Foto: Ghislain118 http://www.fleurs-des-montagnes.net, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Scrophulariaceae
Toorts
Verbascum chaixii
In andere talen: Molène de Chaix (Français) · Nettle-leaved mullein (English)
Deze toorts komt uit de bergstreken van Zuid- en Midden-Europa, waar hij op zonnige hellingen en in bosranden groeit. Anders dan veel toortsen, die na twee jaar afsterven, is dit een echte vaste plant die enkele jaren meegaat. Uit een rozet van grote, gekartelde bladeren rijzen in de zomer slanke, vertakte aren van zo’n 90 cm, dicht bezet met kleine gele bloemen met een opvallend paars hart. Tuiniers houden van de verticale accenten, de lange bloei van juni tot augustus en het feit dat hij droogte goed verdraagt. Het ras ‘Album’ heeft witte bloemen, eveneens met een paars hart.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,45 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | juli–september |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een toorts?
- Groeivorm
- Bladrozet aan de grond met rechtopstaande, vertakte bloemstengels van 70–90 cm; zo’n 45 cm breed.
- Blad
- Groot, eirond, gekarteld en wat gerimpeld, een beetje zoals brandnetelblad; aan de onderkant licht behaard.
- Bloem
- Kleine, platte bloemen van 1,5–2 cm, dicht opeen langs slanke aren; elke bloem leeft kort, maar er gaan er steeds nieuwe open.
- Kleur
- Zachtgeel, bij ‘Album’ wit; telkens met paarse, wollige haren op de meeldraden in het hart.
- Wortels
- Een diepe penwortel, die hem droogtebestendig maakt maar verplanten moeilijk.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–mei en september · Snoeien: juli–september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Slanke, verticale aren die structuur geven tussen ronde en lage planten.
- Lange bloei, van juni tot augustus, zeker als je uitgebloeide aren wegknipt.
- Bijen en hommels bezoeken de bloemen de hele zomer.
- Droogtebestendig: ideaal voor een grindtuin of een zonnige, droge border.
- In tegenstelling tot veel andere toortsen blijft hij meerdere jaren staan.
Waar staat een toorts graag?
- Zon tot lichte halfschaduw; in de volle zon bloeit hij het rijkst.
- Zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, maar altijd goed doorlatend.
- Droge tot gewone grond: natte voeten in de winter verdraagt hij slecht.
- Plant 40–45 cm uit elkaar, vijf à zes planten per m², of in kleine groepjes tussen andere vaste planten.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,45 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Bossalie: Blauwpaarse aren naast de gele, voor dezelfde zonnige, droge plek.
- Kattenkruid: Een lage, blauwe wolk aan de voet.
- Vedergras: Fijn, wuivend gras dat de stijve aren verzacht.
- Duizendblad: Platte schermen als contrast met de verticale aren.
- Lavendel: Geurig, grijs blad en paarse bloemen in een zonnige, droge hoek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een toorts?
Planten in maart–mei en september.
- Plant in maart–mei of in september, zodat hij voor de winter nog kan wortelen.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot. Maak zware klei luchtiger met grof zand of fijn grind.
- Zet de plant even diep als in de pot: het rozet mag niet onder de grond verdwijnen.
- Druk de grond aan en geef goed water; de eerste weken bij droogte opnieuw.
- Mulch eventueel met grind in plaats van compost: zo blijft het rozet droog.
Verzorgen
- Water
- Na de eerste zomer zelden nodig. Enkel bij lange droogte en in potten water geven.
- Bemesten
- Niet nodig. In te rijke grond worden de stengels slap.
- Uitgebloeide aren
- Knip de hoofdaar na de bloei weg tot net boven een zijtak: zo komen er nieuwe zijaren.
- Steun
- Staat meestal zonder steun. Op een winderige plek of in rijke grond kan een stok nodig zijn.
- Zaailingen
- Laat een paar aren uitzaaien als je jonge planten wilt: zo blijft hij in je tuin, ook als de moederplant na enkele jaren verdwijnt.
Tip: Knip uitgebloeide aren weg tot net boven een zijtak: zo krijg je de hele zomer nieuwe zijaren. Laat er op het einde een paar uitzaaien, dan heb je altijd jonge planten.
Wanneer snoei je een toorts?
Snoeimaanden: juli–september.
Wanneer: Knip van juli tot september telkens de uitgebloeide aren weg. Na de laatste bloei, in september, gaan de stengels terug tot aan het rozet.
Hoe:
- Knip een uitgebloeide aar af net boven een zijaar of een blad.
- Na de laatste bloei knip je alle bloemstengels terug tot aan het bladrozet.
- Laat het rozet in de winter staan: daaruit groeit de bloei van volgend jaar.
- Wil je zaailingen, laat dan een of twee aren rijpen.
Let op: Knip het bladrozet zelf niet weg: daaruit groeien volgend jaar de nieuwe aren.
Vermeerderen
- Wortelstekken
- In december–februari een stuk dikke wortel afsnijden, in stukken van zo’n 5 cm verdelen en rechtop, met de bovenkant naar boven, in een pot met zanderige stekgrond zetten. In het voorjaar lopen ze uit.
- Zaailingen
- Op open, schrale grond zaait hij zich vaak zelf uit. Verplant de zaailingen jong, in het voorjaar of in september, voor de penwortel te diep zit.
Hoe komt een toorts de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in een goed doorlatende grond in België geen probleem.
- Natte grond is in de winter gevaarlijker dan vorst: het rozet en de wortels rotten dan.
- In een pot: zorg voor een gat in de bodem, gebruik zanderige potgrond en zet de pot in de winter onder een afdak of tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Rupsen: Opvallende witgroene rupsen met gele en zwarte vlekken, van een nachtvlinder die op toortsen leeft, vreten in mei–juli het blad kaal. Pluk ze af.
- Wortelrot: Het rozet wordt plots slap en rot in de winter of na veel regen: de grond is te nat. Plant opnieuw in goed doorlatende grond, eventueel wat verhoogd.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad bij droog, warm weer. Weinig schadelijk: aangetaste bladeren wegknippen.
- Kort leven: Na enkele jaren verdwijnt de plant. Laat zaailingen staan of neem wortelstekken om hem te behouden.
Het jaar rond
- Januari: Wortelstekken nemen in een vorstvrije periode.
- Maart: Dode bladeren rond het rozet opruimen. Planten.
- April: Planten. Zaailingen verplanten.
- Mei: Planten. Letten op rupsen.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Bloei. Uitgebloeide aren wegknippen voor nieuwe zijaren.
- Augustus: Bloei. Uitgebloeide aren wegknippen.
- September: Stengels terug tot aan het rozet. Planten.
- November: Rust. Zorg dat er geen water rond het rozet blijft staan.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam eert Dominique Chaix, een Franse priester en plantkundige uit de 18e eeuw.
- Het paarse hart van de bloem bestaat uit fijne, paarse haren op de meeldraden.
- Vroeger doopte men gedroogde stengels van grote toortsen in was of vet om ze als fakkel te gebruiken: vandaar de naam toorts.