
Foto: Le.Loup.Gris, CC BY-SA 3.0 · bron
Siergras · Poaceae
Stipa capillata
In andere talen: Stipe chevelue (Français)
Stipa capillata is een veergras uit de steppen en droge, rotsachtige hellingen van Zuid- en Oost-Europa en Azië. Het vormt een dichte pol van draadfijn, grijsgroen blad, waaruit in juli en augustus rechte stengels oprijzen met pluimen vol lange, haarfijne naalden. Die golven bij de minste wind en geven de tuin een zachte, bewegende sfeer. Aan het einde van de zomer bleekt de pluim tot goudbeige. In de tuin is het een taaie, langlevende plant voor volle zon, grindtuinen en droge, arme grond, waar hij het best gedijt als je hem met rust laat.
Let op: De zaden hebben een scherpe, weerhakige punt. Ze kunnen blijven haken in de vacht van honden of katten en in de wol van schapen en in kleding. Plant hem niet waar dieren of kinderen spelen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juli–augustus
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een Stipa capillata?
- Groeivorm
- Dichte pol van ongeveer 80 cm hoog en 40 cm breed, met rechtopstaande bloemstengels boven het blad.
- Blad
- Smal, draadvormig en ingerold, grijsgroen; vormt een dichte, stijve pol.
- Bloem
- Pluimen in juli–augustus met lange, haarfijne naalden die in de wind golven; later goudbeige.
- Zaad
- Het zaad heeft een scherpe punt en een lange, gedraaide naald.
- Wortels
- Vezelig en diep: de plant verdraagt droogte uitstekend maar geen natte voeten.
Bloei: juli–augustus · Planten: april–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Haarfijne naalden die in de wind golven en de tuin een zachte, natuurlijke sfeer geven.
- Extreem droogtebestendig: een van de beste grassen voor droge, arme grond in volle zon.
- Compacte, netjes uitgroeiende pol van ongeveer 80 cm hoog en 40 cm breed.
- Mooi in grindtuinen, rotstuinen, steppeborders en naast stenen of tegels.
- Weinig werk: geen mest, geen water, één keer per jaar opruimen.
Waar staat een Stipa capillata graag?
- Volle zon: in schaduw wordt de pol slap en bloeit hij schaars.
- Arme, goed doorlatende grond: zand of leem, neutraal tot kalkrijk. Op rijke grond groeit hij te zacht.
- Droog: eenmaal ingeworteld heeft hij geen water nodig. Natte winters verdraagt hij slecht.
- Past in een grindtuin, rotstuin, steppeborder of op een zonnig talud.
- Reken op 40–50 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Salie: Paarse bloemspitsen in de zomer, zelfde droge zon.
- Kruisdistel: Zilverblauwe distels naast de haarfijne naalden.
- Duizendblad: Vlakke schermen in geel of roze in de zomer, zelfde droge plek.
- Kattenkruid: Blauwpaarse bloemen vroeger in de zomer; zelfde droge zon.
- Hemelsleutel: Vlezige planten met roze bloemen in de nazomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Stipa capillata?
Planten in april–mei.
- Plant in april of mei, als de grond is opgewarmd en de vorst voorbij is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en meng grind of grof zand door de grond. Voeg geen compost of mest toe.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan. Op zware grond plant je op een lichte verhoging.
- Laat 40–50 cm tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water en het eerste jaar bij droogte wekelijks.
- Dek de grond af met een laagje grind, zonder het hart van de pol te bedekken.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna redt hij zich: te veel water schaadt hem.
- Bemesten
- Niet doen: voeding geeft zachte, groene pollen die gemakkelijk omvallen.
- Opruimen
- Haal in maart het dode blad met je vingers uit de pol of knip het weg.
- Uitzaaiing
- Op arme, droge grond kan hij zichzelf uitzaaien. Trek ongewenste zaailingen uit als ze klein zijn.
- Verplanten
- Liever niet: de pol is taai en herstelt traag. Kies meteen de definitieve plek.
Tip: Geef hem arme, droge grond in volle zon en bemest hem niet: dat is het geheim van een stevige pol en veel naalden. Een laagje grind houdt de voet droog.
Wanneer snoei je een Stipa capillata?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe scheuten uitlopen.
Hoe:
- Kam met je (gehandschoende) vingers het dode blad uit de pol, of knip het weg.
- Knip de verdorde bloemstengels tot ongeveer 10 cm boven de grond.
- Snijd niet in het hart van de pol: die loopt langzaam weer uit.
Let op: Gebruik handschoenen: de zaden hebben een scherpe punt die in de huid kan prikken.
Vermeerderen
- Zaaien
- In april–mei in zandige zaaigrond zaaien en nauwelijks bedekken. Bij 15–20 °C kiemt het zaad na enkele weken. Pot de zaailingen apart zodra ze groot genoeg zijn.
- Delen
- In april–mei kun je een grote pol met een scherpe spade delen, maar hij herstelt traag. Doe het enkel als het echt nodig is.
Hoe komt een Stipa capillata de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België is bescherming niet nodig, als de grond droog blijft.
- Natte winterkou is gevaarlijker dan vorst: plant op een lichte verhoging of in doorlatende grond.
- In een pot: gebruik een grote pot met veel drainage, zet hem op potvoetjes en op een beschutte plek waar hij droog staat.
Ziektes en plagen
- Wegrotten: In natte, zware grond rot de pol in de winter weg. Meng grof zand of grind door de grond of plant op een verhoging.
- Slappe, groene pol: Door te veel voeding, water of schaduw. Verplaats naar volle zon en geef geen mest.
- Zaailingen: Op arme, droge grond kan hij zich uitzaaien in grind of voegen. Trek ze uit als ze nog klein zijn.
- Zaadnaalden in de vacht: De scherpe zaden kunnen blijven haken in de vacht van honden of in kleding. Plant hem niet waar dieren spelen.
Het jaar rond
- Maart: Dode bladeren en verdorde stengels verwijderen.
- April: Planten, op arme, goed doorlatende grond.
- Mei: Planten. Eerste jaar: wekelijks water bij droogte.
- Juni: Bloemstengels groeien op, de pluimen vormen zich.
- Juli: Begin van de bloei met haarfijne naalden.
- Augustus: Volle bloei. De pluimen bleken tot goudbeige.
- September: Zaad rijpt. Pluimen laten staan.
- November: Potten droog zetten tegen natte winterkou.
- December: Rust. Droge pollen sieren de tuin.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam capillata betekent ‘haarvormig’ in het Latijn, naar de haarfijne naalden.
- In de steppen van Oost-Europa en Azië groeien veergrassen als dit in grote, wuivende vlakten.
- De geslachtsnaam Stipa komt van een Grieks woord voor ‘vlasvezel’, naar de vezelachtige naalden.