
Foto: Magnus Manske, CC BY 1.0 · bron
Struik · Olijffamilie (Oleaceae)
Sering
Syringa vulgaris
De sering is een klassieke tuinstruik van 3–6 m, bekend om zijn grote pluimen zwaar geurende bloemen in mei, in lila, paars, wit of roze. De gewone sering komt van nature uit de Balkan, maar staat al eeuwen in onze tuinen. Hij is sterk en winterhard en houdt van een zonnige plek op kalkrijke grond. Na de bloei knip je de uitgebloeide pluimen weg; verder vraagt hij weinig, al maakt hij graag worteluitlopers.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
3–6 m
hoog
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 3–6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een sering?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, vaak meerstammige struik van 3–6 m die worteluitlopers vormt.
- Blad
- Tegenoverstaand, hart- tot eivormig, 5–12 cm, gaaf en kaal.
- Schors
- Grijs, met de jaren gegroefd.
- Bloem
- Grote pluimen geurende bloempjes in lila, paars of wit (mei).
- Vrucht
- Bruine doosvruchten die lang aan de struik blijven.
- Verschil met de trompetboom
- De trompetboom heeft veel groter blad en witte bloemen in juli.
Bloei: april–mei · Oogst en vruchten: april–mei · Snoeien: mei–juni
Herkennen per kenmerk: Hartvormig blad · Paarse of blauwe bloemen
Lijkt op, maar is het niet
- Trompetboom Catalpa bignonioides: veel groter blad en witte bloemen in juli. Verschil met trompetboom
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Grote, zwaar geurende bloempluimen in mei.
- Mooi als snijbloem: een paar takken geuren door het hele huis.
- Sterk, winterhard en weinig veeleisend.
- Vlinders en bijen bezoeken de bloemen.
Waar staat een sering graag?
- Volle zon: in de schaduw bloeit hij nauwelijks.
- Liefst kalkhoudende, goed doorlatende grond; geen natte voeten.
- Reken op 3 m breed, en houd rekening met uitlopers.
- Mooi als losse struik, achteraan in een border of in een vrij groeiende haag.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 6 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Boerenjasmijn: Bloeit kort na de sering, ook met een heerlijke geur.
- Weigela: Bloeit in mei–juni in roze en rood, naast de lila pluimen.
- Echte lavendel: Een lage, zonnige voorgrond die ook van kalkrijke grond houdt.
Past goed bij, en liever niet bij
Liever niet bij
- De notelaar scheidt juglon af, waar deze plant gevoelig voor is: okkernoot
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een sering?
- Plant van oktober tot maart, met kluit of uit pot.
- Graaf een ruim plantgat en meng er wat compost door; op zure grond kan je wat kalk strooien.
- Zet de struik even diep als hij stond; bij een geënte sering blijft de entplek boven de grond.
- Geef ruim water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden.
- Bemesten
- Wat compost in het voorjaar; te veel stikstof geeft veel blad en weinig bloemen.
- Uitgebloeide pluimen
- Knip ze meteen na de bloei weg, zodat de struik geen energie in zaad steekt.
- Worteluitlopers
- Knip of steek ze aan de basis weg. Bij een geënte sering groeien ze uit de onderstam en bloeien ze anders.
Tip: Snijd takken voor de vaas ’s ochtends, als de pluim half open is, en haal de meeste bladeren eraf: dan blijven ze langer mooi.
Wanneer snoei je een sering?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Direct na de bloei (mei–juni).
Hoe:
- Knip uitgebloeide pluimen weg tot boven het eerste paar knoppen en verwijder worteluitlopers.
- Haal om de paar jaar een van de oudste takken aan de grond weg, zodat de struik jong blijft.
- Een oude, kale sering verjong je over drie jaar: telkens een derde van de oudste takken tot bij de grond weg.
Let op: Snoei niet in de winter of het vroege voorjaar: dan knip je de bloemknoppen voor dat jaar weg.
Vermeerderen
- Worteluitlopers
- Steek in de herfst een uitloper met wortels los en plant hem apart. Dat lukt alleen bij een sering op eigen wortel; anders krijg je de onderstam.
- Zomerstekken
- Jonge, nog zachte scheuten van 10 cm wortelen in juni onder glas of folie, al lukt het niet altijd.
