Foto: Kor!An (Андрей Корзун), CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Rosaceae
Spirea
Spiraea × cinerea
In andere talen: Spirée (Français) · Spiraea (English)
De grijze spirea is een kruising die vooral bekend is van het ras ‘Grefsheim’. Het is een dicht vertakte struik van ongeveer 1,5 m hoog en breed, met dunne, sierlijk overhangende takken en smal, grijsgroen blad. In april en mei zit hij zo vol kleine witte bloempjes dat de takken als sneeuw lijken. Hij bloeit vroeger dan de meeste andere spirea’s en is dankzij zijn open bloemen een bron van nectar en stuifmeel voor bijen. Hij is volledig winterhard, makkelijk en groeit in bijna elke tuingrond, in zon en halfschaduw. Eén snoeibeurt na de bloei is genoeg om hem mooi te houden.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1,5 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | mei |
|---|---|
| Hoogte | 1,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een spirea?
- Groeivorm
- Dicht vertakte struik van ongeveer 1,5 m hoog en breed, met dunne, overhangende, boogvormige takken.
- Blad
- Smal lancetvormig, 2–4 cm; grijsgroen, onder lichter en zacht behaard. In de herfst geel.
- Bloem
- Kleine, witte bloempjes in dichte schermpjes langs de hele tak, in april–mei; ze komen aan het hout van vorig jaar.
- Kleur
- Helderwit tegen grijsgroen blad: de struik lijkt in bloei bedekt met sneeuw.
- Wortels
- Vezelig en ondiep: makkelijk te verplanten, vormt soms enkele uitlopers.
Bloei: april–mei · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zeer rijke, witte bloei in april–mei, vroeger dan de meeste andere spirea’s.
- Overhangende takken en fijn, grijsgroen blad geven een lichte, luchtige uitstraling.
- De open bloempjes zijn een bron van nectar en stuifmeel voor bijen en zweefvliegen in het voorjaar.
- Volledig winterhard, makkelijk en geschikt voor bijna elke tuingrond.
- Weinig onderhoud: één snoeibeurt na de bloei volstaat.
Waar staat een spirea graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Gewone, goed doorlatende tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtig; hij verdraagt tijdelijke droogte, maar niet blijvend natte voeten.
- Volledig winterhard en goed bestand tegen wind; geen speciale bescherming nodig.
- Reken op 1,2–1,5 m ruimte per plant; voor een losse haag op 80–100 cm.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 1,5 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Vergeet-mij-nietje: Blauwe bloemen onder de witte takken, in dezelfde tijd.
- Tulp: Voorjaarsbloeier die tegelijk met de spirea kleur geeft onder de struik.
- Weigela: Volgt in mei–juni met roze bloemen, zodat de bloei doorloopt.
- Sering: Bloeit na de spirea, zodat het voorjaar bloeiend blijft.
- Narcis: Gele bloemen aan de voet, tegelijk met de eerste bloei.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een spirea?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in oktober–november of in maart–april, als de grond niet bevroren of kletsnat is.
- Graaf een plantgat dat dubbel zo breed is als de kluit en meng er een paar scheppen compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 1,2–1,5 m afstand tussen de planten, voor een haag 80–100 cm.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste jaar vochtig.
- Leg een laag mulch van compost of schors rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks flink water geven. Daarna redt hij zich, behalve in lange droge zomers.
- Bemesten
- In het voorjaar een schep compost of organische mest voor bloeiende heesters. Niet na juli bemesten.
- Mulchen
- Een laag compost of schors in maart houdt de grond vochtig en onkruidvrij.
- Uitgebloeide bloemen
- Je hoeft ze niet weg te knippen; snoei na de bloei neemt ze mee.
- Uitlopers
- Steek de enkele uitlopers die hij vormt af waar hij niet mag uitbreiden.
Tip: Snoei direct na de bloei, nooit in de winter: dan blijft de bloei van volgend jaar behouden. Neem om de paar jaar een paar oude takken helemaal weg.
Wanneer snoei je een spirea?
Snoeimaanden: mei.
Wanneer: Direct na de bloei, in mei. Hij bloeit op hout van vorig jaar.
Hoe:
- Kort de bloeitakken in tot een derde of tot een sterke zijtak.
- Neem om de 2–3 jaar een kwart van de oudste takken aan de voet weg om de struik jong te houden.
- Haal dode, beschadigde en kruisende takken helemaal weg.
- Een oude, uitgegroeide struik kun je na de bloei tot 20–30 cm boven de grond terugzetten; hij loopt weer uit.
Let op: Snoei niet in de winter of het vroege voorjaar: je knipt dan de bloemknoppen van dit jaar weg.
Vermeerderen
- Halfverhoute stekken
- In juni–augustus stekken van 8–10 cm van halfverhoute scheuten, onderste bladeren weg, in stekgrond met zand, onder plastic of in een koude bak. Wortelt in enkele weken.
- Houtstekken
- In november–februari stekken van 20–25 cm van gerijpte takken, de helft in de grond. Slagen meestal goed.
- Afsteken
- In oktober of maart een uitloper met wortels van de moederplant afsteken en elders planten.
Hoe komt een spirea de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- De kale, fijne takken zijn in de winter netjes en geven structuur aan de tuin.
- In een pot: zet de pot tegen een muur en wikkel hem in jute, zodat de wortels niet bevriezen.
Ziektes en plagen
- Weinig bloei: Meestal te laat of te hard gesnoeid, of te veel schaduw. Snoei direct na de bloei en geef hem meer licht.
- Kale, oude struik: De binnenkant wordt kaal als hij niet verjongd wordt. Neem om de paar jaar oude takken weg en zet hem desnoods terug.
- Bladluis: Kolonies op jonge scheuten in mei. Spuit ze af met water of laat lieveheersbeestjes en zweefvliegen hun werk doen.
- Bladvlekken en meeldauw: Komen zelden voor, vooral bij droogte of vochtige, windstille plekken. Zorg voor lucht en ruim afgevallen blad op.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Compost of mest geven. Mulch aanbrengen.
- April: Eerste bloei: witte sneeuw op de takken. Planten.
- Mei: Volle bloei. Direct na de bloei snoeien.
- Juni: Halfverhoute stekken nemen. Water geven bij droogte.
- Juli: Stekken nemen. Water geven bij droogte.
- Augustus: Water geven bij droogte.
- Oktober: Planten. Herfstkleur geel.
- November: Planten. Houtstekken nemen. Afgevallen blad opruimen.
- December: Rust.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam cinerea is Latijn voor ‘asgrijs’, naar het grijsgroene blad.
- De naam Spiraea komt van het Griekse speira, ‘krans’, omdat de buigzame twijgen vroeger voor kransen werden gebruikt.
- De open bloempjes zijn voor korttongige insecten zoals zweefvliegen en veel bijen goed bereikbaar.