
Foto: Krzysztof Ziarnek, Kenraiz, CC BY-SA 4.0 · bron
Heester · Oleaceae
Sering
Syringa pubescens subsp. microphylla
In andere talen: Lilas (Français) · Littleleaf lilac (English)
De kleinbladige sering komt uit Noord-China en is een compacte, ronde struik van ongeveer 2 m hoog en breed met kleine, donkergroene blaadjes. In mei en juni draagt hij talloze kleine pluimen met geurende, roze bloemen, en in de nazomer volgt een tweede, lichtere bloei. Het ras ‘Superba’ is het bekendst. Door zijn compacte vorm past hij ook in kleinere tuinen, in een border of als lage, losse haag. Hij is winterhard, sterk en heeft weinig snoei nodig.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
2 m
hoog, 2 m breed
Bloei
mei–juni en september
| Snoeimaanden | juni |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni en september |
Herkennen
Hoe herken je een sering?
- Groeivorm
- Compacte, ronde, dichte struik van ongeveer 2 m hoog en breed.
- Blad
- Klein, eirond, 2–5 cm, tegenoverstaand, donkergroen.
- Bloem
- Kleine pluimen van geurende roze bloemen in mei–juni, en een tweede, lichtere bloei in september.
- Geur
- Zoet, vooral tijdens de eerste bloei.
- Wortels
- Vezelig en vertakt; hij kan wat wortelopslag vormen.
Bloei: mei–juni en september · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Geurende roze bloemen in mei–juni en een tweede bloei in september.
- Compact formaat van ongeveer 2 m: ook geschikt voor kleinere tuinen.
- Klein, dicht blad geeft een fijne, dichte struik.
- Bijen en vlinders komen op de bloemen af, ook nog in de nazomer.
- Weinig onderhoud: hij heeft nauwelijks snoei nodig.
Waar staat een sering graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Voedselrijke, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk is het best; op zure grond een beetje kalk geven.
- Normaal vochtige grond; hij houdt niet van natte voeten.
- Een plek bij een terras of raam waar je de geur ruikt; hij past ook in een border of als lage haag.
- Reken op 1,5–2 m ruimte per plant; voor een haag 1 m.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 2 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Houdt van dezelfde zonnige, goed doorlatende plek en bloeit tegelijk.
- Ooievaarsbek: Blauwe of paarse bloemen vullen de ruimte onder de struik.
- Struikroos: Bloeit mee in juni en neemt de tuin over na de sering.
- Salie (Salvia nemorosa): Paarse bloemaren passen mooi bij de roze pluimen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een sering?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in maart–april of in oktober–november, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er compost door.
- Zet de struik even diep als hij in de pot stond en druk de grond goed aan.
- Houd 1,5–2 m afstand, of ongeveer 1 m voor een haag.
- Geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent.
- Leg een laag mulch van compost of schors rond de voet, zonder de stam te bedekken.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar wekelijks bij droogte. Daarna volstaat regen, behalve in lange droge zomers; dan helpt water ook voor de nabloei.
- Bemesten
- In het voorjaar een schep compost of organische mest. Te veel stikstof geeft veel blad en weinig bloemen.
- Mulchen
- Een laag compost of schors houdt de grond koel en vochtig.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de verwelkte pluimen na de eerste bloei weg; dat kan de nabloei bevorderen.
- Bekalken
- Op zure grond om de paar jaar een beetje kalk strooien.
Tip: Knip na de eerste bloei de uitgebloeide pluimen weg: dat kan de nabloei in september bevorderen. Meer snoei is niet nodig, want hij is van nature compact.
Wanneer snoei je een sering?
Snoeimaanden: juni.
Wanneer: Direct na de eerste bloei, in juni. Verder is nauwelijks snoei nodig.
Hoe:
- Knip de verwelkte pluimen af, net boven het eerstvolgende paar bladeren of jonge scheuten.
- Haal dode, zwakke en kruisende takken helemaal aan de voet weg.
- Neem om de paar jaar een paar van de oudste takken aan de grond weg om de struik jong te houden.
- Houd de vorm met een lichte snoei; hij blijft van nature compact.
Let op: De eerste bloei zit op oud hout: snoei niet in de winter of het voorjaar, want dan knip je de bloemknoppen weg.
Vermeerderen
- Zachte stekken
- In juni–juli: stekken van 8–10 cm van jonge scheuten, in vochtige stekgrond onder plastic. Het resultaat wisselt, dus neem er meerdere.
- Afleggen
- In het voorjaar een lage tak in de grond leggen en vastpinnen; na een jaar loskoppelen.
- Wortelopslag
- In de herfst een opslagplant met wortels afsteken. Bij geënte struiken komt de opslag van de onderstam en is die niet gelijk aan de plant.
Hoe komt een sering de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Winterhard tot ongeveer −30 °C: in België is bescherming nooit nodig.
- De bloemknoppen voor de eerste bloei van volgend jaar zitten al aan de takken: snoei dus niet in de winter.
- In een pot: zet hem tegen een muur en wikkel de pot in jute, zodat de wortels niet bevriezen.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad vanaf de nazomer. Meestal onschuldig; zorg voor lucht en ruimte, geef water aan de voet en dun een dichte struik uit.
- Bacterieziekte: Zwarte vlekken op blad en jonge scheuten en afstervende toppen in een koel, vochtig voorjaar. Knip aangetast hout terug tot in gezond hout, ruim het snoeisel op en geef niet te veel stikstof.
- Weinig of geen bloei: Te veel schaduw, te veel stikstofmest of in de winter gesnoeid. Zet hem zonniger, geef minder mest en snoei pas na de eerste bloei.
- Geen nabloei: Droogte of te laat gesnoeid. Knip de verwelkte pluimen vroeg weg en geef in de zomer water bij droogte.
Het jaar rond
- Maart: Planten of verplanten. Compost geven.
- April: Mulch aanbrengen. Water geven aan jonge planten.
- Mei: Eerste bloei. Letten op bladluis.
- Juni: Verwelkte pluimen wegknippen en licht snoeien. Zachte stekken nemen.
- Juli: Water geven bij droogte.
- Augustus: Letten op meeldauw. Water geven bij droogte.
- September: Tweede bloei. Bijen en vlinders op de bloemen.
- Oktober: Planten. Wortelopslag afsteken.
- November: Planten. Gevallen blad opruimen.
- December: Rust. De knoppen voor volgend jaar zitten al aan de takken.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam pubescens betekent ‘behaard’ en de ondersoortnaam microphylla ‘kleinbladig’.
- Hij bloeit vaak twee keer: in mei–juni en nog eens in de nazomer.
- Seringen horen bij de olijffamilie, net als olijf, jasmijn en es.