Guldenroede (Solidago rugosa)

Foto: Mason Brock (Masebrock), Public domain · bron

Vaste plant · Asteraceae

Guldenroede

Solidago rugosa

In andere talen: Verge d’or rugueuse (Français) · Wrinkleleaf goldenrod (English)

De ruwbladige guldenroede komt uit het oosten van Noord-Amerika, waar ze groeit in weiden, struwelen en langs bosranden. Ze vormt een stevige pol met ruwe, gerimpelde bladeren, vandaar de soortnaam rugosa. Van augustus tot oktober verschijnen boogvormige, vertakte pluimen met felgele bloemetjes, als vuurwerk boven de pol. Het bekendste ras is ‘Fireworks’, met sierlijk overhangende pluimen. In de late zomer en herfst, als veel andere planten uitgebloeid zijn, vormen de bloemen een belangrijke nectarbron voor bijen en vlinders. Ze is makkelijk, winterhard en ook een goede snijbloem.

Let op: Verwante guldenroedes, zoals de Canadese en de late guldenroede, zijn invasief in Vlaanderen. Deze soort blijft een nette pol, maar kan zich uitzaaien: knip de pluimen weg voor ze zaad verspreiden, zeker in de buurt van natuurgebied.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Zand, leem of klei

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    1 m

    hoog, 0,6 m breed

  • Bloei

    augustus–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en mei
Hoogte1 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen en vlinders
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiaugustus–oktober

Herkennen

Hoe herken je een guldenroede?

Groeivorm
Rechtopgaande pol van ongeveer 1 m hoog en 60 cm breed, met stevige stengels en boogvormig uitwaaierende pluimen.
Blad
Verspreid staand, eirond tot lancetvormig, 5–10 cm, ruw en gerimpeld, met gezaagde rand; donkergroen.
Bloem
Vertakte, vaak overhangende pluimen met veel kleine, felgele bloemetjes, van augustus tot oktober.
Zaad
Na de bloei vormen zich donzige pluisjes die door de wind worden verspreid.
Wortels
Vezelig met korte wortelstokken; de pol wordt jaar na jaar iets breder.

Bloei: augustus–oktober · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Felgele pluimen van augustus tot oktober, wanneer veel andere planten uitgebloeid zijn.
  • Late nectarbron voor bijen en vlinders.
  • Goede snijbloem en droogbloem.
  • Volledig winterhard en makkelijk: groeit in zon en halfschaduw op leem of klei.
  • Blijft een nette pol, in tegenstelling tot de sterk woekerende Canadese guldenroede.

Waar staat een guldenroede graag?

  • Zon of halfschaduw; in volle schaduw wordt de plant lang en bloeit hij weinig.
  • Humusrijke, normale tot vochtige grond: leem of klei, ook zand als het niet uitdroogt. Zuur tot neutraal.
  • Verdraagt vochtige grond goed, maar kan ook korte droogte aan.
  • Reken op 50–60 cm tussen de planten; zet hem achteraan in de border.
  • Zet hem niet vlak naast natuurgebied, omdat hij zich kan uitzaaien.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal of nat
Grootte
1 m hoog, 0,6 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Herfstaster: Paars en blauw bloeien in dezelfde maanden en contrasteren sterk met het geel.
  • Japanse anemoon: Roze of witte bloemen in dezelfde late zomer, ook in halfschaduw.
  • Siergrassen: Lichte pluimen die de gele pluimen zacht omlijsten.
  • Zonnehoed: Paarse bloemen met stekelige hartjes in de late zomer.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een guldenroede?

Planten in maart–mei en september–oktober.

  1. Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
  2. Werk een paar scheppen compost door de grond en maak zware klei lichter met wat zand.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
  4. Plant op 50–60 cm van elkaar en geef meteen een flinke gieter water.
  5. Leg een laag compost of bladcompost rond de pol.

Verzorgen

Water
Geef bij langdurige droogte water aan de voet. Een uitgedroogde plant krijgt sneller meeldauw.
Bemesten
In het voorjaar een schep compost; niet te rijk bemesten, anders worden de stengels lang en slap.
Mulchen
Een laag compost in het voorjaar houdt de grond vochtig en onkruidvrij.
Steun
Plaats zo nodig een steunring of takken in het voorjaar, vooral op rijke grond of in halfschaduw.
Delen
Verdeel de pol elke 3–4 jaar in het voorjaar om hem te verjongen en compact te houden.

Tip: Wil je een lagere en stevigere plant, knip dan eind mei alle scheuten tot de helft terug. Knip de pluimen weg voor ze zaad verspreiden als je buurt natuurgebied is.

Wanneer snoei je een guldenroede?

Snoeimaanden: maart en mei.

Wanneer: In maart de oude stengels terugknippen. Eventueel eind mei de scheuten tot de helft inkorten voor een lagere, stevigere plant.

Hoe:

  • Knip in maart alle dode stengels af tot ongeveer 10 cm boven de grond.
  • Wil je een lagere plant, knip dan eind mei alle scheuten tot de helft terug; de bloei komt dan iets later.
  • Knip uitgebloeide pluimen af voor ze zaad zetten, of laat ze staan als wintersieraad.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In maart–april of in september de pol uitgraven, in stukken met wortels en scheuten verdelen en meteen herplanten.
Basale stekken
In het voorjaar jonge scheuten van 5–8 cm aan de voet afsnijden en in vochtige stekgrond zetten; na enkele weken zijn ze beworteld.

Hoe komt een guldenroede de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • De stengels sterven af; laat ze staan tot maart als wintersieraad en schuilplaats voor insecten.
  • Het enige risico is natte, zware grond in de winter: zorg voor goede afwatering.

Ziektes en plagen

  • Meeldauw: Wit poeder op het blad in de late zomer, vooral bij droogte. Water geven, ruimte laten en aangetast blad wegknippen.
  • Roest: Oranjebruine bultjes aan de onderkant van het blad. Knip aangetast blad weg, composteer het niet en geef water aan de voet.
  • Bladluis: Op jonge scheuten en bloemknoppen. Spuit ze af met water of laat lieveheersbeestjes hun werk doen.
  • Omvallende stengels: Bij harde wind of op te rijke grond. Zet steun of knip eind mei de scheuten terug.

Het jaar rond

  • Maart: Oude stengels terugknippen. Planten of delen. Compost geven.
  • April: Planten. Op slakken en bladluis letten.
  • Mei: Eventueel scheuten tot de helft inkorten voor een lagere plant. Steun plaatsen.
  • Juni: Groei. Water geven bij droogte.
  • Juli: Knoppen vormen zich. Water geven bij droogte.
  • Augustus: Begin van de bloei.
  • September: Volle bloei. Snijbloemen. Planten.
  • Oktober: Late bloei. Planten.
  • November: Pluimen laten staan als wintersieraad.
  • December: Rust.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vlinders
Nectar voor dagvlinders.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam rugosa betekent gerimpeld en verwijst naar het ruwe, gerimpelde blad.
  • Guldenroedes bloeien laat in het seizoen, wanneer er voor bijen en vlinders weinig andere nectar is.
  • Thomas Edison experimenteerde in de jaren 1920 met guldenroede als mogelijke bron van rubber.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…