
Foto: Homoarborea, CC0 · bron
Heester · Oleaceae
Sering
Syringa × prestoniae
In andere talen: Lilas de Preston (Français) · Preston lilac (English)
Syringa × prestoniae is een groep zeer winterharde seringen die de Canadese plantenkweekster Isabella Preston vanaf 1920 in Ottawa kweekte, door kruising van twee Aziatische soorten, Syringa reflexa en Syringa villosa. Het is een forse, rechtopgroeiende struik van ongeveer 3 m hoog en breed met groot, donkergroen blad. In juni, ruim na de gewone sering, draagt hij lange, knikkende pluimen met roze tot paarse, geurende bloemen. Het bekendste ras is ‘Miss Canada’, met roze bloemen. Hij is sterk en vergeeflijk en verlengt het seringenseizoen met enkele weken.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -40 °C
Grootte
3 m
hoog, 3 m breed
Bloei
juni
| Snoeimaanden | juni–juli |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni |
Herkennen
Hoe herken je een sering?
- Groeivorm
- Forse, rechtopgroeiende, dichte struik van ongeveer 3 m hoog en breed.
- Blad
- Groot, breed eirond, ongeveer 8–15 cm, tegenoverstaand, donkergroen.
- Bloem
- Lange, smalle, knikkende pluimen van roze tot paarse bloemen, in juni.
- Geur
- Zoet en aangenaam, vooral op warme dagen.
- Wortels
- Vezelig en vertakt; hij kan wat wortelopslag vormen.
Bloei: juni · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: juni–juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Late bloei in juni, als de gewone seringen al uitgebloeid zijn.
- Lange, knikkende, geurende pluimen, mooi om te plukken voor de vaas.
- Uiterst winterhard, ook na de strengste winters.
- Bijen en vlinders komen op de bloemen af.
- Sterk en gemakkelijk, met weinig onderhoud.
Waar staat een sering graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Voedselrijke, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk is het best; op zure grond een beetje kalk geven.
- Normaal vochtige grond; geen staand water.
- Plant hem op een plek waar je de geur ruikt, bij een terras of raam, of als losse haag.
- Reken op 2,5–3 m ruimte per plant.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -40 °C)
Mooi samen met
- Pioenroos: Bloeit tegelijk in juni en vult de ruimte voor de struik.
- Roos: Struikrozen bloeien mee in juni, in roze, wit of rood.
- Ooievaarsbek: Blauwe of paarse bloemen vullen de ruimte onder de struik.
- Vingerhoedskruid: Hoge bloemtorens in juni tussen de struiken.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een sering?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in maart–april of in oktober–november, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er compost door.
- Zet de struik even diep als hij in de pot stond en druk de grond goed aan.
- Houd 2,5–3 m afstand tot andere struiken en gebouwen.
- Geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent.
- Leg een laag mulch van compost of schors rond de voet, zonder de stam te bedekken.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar wekelijks bij droogte. Daarna volstaat regen, behalve in lange droge zomers.
- Bemesten
- In het voorjaar een schep compost of organische mest. Te veel stikstof geeft veel blad en weinig bloemen.
- Mulchen
- Een laag compost of schors houdt de grond koel en vochtig.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de verwelkte pluimen vlak na de bloei weg; dat houdt de struik netjes en geeft nieuwe bloemknoppen de ruimte.
- Bekalken
- Op zure grond om de paar jaar een beetje kalk strooien.
Tip: Plant hem naast een gewone sering: samen bloeien ze enkele weken na elkaar, zodat je langer van de geur geniet. Knip de verwelkte pluimen vlak na de bloei weg.
Wanneer snoei je een sering?
Snoeimaanden: juni–juli.
Wanneer: Direct na de bloei, in juni–juli.
Hoe:
- Knip de verwelkte pluimen af, net boven het eerstvolgende paar bladeren of jonge scheuten.
- Haal dode, zwakke en kruisende takken helemaal aan de voet weg.
- Een te hoge struik kun je na de bloei met een derde inkorten.
- Neem om de paar jaar een paar van de oudste stammen aan de grond weg om de struik jong te houden.
Let op: Seringen bloeien op oud hout: de bloemknoppen worden in de zomer aangelegd. Snoei dus nooit in de winter of het voorjaar en niet na half juli, anders knip je de bloemen weg.
Vermeerderen
- Zachte stekken
- In juni–juli: stekken van 8–10 cm van jonge scheuten, in vochtige stekgrond onder plastic. Het resultaat wisselt, dus neem er meerdere.
- Afleggen
- In het voorjaar een lage tak in de grond leggen en vastpinnen; na een jaar loskoppelen.
- Wortelopslag
- In de herfst een opslagplant met wortels afsteken. Bij geënte struiken komt de opslag van de onderstam en is die niet gelijk aan de plant.
Hoe komt een sering de winter door?
Winterhard tot −40 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −40 °C: een van de winterhardste sierstruiken, in België is bescherming nooit nodig.
- De knoppen voor volgend jaar zitten al aan de takken: snoei dus niet in de winter.
- In een pot: zet hem tegen een muur en wikkel de pot in jute, zodat de wortels niet bevriezen.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad vanaf de nazomer. Meestal onschuldig; zorg voor lucht en ruimte, geef water aan de voet en dun een dichte struik uit.
- Bacterieziekte: Zwarte vlekken op blad en jonge scheuten en afstervende toppen in een koel, vochtig voorjaar. Knip aangetast hout terug tot in gezond hout, ruim het snoeisel op en geef niet te veel stikstof.
- Weinig of geen bloei: Te veel schaduw, te veel stikstofmest of te laat gesnoeid. Een jonge struik bloeit soms pas na twee tot drie jaar; geef hem tijd en snoei pas na de bloei.
- Bladluis: Op jonge scheuten in mei–juni. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
Het jaar rond
- Maart: Planten of verplanten. Compost geven.
- April: Mulch aanbrengen. Water geven aan jonge planten.
- Mei: Knoppen zwellen. Letten op bladluis.
- Juni: Bloei. Verwelkte pluimen wegknippen. Snoeien na de bloei.
- Juli: Zachte stekken nemen. Water geven bij droogte. Niet meer snoeien na half juli.
- Augustus: Letten op meeldauw. Water geven bij droogte.
- Oktober: Planten. Wortelopslag afsteken.
- November: Planten. Gevallen blad opruimen.
- December: Rust. De knoppen voor volgend jaar zitten al aan de takken.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Isabella Preston was een Engels-Canadese plantenkweekster die in Ottawa seringen en lelies kruiste; naar haar is deze groep genoemd.
- Deze seringen zijn ontwikkeld voor het strenge Canadese klimaat en staan bekend om hun extreme winterhardheid.
- De bloemknoppen voor volgend jaar worden al in de zomer aangelegd en overwinteren aan de takken.