
Foto: Eric Hunt, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Guldenroede
Solidago caesia
In andere talen: Verge d’or bleuâtre (Français) · Blue-stemmed goldenrod (English)
Deze guldenroede groeit in het wild in loofbossen en langs bosranden in het oosten van Noord-Amerika. Anders dan de bekende, hoge guldenroedes is het een bescheiden plant van zo’n 70 cm, met slanke, boogvormige stengels die paars zijn en blauwwit berijpt. In september en oktober verschijnen kleine trosjes goudgele bloemen in de bladoksels, zodat de hele stengel als een gele krans oplicht. Hij vormt een nette pol en woekert niet, wat hem geschikt maakt voor een gemengde border of een bostuin. Bovendien is het een van de weinige guldenroedes die het goed doen in halfschaduw en zelfs in schaduw.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,7 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
september–oktober
| Snoeimaanden | maart en november |
|---|---|
| Hoogte | 0,7 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | september–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een guldenroede?
- Groeivorm
- Pol van slanke, boogvormig overhangende stengels, ongeveer 70 cm hoog en 50 cm breed.
- Stengel
- Paars met een blauwwitte, wasachtige waas; daaraan dankt de plant de naam caesia, ‘blauwgrijs’.
- Blad
- Smal lancetvormig, glad en donkergroen, verspreid langs de hele stengel.
- Bloem
- Kleine, goudgele bloemhoofdjes in trosjes in de bladoksels langs de stengel, in september–oktober.
- Wortels
- Korte wortelstok; de pol breidt maar langzaam uit.
Bloei: september–oktober · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Late bloei in september en oktober, als er in de schaduwtuin weinig meer bloeit.
- Een van de weinige guldenroedes voor halfschaduw en schaduw.
- Nectar en stuifmeel voor bijen, hommels en vlinders aan het einde van het seizoen.
- Vormt een nette pol en woekert niet, anders dan de Canadese guldenroede.
- Sierlijke, boogvormige stengels met een blauwe waas, ook buiten de bloeitijd mooi.
- Makkelijk en sterk: zelden ziek en zonder steun.
Waar staat een guldenroede graag?
- Halfschaduw of lichte schaduw, bijvoorbeeld onder hoge bomen of aan een bosrand.
- Zand- of leemgrond, humusrijk, zuur tot neutraal.
- Normaal vochtig: niet kurkdroog, maar ook niet drassig.
- Plant op 40–50 cm afstand, het mooist in groepjes van drie of meer.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,7 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Varens: Fris groen blad als achtergrond voor de gele bloemkransen in de schaduw.
- Japanse anemoon: Bloeit in dezelfde periode, in wit of roze, en houdt ook van halfschaduw.
- Bosaster: Kleine witte of lichtblauwe stervormige bloemen, eveneens in halfschaduw.
- Zegge: Een groenblijvend, fijn grasachtig accent in de schaduw.
- Hosta: Grote bladeren aan de voet als contrast met de fijne stengels.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een guldenroede?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Maak de grond los en werk er wat bladcompost of gewone compost door.
- Graaf een plantgat dat ruim groter is dan de pot en zet de plant even diep als ze in de pot stond.
- Houd 40–50 cm tussen de planten.
- Druk de grond aan en geef meteen een flinke gieter water.
- Leg een laag bladaarde of fijne houtsnippers rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar water geven bij droogte; daarna enkel tijdens lange droge periodes.
- Bemesten
- Weinig nodig: wat bladcompost in het voorjaar volstaat.
- Mulchen
- Een laag bladaarde of fijne houtsnippers, zoals op een bosbodem, houdt de grond los en vochtig.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan tot de late winter; knip ze eerder weg als je geen zaailingen wilt.
- Scheuren
- Om de 4–5 jaar, als de pol in het midden kaal wordt of minder bloeit.
Tip: Plant hem aan een bosrand of onder hoge bomen waar in de herfst wat licht doorvalt: daar lichten de gele bloemkransen het mooist op.
Wanneer snoei je een guldenroede?
Snoeimaanden: maart en november.
Wanneer: Guldenroede wordt nauwelijks gesnoeid. Knip de oude stengels in februari–maart af; wil je geen zaailingen, dan kan dat ook in november, meteen na de bloei.
Hoe:
- Knip de afgestorven stengels in de late winter af tot ongeveer 5 cm boven de grond.
- Wil je geen zaailingen, knip de uitgebloeide stengels dan af voor het pluizige zaad rijp is en wegwaait.
- Verder is geen snoei nodig: de stengels blijven stevig en hebben geen steun nodig.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in september de pol opgraven en in stukken met elk een paar scheuten verdelen. Meteen terugplanten.
- Zaaien
- Rijp zaad in de herfst in een pot zaaien en buiten laten overwinteren; de kou helpt de kieming.
- Stekken
- In mei jonge scheuten van 5–8 cm aan de voet afnemen en in vochtige stekgrond onder plastic laten wortelen.
Hoe komt een guldenroede de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
- De stengels sterven in de winter af; laat ze tot de late winter staan als schuilplaats voor insecten.
- In een pot: zet hem beschut en laat de potgrond niet uitdrogen of doorweken.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in droge nazomers. Komt minder voor dan bij veel andere guldenroedes; water geven bij droogte helpt.
- Roest: Oranjebruine puistjes aan de onderkant van het blad. Aangetaste bladeren weghalen en voor een luchtige standplaats zorgen.
- Slakken: Vreten aan de jonge scheuten in het voorjaar. ’s Avonds rapen.
- Zaailingen: Waar hij het naar zijn zin heeft, kunnen hier en daar zaailingen opkomen. Wied ze jong of knip de stengels na de bloei af.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. Planten en scheuren.
- April: Planten. Bladcompost of mulch geven. Letten op slakken.
- Mei: Planten. Stekken nemen.
- Juni: Water geven bij langdurige droogte.
- Augustus: De bloemknoppen zwellen langs de stengels.
- September: Begin van de bloei. Planten en scheuren.
- Oktober: Volle bloei, druk bezocht door bijen. Planten.
- November: Zaad oogsten en in een pot zaaien. Eventueel uitgebloeide stengels afknippen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het stuifmeel van guldenroede is zwaar en kleverig en wordt door insecten verspreid, niet door de wind.
- Caesia komt van het Latijnse caesius, ‘blauwgrijs’, naar de berijpte stengels.
- Anders dan deze soort zijn de Canadese en de late guldenroede in België invasieve exoten, die in bermen en braakland grote, dichte vlakken vormen.