
Foto: Andrey Zharkikh from Salt Lake City, USA, CC BY 2.0 · bron
Kamerplant · Bromeliaceae
Luchtplantje
Tillandsia ionantha
In andere talen: Fille de l’air (Français) · Sky plant (English)
Het luchtplantje komt uit Mexico en Midden-Amerika, waar het op takken en rotsen groeit, zonder grond. Het is een klein, zilvergroen rozetje van 5–10 cm met stijve, smalle bladeren. Die zijn bedekt met piepkleine schubjes waarmee het water en voedingsstoffen uit regen en lucht opneemt; de worteltjes dienen vooral om zich vast te houden. Kort voor de bloei kleuren de binnenste bladeren rood of roze, en daarna verschijnen paarse buisbloemetjes met gele meeldraden. Na de bloei maakt de plant jonge rozetjes. Het is een van de makkelijkste en meest verkochte luchtplantjes.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 10 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,1 m breed
Bloei
april–juni
| Hoogte | 0,1 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–juni |
Herkennen
Hoe herken je een luchtplantje?
- Groeivorm
- Compact rozetje van 5–10 cm hoog en breed; vormt met de tijd een trosje.
- Blad
- Smal, stijf en spits, 4–6 cm, zilvergroen door de vele schubjes; kleurt rood of roze voor de bloei.
- Bloem
- Paarse buisbloemetjes met uitstekende gele meeldraden, tussen de rode binnenbladeren, van april tot juni.
- Kindjes
- Na de bloei verschijnen jonge rozetjes aan de voet; de moederplant leeft nog een tijd en sterft dan langzaam af.
- Wortels
- Kort en draadvormig, vooral om zich vast te hechten.
Bloei: april–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groeit zonder grond: je legt hem op een stuk hout, een steen, een schelp of in een open glazen bol.
- Klein en speels: past op elke vensterbank of plank.
- Kleurt rood of roze voor de bloei, met opvallende paarse bloemetjes.
- Vormt met de jaren een trosje of bolletje van rozetjes.
- Weinig werk: een keer per week dompelen volstaat.
Waar staat een luchtplantje graag?
- Veel licht, maar geen felle middagzon achter glas: een raam op het oosten of westen, of een zuidraam met een vitrage.
- Luchtig: na het dompelen moet hij binnen enkele uren kunnen opdrogen. Nooit in een gesloten glazen pot of terrarium.
- Matig warm: 15–25 °C, niet onder 10 °C.
- Een badkamer of keuken met daglicht is goed, door de vochtigere lucht.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 0,1 m hoog, 0,1 m breed
- Temperatuur
- Minimum 10 °C
Mooi samen met
- Hertshoornvaren: Groeit ook zonder grond, op een plank aan de muur; samen vormen ze een groene wand.
- Andere luchtplantjes: Grotere en zilvergrijze soorten in een groepje op een stuk drijfhout.
- Koraalcactus: Een hangende cactus die in het wild ook op bomen groeit, voor dezelfde lichte plek zonder felle zon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een luchtplantje?
- Je kunt hem het hele jaar door een plek geven; hij komt nooit in potgrond.
- Leg hem in een schelp, op een steen of een stuk drijfhout, of in een open glazen bol.
- Maak hem eventueel vast met nylondraad of een zachte binddraad rond de voet, nooit met koperdraad: koper is giftig voor luchtplantjes.
- Zet hem zo dat water uit het hart kan weglopen en hij makkelijk weg te nemen is om te dompelen.
- Dompel hem meteen een halfuur in regenwater en laat hem ondersteboven uitlekken voor je hem terugzet.
Verzorgen
- Water
- Dompel hem elke week een halfuur onder in regenwater op kamertemperatuur. Schud hem daarna zacht uit en laat hem ondersteboven uitlekken; binnen enkele uren moet hij droog zijn.
- Waterkwaliteit
- Gebruik regenwater of kalkarm bronwater, geen water uit een waterontharder.
