Vaderplant (Tradescantia fluminensis)

Foto: KENPEI, CC BY-SA 3.0 · bron

Kamerplant · Commelinaceae

Vaderplant

Tradescantia fluminensis

In andere talen: Misère (Français) · Small-leaf spiderwort (English)

De vaderplant is een snelgroeiende hang- en kruipplant uit de bossen van Zuidoost-Brazilië en het noordoosten van Argentinië. Hij vormt lange, sappige ranken met kleine, glanzende, ovale bladeren die om de paar centimeter aan een knoop staan, en kan een pot zo volledig laten overhangen. Naast de groene vorm bestaan er populaire bonte rassen, zoals ‘Variegata’ en ‘Quicksilver’ met wit gestreept blad en ‘Tricolor’ met wit, groen en roze. Af en toe verschijnen kleine witte bloempjes met drie blaadjes. Het is een van de makkelijkste kamerplanten: hij groeit snel, verdraagt een vergeten gietbeurt en elk stukje rank wortelt.

Let op: Het sap in blad en stengels kan bij katten en honden, en bij mensen met een gevoelige huid, jeuk en roodheid geven. Hang hem buiten het bereik van huisdieren en kinderen. In warmere landen woekert hij buiten als invasieve plant: gooi overtollige ranken in de groenbak of op de compost, nooit in de natuur.

  • Licht

    Halfschaduw

    geen felle middagzon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 5 °C

  • Grootte

    0,6 m

    hoog, 0,6 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart–september
Hoogte0,6 m
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren

Herkennen

Hoe herken je een vaderplant?

Groeivorm
Kruipende of hangende plant met ranken van 60 cm en langer; in een hangpot zo’n 60 cm breed.
Blad
Klein, ovaal tot eirond, 3–5 cm, glanzend en wat vlezig; groen of bont met wit, crème of roze, bij sommige vormen paars aan de onderkant.
Stengel
Sappig en wat broos, met duidelijke knopen waar makkelijk wortels uit groeien.
Bloem
Kleine, witte bloempjes met drie blaadjes, af en toe aan de toppen; niet de reden om hem te kweken.
Sap
Het waterige sap in blad en stengels kan de huid irriteren.

Planten: maart–april · Snoeien: maart–september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de makkelijkste en snelst groeiende hangplanten voor binnen.
  • Mooi in een hangpot of op een hoge kast, met ranken die ver over de rand hangen.
  • Bonte rassen brengen licht in een interieur; groene vormen verdragen wat minder licht.
  • Elk stukje rank wortelt: ideaal om te delen, weg te geven of de pot weer vol te maken.
  • Kan in de zomer naar buiten in een hangpot of bak op een licht beschaduwde plek.
  • Groenblijvend en het hele jaar mooi.

Waar staat een vaderplant graag?

  • Licht zonder felle zon: bij een raam op het oosten of westen, of een eind van een zuidraam. Bonte vormen hebben meer licht nodig om hun tekening te houden.
  • Op een te donkere plek worden de ranken lang en kaal en verliest bont blad zijn tekening.
  • Kamertemperatuur van 15–24 °C; in de winter mag het koeler, maar niet onder 5 °C.
  • Buiten van half mei tot september in een hangpot of bak op een beschutte, licht beschaduwde plek.
Licht
Licht, zonder felle zon
Potgrond
Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Water geven
Gewoon
Grootte
0,6 m hoog, 0,6 m breed
Temperatuur
Minimum 5 °C

Mooi samen met

  • Graslelie: Even makkelijk en ook mooi in een hangpot, met smalle, gestreepte bladeren.
  • Scindapsus: Grotere, hangende bladeren naast de fijne ranken van de vaderplant.
  • Klimop: Hangt ook mooi over de rand en verdraagt eveneens een koelere plek.
  • Lepelplant: Rustig, groot blad en witte bloemen voor dezelfde lichte plek zonder felle zon.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een vaderplant?

Planten in maart–april.

  1. Plant of verpot in maart of april, als de pot vol wortels zit.
  2. Kies een hangpot of een brede pot met een gat in de bodem, zodat er veel ranken in passen.
  3. Gebruik gewone potgrond voor kamerplanten, eventueel met wat perliet voor een betere afwatering.
  4. Zet meerdere gewortelde stekken samen in één pot, zo’n 5 cm uit elkaar, voor een volle plant.
  5. Geef water tot het onderaan uit de pot loopt en laat het goed uitlekken.

