draagt deze kortlevende vaste plant van juni tot oktober zachtgele, kussenvormige bloemhoofdjes. Het grijsgroene blad vormt aan de voet een lage rozet, de stengelbladeren zijn ingesneden. Bijen en vlinders zijn dol op de bloemen. Hij past in een grindtuin, in prairie-achtige beplanting en tussen siergrassen. Hij leeft niet lang, maar zaait zich vaak uit in droge, schrale grond.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juni–oktober
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een geel duifkruid?
- Groeivorm
- Ijle, vertakte pol van ongeveer 60 cm hoog en 40 cm breed. Kortlevend: meestal enkele jaren.
- Blad
- Grijsgroene grondrozet; de stengelbladeren zijn ingesneden.
- Bloem
- Zachtgele, kussenvormige bloemhoofdjes op slanke stengels, van juni tot oktober.
- Wortels
- Diepgaande penwortel; verplanten van oude planten gaat slecht. Houdt van een droge winter.
Bloei: juni–oktober · Zaaien: maart · Planten: maart–mei en september · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit uitzonderlijk lang, van juni tot oktober, met zachtgele bloemhoofdjes.
- Trekt bijen en vlinders aan.
- Droogtebestendig en tevreden met schrale grond in volle zon.
- Luchtig en ijl: ideaal tussen siergrassen en in een natuurlijke beplanting.
- Zaait zich vaak uit, zodat je gratis nieuwe planten krijgt.
Waar staat een geel duifkruid graag?
- Volle zon voor de rijkste bloei en de stevigste stengels.
- Zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk, schraal en goed doorlatend.
- Droog tot normaal vochtig; staande nattigheid in de winter doodt hem vaak.
- Reken op 30–40 cm per plant; beschut tegen harde wind.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Vedergras: Een luchtig siergras dat past bij de ijle gele bloemhoofdjes.
- Steppesalie: Salvia nemorosa bloeit in dezelfde droge zon, met violette aren.
- Rode zonnehoed: Echinacea geeft contrast in kleur en vorm.
- Kattenkruid: Nepeta bloeit lang en trekt eveneens bijen aan.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een geel duifkruid?
Planten in maart–mei en september.
- Plant in maart–mei of in september, als de grond niet bevroren of drassig is. Zelfgezaaide planten zet je in mei uit.
- Maak zware grond lichter met grof zand of grind zodat het water goed wegloopt.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de kroon op grondniveau.
- Houd 30–40 cm tussen de planten.
- Geef na het planten flink water en daarna alleen bij langdurige droogte.
- Strooi een laag fijn grind rond de plant; compost is niet nodig.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar een paar keer water bij droogte; daarna meestal niet meer nodig.
- Bemesten
- Niet nodig. Rijke grond geeft slappe stengels en een kortere levensduur.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze regelmatig af voor een langere bloei. Laat in september een paar hoofdjes staan zodat hij zich uitzaait.
- Mulchen
- Gebruik grind in plaats van compost; zo blijft de kroon droog.
- Steun
- In schrale grond meestal niet nodig; in rijke grond helpen stevige buren.
Tip: Laat in september een paar bloemhoofdjes staan zodat hij zich uitzaait en zorg voor een goed doorlatende grond. De plant leeft kort, maar de zaailingen nemen het over.
Wanneer snoei je een geel duifkruid?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe scheuten; uitgebloeide bloemen gedurende de zomer.
Hoe:
- Knip in maart de dode stengels en het oude blad terug tot vlak boven de rozet.
- Knip uitgebloeide bloemhoofdjes af, tot boven een zijscheut, voor een langere bloei.
- Laat in september een paar hoofdjes staan voor zaad.
Let op: Snoei niet in de herfst terug tot de grond: het blad beschermt de kroon in natte winters.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai in maart binnen op kamertemperatuur; plant de zaailingen na de laatste vorst, in mei, uit. Verwilderde zaailingen kun je in het voorjaar verplanten.
- Stekken
- In het voorjaar jonge scheuten aan de voet van 5–8 cm afsnijden en in zandige potgrond zetten; ze wortelen in enkele weken.
Hoe komt een geel duifkruid de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: bij ons geen bescherming nodig, maar natte winters zijn het gevaar.
- Zorg voor goede drainage; in zware grond helpt grind rond de kroon.
- Laat het blad in de winter staan; het beschermt de kroon. In een pot: onder een afdak houden, zodat het niet te nat wordt.
Ziektes en plagen
- Rot door natte voeten: De plant verwelkt of sterft in een natte winter. Plant op grind of zand en kies een zonnige, drogere plek.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in benauwde zomers. Meer ruimte, water aan de voet en aangetaste bladeren wegknippen.
- Slakken: Ze vreten jonge planten in het voorjaar. Verzamel ze ’s avonds en bescherm jonge planten.
- Slappe groei: In rijke grond of te veel schaduw. Verplant naar schralere grond en meer zon.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels terugknippen. Binnen zaaien. Planten.
- April: Planten. Zaailingen verspenen.
- Mei: Zaailingen uitplanten. Grind rond de plant.
- Juni: Begin van de bloei. Uitgebloeide hoofdjes afknippen.
- Juli: Bloei. Afknippen voor meer bloemen.
- Augustus: Bloei. Alleen bij langdurige droogte water geven.
- September: Planten. Een paar hoofdjes laten staan voor zaad.
- Oktober: Laatste bloei.
- November: Blad laten staan als bescherming.
- December: Rust.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam ochroleuca betekent ‘geelwit’: ochros is Grieks voor bleekgeel en leukos voor wit.
- Duifkruid werd vroeger tot de kaardebolfamilie gerekend; tegenwoordig staat het in de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).