- Vernevelen
- Bij heel droge lucht kun je tussendoor vernevelen met regenwater; dat vervangt het dompelen niet.
- Bemesten
- Van april tot september een keer per maand voeding voor bromelia’s of orchideeën, op een kwart van de sterkte, in het dompelwater.
- Dorst
- Sterk krullende, doffe bladeren wijzen op te weinig water: laat hem dan een paar uur weken.
Tip: Na het dompelen kleurt hij groener; wordt hij weer zilvergrijs en krullen de bladeren licht, dan is het tijd om opnieuw te dompelen. Laat hem altijd ondersteboven uitlekken.
Wanneer snoei je een luchtplantje?
Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid. Haal af en toe droge onderste blaadjes en na de bloei de uitgebloeide bloeiwijze weg.
Hoe:
- Trek droge, bruine blaadjes aan de voet voorzichtig los of knip ze weg.
- Knip bruine bladpunten schuin af, zodat de vorm natuurlijk blijft.
- Knip de verdroogde bloeiwijze na de bloei weg.
- Laat de moederplant bij haar jonge rozetjes zitten tot ze echt verdroogd is.
Vermeerderen
- Kindjes
- Na de bloei verschijnen jonge rozetjes aan de voet. Breek of snij ze los als ze een derde tot de helft van de grootte van de moederplant hebben, liefst in het voorjaar of de zomer, en verzorg ze als een volwassen plant.
- Trosje
- Laat je de kindjes zitten, dan groeit er met de jaren een bolletje van rozetjes, dat je in zijn geheel kunt dompelen.
Hoe komt een luchtplantje de winter door?
- Het hele jaar binnen: hij verdraagt geen vorst en houdt niet van temperaturen onder 10 °C.
- In een koele kamer dompel je hem minder vaak, om de 10–14 dagen; bij droge, warme lucht van de verwarming blijf je wekelijks dompelen.
- Zet hem in de winter op de lichtste plek, eventueel vlak bij het raam, maar niet tegen een koude ruit.
- In de zomer mag hij buiten op een lichte, beschutte plek zonder felle middagzon, zolang de nachten boven 10 °C blijven.
Ziektes en plagen
- Rot in het hart: Het hart wordt bruin of zwart en de bladeren laten los in het midden, door water dat in het hart blijft staan of een te natte, luchtloze plek. Laat hem altijd ondersteboven uitlekken; een rotte plant is niet meer te redden.
- Uitdroging: De bladeren krullen sterk, worden dof en de punten bruin en krokant. Laat hem een paar uur weken en dompel daarna geregeld.
- Te donker: Hij verbleekt, groeit traag en bloeit niet. Zet hem lichter.
- Wolluis: Witte pluisjes tussen de bladeren. Verwijder ze met een wattenstaafje.
Het jaar rond
- Januari: Om de 10–14 dagen dompelen in een koele kamer, wekelijks bij droge, warme lucht. Lichtste plek.
- Maart: Weer wekelijks dompelen. Lichte plek zonder felle zon.
- April: Binnenste bladeren kleuren rood, eerste bloemen. Weer maandelijks voeding in het dompelwater.
- Mei: Bloei. Wekelijks dompelen en goed laten uitlekken.
- Juni: Laatste bloemen. Uitgebloeide bloeiwijze wegknippen. Buiten op een beschutte plek mag.
- Juli: Bij warm weer wekelijks dompelen, soms tussendoor vernevelen. Kindjes verschijnen.
- Augustus: Voeding geven. Grote kindjes losmaken.
- September: Laatste voeding. Binnenhalen voor de nachten koud worden.
- Oktober: Lichtste plek kiezen.
- December: Minder vaak dompelen in een koele kamer.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht is genoemd naar Elias Tillandz, een 17e-eeuwse arts en plantkundige in Finland.
- De naam ionantha betekent ‘met violette bloemen’.
- Luchtplantjes horen bij de bromeliafamilie, net als de ananas.