Hoe komt een sering de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De bloemknoppen voor mei zitten in de winter al aan de takken: snoei dus niet in de winter.
Ziektes en plagen
- Weinig bloei: Te veel schaduw, te veel mest of snoei op het verkeerde moment. Geef zon, minder stikstof en snoei alleen na de bloei.
- Seringenmot: Bruine vlekken en opgerolde bladeren door de rupsjes van een klein mineermotje in de zomer. Knip aangetaste bladeren weg; de struik lijdt er weinig onder.
- Meeldauw: Een witte laag op het blad in de late zomer; vooral een schoonheidsfout.
- Bacterieziekte: Jonge scheuten en bloemknoppen worden zwart en verwelken in een nat voorjaar. Knip ze weg tot in gezond hout en ontsmet je schaar.
Het jaar rond
- Maart: Wat compost geven; planten kan nog.
- April: Bloemknoppen zwellen; uitlopers wegsteken.
- Mei: Bloei: takken snijden voor de vaas. Direct na de bloei de pluimen wegknippen.
- Juni: Laatste snoeimaand: uitgebloeide pluimen, oude takken en uitlopers weg.
- Juli: De nieuwe bloemknoppen worden gevormd: niet meer snoeien.
- Augustus: Let op meeldauw en seringenmot.
- Oktober: Planten en uitlopers verplanten.
- November: Planten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Geurende voorjaarsbloeier; de bloemen zijn mooi als snijbloem.
- Voor de natuur
- Vlinders en bijen bezoeken de bloemen.
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (april–mei)
- Pluk de bloemen op een droge, zonnige ochtend in april en mei, als de trossen net open zijn en sterk geuren. Oudere, bruin wordende bloemen zijn bitter en bijna geurloos. Knip hele trossen af en pluk de bloemetjes thuis met je vingers los. Gebruik alleen de bloemkroontjes, zonder het groene kelkje en de steeltjes, want die smaken bitter. Schud ze uit om insecten te verwijderen en spoel ze liever niet. De smaak is bloemig met een bittere nasmaak: proef eerst een klein beetje en laat genoeg bloemen hangen voor bijen en vlinders.
- Bewaring
- Verse bloemen houden hooguit een dag in een gesloten bakje in de koelkast: verwerk ze dus snel. Drogen kan in een dunne laag op een doek of rooster op een luchtige, schaduwrijke plek (3–5 dagen), maar geur en kleur verbleken dan sterk. Siroop en suiker houden een half jaar, azijn een jaar; zie de recepten.
Let op: Gebruik alleen de bloemen, en in kleine hoeveelheden: eet geen bladeren, takjes, schors of zaaddozen. Sommige mensen reageren op de sterke geur of het stuifmeel; proef eerst een klein beetje. Verwar sering niet met andere struiken of klimmers met witte of paarse trossen, zoals liguster (Ligustrum), waarvan de bessen giftig zijn, of met blauwe regen (Wisteria), die giftig is. Seringenbloemen hebben vier kroonbladen aan een smal buisje en geuren zoet en bloemig; blauwe regen heeft erwtachtige bloemen in hangende trossen. Pluk niet van struiken die bespoten zijn, langs drukke wegen of op plekken waar honden komen, en vraag de eigenaar toestemming. Eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Seringensiroop (Siroop · ± 600 ml · 30 min + 24 uur trekken)
- Seringensuiker (Andere · ± 250 g · 10 min + 2 weken)
- Seringenazijn (Azijn · ± 500 ml · 10 min + 2 weken)
- Zandkoekjes met seringensuiker (Gerecht · ± 20 koekjes · 40 min + 30 min rusten)
Goed voor dieren
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Vormt veel worteluitlopers; knip die weg om de struik in vorm te houden.
- De kleur lila is naar de bloemen van de sering genoemd.
- De sering kwam in de 16e eeuw via Constantinopel naar West-Europa.
- De sering komt uit de Balkan. Volgens de overlevering bracht de Vlaamse diplomaat Ogier Ghiselin de Busbecq hem in de 16e eeuw uit Constantinopel mee naar West-Europa.
- De geslachtsnaam Syringa komt van het Griekse syrinx, ‘fluit’ of ‘pijp’: van de holle of mergrijke twijgen van sommige soorten werden fluitjes gemaakt.