Foto: Christer T Johansson, CC BY 3.0 · bron
Kamerplant · Gesneriaceae
Gloxinia
Sinningia speciosa
De gloxinia (Sinningia speciosa) komt uit Brazilië en vormt een knol waaruit elk jaar een rozet van grote, fluweelzachte bladeren groeit. Daarboven verschijnen van mei tot augustus grote, klokvormige bloemen in diepe tinten paars, rood, roze of wit, vaak met een lichte rand. Het is een compacte kamerplant van ongeveer 25 cm hoog en 30 cm breed. Na de bloei sterft het blad af en rust de knol enkele maanden, zodat de plant jaar na jaar kan terugkomen. Mensen kiezen hem voor zijn overdadige, lang durende bloei op een lichte vensterbank.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 15 °C
Grootte
0,25 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–augustus
| Hoogte | 0,25 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een gloxinia?
- Groeivorm
- Compacte knolplant met een rozet van blad, ongeveer 25 cm hoog en 30 cm breed.
- Blad
- Groot, ovaal tot eirond, dik en fluweelachtig behaard, donkergroen.
- Bloem
- Grote klokvormige trompetten, vaak 5–8 cm breed, in paars, rood, roze, wit of tweekleurig, van mei tot augustus.
- Knol
- Een dikke, ondergrondse knol waarin de plant reserves bewaart tijdens de rustperiode.
- Herkomst
- Brazilië: warm, vochtig en half beschaduwd.
Bloei: mei–augustus · Planten: februari–maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Overdadige bloei van mei tot augustus met grote, fluweelachtige klokbloemen in veel kleuren.
- Compact: past op een vensterbank of kleine tafel.
- Fluweelzacht, groot blad als groene basis onder de bloemen.
- Kan jaar na jaar terugkomen: de knol rust in de winter en loopt in het voorjaar opnieuw uit.
- Een kleurrijke, lang bloeiende plant voor een lichte plek zonder felle zon.
Waar staat een gloxinia graag?
- Halfschaduw: een lichte plek zonder rechtstreekse zon, die het blad verbrandt. Een oost- of noordraam is ideaal.
- Losse, humusrijke, luchtige potgrond (licht veenachtig) met perliet, licht zuur tot neutraal.
- Gelijkmatig vochtig tijdens de groei, maar nooit nat.
- Kamertemperatuur van 18–24 °C en nooit onder 15 °C.
- Bescherm hem tegen tocht en droge lucht: dan vallen de knoppen af.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 0,25 m hoog, 0,3 m breed
- Temperatuur
- Minimum 15 °C
Mooi samen met
- Kaaps viooltje: Een verwante kamerplant met dezelfde licht- en vochtbehoefte en kleine bloemen als contrast.
- Begonia: Bloeit ook op een lichte vensterbank en heeft sierlijk blad.
- Zwaardvaren: Een luchtig, groen bladbeeld naast de fluweelzachte rozet.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gloxinia?
Planten in februari–maart.
- Start de knol in februari–maart; kies een stevige knol zonder zachte plekken.
- Gebruik een ondiepe pot van 10–12 cm met afvoergat en losse potgrond met wat perliet.
- Leg de knol met de holle kant naar boven en bedek hem met hooguit 1 cm grond.
- Zet hem op een lichte, warme plek (ongeveer 20 °C) en geef eerst weinig water: pas meer als er scheuten verschijnen.
- Na 2–4 weken verschijnen de eerste scheuten; geef dan meer licht en water.
- Een gekochte, bloeiende plant verpot je niet tijdens de bloei: zet hem op een lichte plek en geef regelmatig water.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond gelijkmatig vochtig, maar niet nat. Giet kamerwarm water in het schoteltje of voorzichtig op de grond, zonder het blad nat te maken: koud water en natte bladeren geven vlekken en rot.
- Bemesten
- Vanaf de eerste scheuten tot het einde van de bloei om de 2 weken een meststof voor bloeiende planten, op halve sterkte. Daarna stoppen.
- Luchtvochtigheid
- Hij houdt van vochtige lucht, maar nevel niet op het blad: zet de pot op een schaal met natte kleikorrels.