Verzorgen

Water
Houd de grond licht vochtig en laat de bovenste centimeter tussen twee gietbeurten opdrogen. Hij verdraagt een korte droogte, maar geen natte voeten.
Bemesten
Van april tot september om de twee à drie weken vloeibare mest voor kamerplanten, aan halve dosis. Te veel mest geeft lange, slappe ranken.
Terugknippen
Knip lange ranken regelmatig in en zet de stukken bij in de pot: zo blijft hij vol.
Groene scheuten
Knip bij bonte rassen volledig groene scheuten weg, anders nemen ze de plant over.
Verjongen
Na twee à drie jaar wordt hij aan de voet kaal: begin dan opnieuw met verse stekken.

Tip: Bij bonte rassen: knip volledig groene scheuten meteen weg en geef genoeg licht. Zo blijft de witte of roze tekening behouden.

Wanneer snoei je een vaderplant?

Snoeimaanden: maart–september.

Wanneer: Knip hem het hele groeiseizoen, van maart tot september, regelmatig in. Zo blijft hij vol en compact.

Hoe:

  • Knip lange of kale ranken net boven een knoop in; daar lopen nieuwe zijscheuten uit.
  • Zet de afgeknipte stukken van zo’n 10 cm meteen terug in de pot: ze wortelen en maken hem weer vol.
  • Knip bij bonte vormen alle volledig groene scheuten tot aan hun oorsprong weg.
  • Haal verdroogde, bruine bladeren aan de voet weg.

Let op: Draag handschoenen als je een gevoelige huid hebt: het sap kan jeuk en roodheid geven.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stekken
Het hele groeiseizoen: knip stukken rank van 8–10 cm, haal de onderste bladeren weg en zet ze in een glas water of meteen in vochtige potgrond. Binnen een à twee weken vormen ze wortels.
Afleggen
Leg een rank over een potje met vochtige grond en druk een knoop licht aan. Als die geworteld is, knip je de rank los van de moederplant.

Hoe komt een vaderplant de winter door?

  • Niet winterhard: onder 5 °C krijgt hij schade. Haal planten die buiten stonden in september binnen.
  • Binnen groeit hij in de winter trager. Zet hem op een lichte plek, gerust wat koeler, rond 12–16 °C.
  • Geef minder water en geen mest van oktober tot maart.
  • Droge lucht van de verwarming geeft bruine bladpunten en spint: hang hem niet boven een radiator.

Ziektes en plagen

  • Kale, lange ranken: Te weinig licht of een oude plant. Zet hem lichter, knip vaker terug en zet stekken bij in de pot.
  • Bont blad wordt groen: Te weinig licht, of groene scheuten die de plant overnemen. Zet hem lichter en knip de groene scheuten weg.
  • Stengelrot: Zwarte, zachte stengels aan de voet in natte grond. Giet minder en begin opnieuw met gezonde toppen.
  • Spint: Fijne gele spikkels en webjes, vooral in droge lucht. Afspoelen onder de douche en de luchtvochtigheid verhogen.
  • Bladluis en wolluis: Op jonge toppen of in de bladoksels. Afspoelen met water of de aangetaste toppen wegknippen.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Lichte plek, weinig water, geen mest.
  • Februari: Rust. Verdroogde bladeren weghalen.
  • Maart: Verpotten. Lange ranken terugknippen. Beginnen met bemesten.
  • April: Stekken nemen en bijzetten in de pot.
  • Mei: Groei. Na half mei mag hij in een hangpot naar buiten.
  • Juni: Regelmatig terugknippen. Groene scheuten bij bonte vormen wegknippen.
  • Juli: Groei. Water geven bij warm weer.
  • Augustus: Terugknippen en stekken.
  • September: Planten van buiten binnenhalen. Laatste mestbeurt.
  • Oktober: Minder water geven. Stoppen met bemesten.
  • November: Rust. Lichte plek, weg van de verwarming.
  • December: Rust. Weinig water.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Het sap in blad en stengels van tradescantia kan de huid irriteren: bij gevoelige mensen geeft het jeuk en roodheid, en honden en katten die vaak door of tegen de plant lopen of erop kauwen, krijgen soms een rode, jeukende huid, vooral op buik, poten en snuit, of last van mond en maag. Hang of zet hem buiten het bereik van huisdieren, draag handschoenen bij het snoeien, stekken en verpotten, en was daarna je handen. Laat in de tuin geen honden in een perk met eendagsbloemen liggen. Gooi overtollige ranken van de vaderplant in de groenbak of op de compost, nooit in de natuur. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Het geslacht Tradescantia is genoemd naar John Tradescant vader en zoon, Engelse tuiniers en plantenverzamelaars uit de 17e eeuw.
  • De soortnaam fluminensis betekent ‘van Rio de Janeiro’.
  • In Nieuw-Zeeland en delen van Australië is hij een lastige invasieve plant die de bosbodem met een dik tapijt bedekt en jonge boompjes verstikt.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…