Foto: J. Patrick Fischer, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Caryophyllaceae
Dagkoekoeksbloem
Silene dioica
In andere talen: Silène dioïque (Français) · Red campion (English)
De dagkoekoeksbloem is een inheemse wilde plant van bosranden, heggen en houtkanten in België en een groot deel van Europa. Hij vormt een losse pol van zacht behaarde bladeren, waaruit van april tot juli vertakte stengels tot 60 cm hoog groeien met helderroze bloemen met vijf diep ingesneden kroonblaadjes. Mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op aparte planten. Het is een kortlevende vaste plant die zich makkelijk uitzaait, zodat hij toch jarenlang in de tuin blijft. Tuiniers kiezen hem voor een natuurlijke tuin, een wilde haag of een bosrand, waar hij bijen, hommels en vlinders lokt. Er bestaat ook een gevulde vorm, ‘Flore Pleno’.
Let op: Zaait zich makkelijk uit, ook in paden en tussen andere planten. Knip de uitgebloeide stengels weg voor het zaad rijp is als je dat wilt beperken.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
april–juli
| Snoeimaanden | juni en oktober |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–juli |
Herkennen
Hoe herken je een dagkoekoeksbloem?
- Groeivorm
- Losse pol van bladrozetten met vertakte, behaarde bloeistengels tot 60 cm hoog en 30 cm breed.
- Blad
- Eirond tot langwerpig, tegenoverstaand, zacht behaard en donkergroen. De bladrozet blijft in de winter vaak groen.
- Bloem
- Bloemen van ongeveer 2 cm breed met vijf diep tweelobbige kroonblaadjes, in losse trossen.
- Kleur
- Helder- tot donkerroze, zelden wit.
- Geslacht
- Tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op aparte planten. Alleen de vrouwelijke planten vormen zaad.
- Vrucht
- Een eivormig zaaddoosje met tanden die naar buiten krullen; het zaad valt rond de plant uit.
Bloei: april–juli · Zaaien: april–mei en september · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: juni en oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Inheems en een echte natuurplant: hommels, bijen en dagvlinders bezoeken de bloemen.
- Bloeit maandenlang, van april tot juli, en na terugknippen vaak opnieuw.
- Gedijt in halfschaduw onder een haag of aan een bosrand, waar veel andere bloeiers het laten afweten.
- Makkelijk en sterk: groeit op zand, leem of klei.
- Zaait zich uit en vult zo vanzelf lege plekjes in een natuurlijke tuin.
Waar staat een dagkoekoeksbloem graag?
- Halfschaduw of lichte schaduw, zoals langs een haag, onder bomen of aan een bosrand.
- Zand-, leem- of kleigrond, zuur, neutraal of kalkrijk; humusrijke grond is het best.
- Normaal vochtig; in een droge zomer is de bloei korter.
- Plant op 30 cm van elkaar, in groepjes of verspreid tussen andere planten.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Fluitenkruid: Witte schermen in mei langs de haag: samen een klassiek beeld van onze bermen.
- Wilde hyacint: Blauwe klokjes in april en mei onder bomen, naast de roze koekoeksbloemen.
- Vingerhoedskruid: Hoge bloeiaren in juni, ook een plant van de bosrand.
- Grote muur: Witte sterretjes in het voorjaar langs dezelfde heggen.
- Varens: Groen loof dat de schaduwplek na de bloei rustig houdt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een dagkoekoeksbloem?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober.
- Maak de grond los en werk er wat compost of bladaarde door.
- Zet de plant even diep als in de pot en hou ongeveer 30 cm afstand.
- Druk de grond aan en giet goed aan.
- Zaaien kan ook: strooi het zaad in april–mei of in september ter plaatse en dek het nauwelijks af.
Verzorgen
- Water
- Alleen bij langdurige droogte, vooral het eerste jaar.
- Bemesten
- Niet nodig: te rijke grond geeft slappe, omvallende stengels.
- Terugknippen
- Knip in juni de uitgebloeide stengels terug tot net boven de bladrozet: zo krijg je een nabloei.
- Uitzaaien
- Laat een paar stengels in zaad staan als je jonge planten wilt; hij is kortlevend en vernieuwt zichzelf zo.
- Opruimen
- Knip in oktober de oude, verdroogde stengels weg; de bladrozet blijft staan.
Tip: Knip in juni de helft van de stengels terug en laat de andere helft doorbloeien: zo heb je de hele zomer bloemen en toch wat zaad voor nieuwe planten.
Wanneer snoei je een dagkoekoeksbloem?
Snoeimaanden: juni en oktober.
Wanneer: Na de eerste bloei, in juni, voor een nabloei, en in oktober een opruimbeurt.
Hoe:
- Knip in juni de uitgebloeide bloeistengels terug tot net boven de bladrozet.
- Laat een deel van de stengels staan als je wilt dat hij zich uitzaait.
- Knip in oktober de oude, verdroogde stengels af; laat de bladrozet staan.
Vermeerderen
- Zaaien
- In april–mei of in september ter plaatse of in een pot zaaien. Het zaad kiemt makkelijk; dun de zaailingen uit tot 30 cm.
- Zaailingen
- Graaf zelf uitgezaaide jonge planten in het voorjaar of de herfst uit en verplant ze.
- Scheuren
- Oudere pollen kun je in maart of september voorzichtig scheuren, maar zaaien gaat makkelijker.
Hoe komt een dagkoekoeksbloem de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: een inheemse plant die geen bescherming nodig heeft.
- De bladrozet blijft in zachte winters vaak groen.
- Laat gevallen blad gerust liggen: zoals aan een bosrand beschermt en voedt het de grond.
Ziektes en plagen
- Te veel zaailingen: Hij zaait zich makkelijk uit. Knip de uitgebloeide stengels weg voor het zaad rijp is en wied overbodige zaailingen.
- Brandschimmel: Een schimmel die de meeldraden vult met donkerpaarse sporen in plaats van stuifmeel; aangetaste planten vormen geen zaad. Haal ze helemaal weg.
- Omvallende stengels: In te rijke grond of te diepe schaduw. Geef geen mest en knip na de bloei terug.
- Bladluis en slakken: Op jonge scheuten. Meestal ruimen natuurlijke vijanden ze op; spuit anders af met water en raap slakken ’s avonds weg.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Jonge zaailingen verplanten.
- April: Begin van de bloei. Ter plaatse zaaien.
- Mei: Volle bloei. Zaaien of planten.
- Juni: Na de eerste bloei terugknippen voor een nabloei.
- Juli: Nabloei. Een paar stengels in zaad laten staan.
- Augustus: Zaad oogsten van vrouwelijke planten.
- September: Zaaien en planten.
- Oktober: Oude stengels wegknippen. Planten.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- ‘Dioica’ betekent ‘twee huizen’: mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien op aparte planten.
- Hij kruist makkelijk met de verwante avondkoekoeksbloem, die witte bloemen heeft; de nakomelingen bloeien vaak lichtroze.
- Een brandschimmel kan de plant kapen: bij besmette vrouwelijke planten groeien meeldraden vol sporen in plaats van zaad.