- Uitgebloeide bloemen
- Knijp verwelkte bloemen met hun steeltje weg: dat bevordert nieuwe knoppen en voorkomt schimmel.
- Rustperiode
- Na de bloei (augustus–september) geef je steeds minder water; het blad sterft af. Bewaar de pot droog bij 10–15 °C tot februari.
Tip: Leg de knol na de rust met de holle kant naar boven en bedek hem nauwelijks: te diep planten laat hem rotten.
Wanneer snoei je een gloxinia?
Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid, maar je verwijdert verlepte bloemen tijdens de bloei en afgestorven blad na de bloei.
Hoe:
- Knijp een verlepte bloem met steeltje aan de voet weg.
- Haal gele of dode bladeren weg tot aan de knol.
- Als al het blad geel en dor is (augustus–oktober), knip je het 2–3 cm boven de knol af.
- Gebruik een schone schaar.
Let op: Trek het blad niet uit de knol: dat kan de knol beschadigen.
Vermeerderen
- Bladstek
- In mei–juli: neem een gezond, vol blad met 3–4 cm steel, steek het schuin in vochtige, luchtige stekgrond en houd het warm (ongeveer 22 °C) onder plastic. Na enkele weken vormt zich een kleine knol met nieuwe scheuten; tot de bloei duurt het maanden.
- Zaaien
- Het zaad is zeer fijn: strooi het in februari–maart op vochtige zaaigrond, niet bedekken, en houd het licht en warm (20–24 °C). Het duurt enkele maanden voor je een bloeiende plant hebt.
Hoe komt een gloxinia de winter door?
- Niet winterhard: de groeiende plant wil minstens 15 °C. De rustende knol bewaar je droog bij 10–15 °C, in de pot.
- Geef tijdens de rust niet of nauwelijks water, hooguit een klein beetje per maand, zodat de knol niet uitdroogt.
- In februari–maart haal je de knol uit de oude grond, verwijder je zachte of rotte delen en pot je hem in verse potgrond.
- Zet de pot daarna warm en licht om opnieuw te starten.
Ziektes en plagen
- Grauwe schimmel: Grijs, pluizig schimmel op bloemen en bladeren bij natte bladeren en stilstaande, vochtige lucht. Verwijder aangetaste delen, giet niet op het blad en zorg voor frisse lucht.
- Verwelkende knoppen: Door tocht, droge lucht of schommelende temperatuur. Zoek een vaste, beschutte plek en verhoog de luchtvochtigheid zonder te nevelen.
- Vlekken op het blad: Door koud water of waterdruppels in de zon. Geef kamerwarm water en vermijd nat blad.
- Knolrot: De knol wordt zacht en riekt. Te veel water, vooral tijdens de rust. Geef minder water, haal rotte delen weg en pot hem in verse grond.
- Thrips en mijt: Lichte strepen op bloemen, vervormde knoppen of gekruld blad. Verwijder aangetaste delen en zet de plant apart.
Het jaar rond
- Januari: Rust van de knol: droog en koel (10–15 °C).
- Februari: Knol verpotten en starten bij ongeveer 20 °C. Weinig water.
- Maart: Verpotten. Scheuten laten uitlopen. Op een lichte plek zetten.
- April: Groei: meer water. Starten met bemesten om de 2 weken.
- Mei: Eerste bloemen. Bemesten. Verlepte bloemen wegknijpen.
- Juni: Bloei. Water geven zonder het blad nat te maken. Bladstekken nemen.
- Juli: Bloei. Bladstekken nemen. Bemesten.
- Augustus: Laatste bloei. Stoppen met bemesten. Water langzaam verminderen.
- September: Het blad sterft af. Weinig of geen water.
- Oktober: Rust. Verdroogd blad afknippen. Knol droog en koel bewaren.
- November: Rust. Knol droog en koel bewaren.
- December: Rust. Nauwelijks water.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht is genoemd naar Wilhelm Sinning, een Duitse tuinman aan de botanische tuin van Bonn.
- De plant hoort bij de Gesneriaceae, net als het Kaapse viooltje.
- Hij heet vaak gloxinia, maar de echte Gloxinia is een ander geslacht.