
Foto: Forest & Kim Starr, CC BY 3.0 · bron
Eenjarige plant · Scrophulariaceae
Koningskaars
Verbascum thapsus
In andere talen: Molène bouillon-blanc (Français) · Great mullein (English)
De koningskaars is een tweejarige plant die van nature in heel Europa en ver daarbuiten voorkomt, op droge bermen, spoordijken en braakliggende grond. Het eerste jaar vormt hij een brede rozet van zilverviltige, zacht aanvoelende bladeren. Het tweede jaar schiet daar een rechte, meestal onvertakte bloemkaars uit tot 1,8 m, bezet met gele bloemen. Hij bloeit van juni tot in september en is een bijenplant. Daarna sterft hij af, maar hij laat duizenden zaden achter, waardoor hij jaar na jaar terugkomt.
Let op: Hij zaait zich rijkelijk uit en zaden blijven tientallen jaren kiemkrachtig. Knip de aren af vóór de zaden rijpen als je geen zaailingen wilt.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
1,8 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–september
| Hoogte | 1,8 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een koningskaars?
- Groeivorm
- Tweejarig: het eerste jaar een rozet, het tweede jaar een rechte, meestal onvertakte bloemkaars tot 1,8 m, 50 cm breed.
- Blad
- Groot, lancetvormig tot langwerpig, zilvergrijs en dicht viltig behaard; de bladvoeten lopen langs de stengel naar beneden.
- Bloem
- Gele bloemen met vijf kroonbladen, dicht op de stengel, van juni tot september; ze bloeien één voor één open.
- Wortels
- Diepe penwortel die droogte goed doorstaat; verplant hem alleen als hij nog klein is.
- Zaad
- Zeer veel kleine zaden in doosvruchtjes, die rijpen in de late zomer en herfst.
Bloei: juni–september · Zaaien: april–juni · Planten: september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Stoere, zilvergrijze rozetten in het eerste jaar, die ook in de winter mooi blijven.
- Een rechte gele kaars tot 1,8 m in het tweede jaar, van juni tot september.
- Een inheemse plant die bijen en hommels aantrekt met zijn stuifmeel.
- Doet het op de droogste, armste grond waar weinig anders groeit.
- Geen werk: hij zaait zichzelf uit en redt zich zonder water of mest.
Waar staat een koningskaars graag?
- Volle zon: hoe warmer en droger, hoe beter.
- Goed doorlatende, schrale zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal; hij verdraagt droogte uitstekend, maar niet de nattigheid van een natte winter.
- Plant op 50 cm van elkaar, op een plek waar je zijn zaden niet erg vindt.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 1,8 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Wilde marjolein: Een geurige, lage plant voor dezelfde droge, zonnige grond.
- Slangenkruid: Blauwe bloemen en bijenplant naast de gele kaarsen.
- Wilde peen: Witte schermen in dezelfde schrale vegetatie.
- Muurpeper: Een lage bodembedekker in dezelfde droge grond.
- Kogeldistel: Blauwe bollen naast de gele kaarsen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een koningskaars?
Planten in september–oktober.
- Zaai in april–juni buiten, ter plaatse of in een zaaibed in volle zon.
- Strooi het zeer fijne zaad op losse grond en druk het alleen aan: het kiemt in het licht.
- Hou het zaaibed vochtig tot de zaailingen opkomen en dun ze uit op 40–50 cm.
- Verplant jonge rozetten in september–oktober; hou de penwortel zo heel mogelijk.
- Plant even diep als de plant eerder stond; werk geen mest of compost in de grond.
- Geef eenmalig water na het planten; daarna redt hij zich zelf.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar alleen bij langdurige droogte; daarna helemaal niet meer.
- Bemesten
- Niet doen: op rijke grond groeit hij slap en gaat hij makkelijker om.
- Steun
- Meestal niet nodig; op winderige plekken kan een stevige stok helpen.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat de kaars staan voor het wintersieraad en voor zaad, of knip de aar af om uitzaaien te beperken.
- Onderhoud
- Haal ongewenste zaailingen in het voorjaar weg; ze zijn makkelijk uit te trekken zolang ze klein zijn.
Tip: Zaai ter plaatse op droge grond en laat zaailingen staan waar ze opkomen. Hij heeft geen mest nodig: hoe schraler de grond, hoe steviger hij groeit.
Wanneer snoei je een koningskaars?
Wanneer: Je snoeit hem niet; knip de aren alleen af als je het uitzaaien wilt beperken, of ruim hem op na de bloei.
Hoe:
- Knip de verwelkte aar af vóór de zaden rijpen als je geen zaailingen wilt.
- Laat de kaars staan als wintersieraad en als zaadbron voor vogels en insecten.
- Haal de dode plant weg in de late winter of het voorjaar.
Let op: Hij zaait zich rijkelijk uit en zaden blijven tientallen jaren kiemkrachtig in de grond. Knip de aren af vóór de zaden rijpen als je dat niet wilt.
Vermeerderen
- Zaaien
- In april–juni buiten, ter plaatse of in een zaaibed, in volle zon. Strooi het zaad op de grond en druk aan; het kiemt in het licht.
- Zelfzaai
- Laat enkele aren zaad zetten; de jonge plantjes komen vanzelf op. Verplant jonge rozetten in september–oktober of laat ze staan waar ze opkomen.
Hoe komt een koningskaars de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C. De rozet blijft groen of zilvergrijs staan.
- Het enige echte gevaar is natte grond in de winter: dan kan de rozet wegrotten. Zorg voor goed doorlatende grond.
- In het tweede jaar sterft de plant na de bloei af; de zaden zorgen voor nieuwe planten.
Ziektes en plagen
- Rupsen: Rupsen van nachtvlinders vreten aan de bladeren, vooral in mei–juni. Raap ze af of laat ze met rust: de plant overleeft het.
- Rot: De rozet rot in natte, koude winters. Zorg voor goed doorlatende grond en vermijd te natte plekken.
- Slakken: Jonge zaailingen worden opgegeten. Zaai wat dichter en dun later uit.
- Geen bloei in het eerste jaar: Dat is normaal: hij is tweejarig. De bloeiende aar komt in het tweede jaar.
- Ongewenste zaailingen: Trek ze uit zolang ze klein zijn; de penwortel wordt snel diep.
Het jaar rond
- April: Buiten zaaien, ter plaatse of in een zaaibed.
- Mei: Zaaien afmaken. Zaailingen uitdunnen.
- Juni: Eerste bloei bij tweejarige planten. Nog te zaaien.
- Juli: Volle bloei. Bijen en hommels bezoeken de aar.
- Augustus: Bloei en zaadzetting. Aren afknippen als je geen zaad wilt.
- September: Jonge rozetten verplanten. Zaad oogsten.
- Oktober: Jonge rozetten verplanten. Dode planten opruimen.
- November: Rozetten blijven staan; niets doen.
- December: Rust.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De gedroogde stengels werden vroeger, volgens de overlevering, als fakkel gebruikt, wat past bij zijn naam koningskaars.
- Na de bloei sterft de plant af, maar de zaden kunnen tientallen jaren in de grond slapen en pas kiemen als de grond wordt omgespit.
- De dichte, viltige beharing beschermt de bladeren tegen verdamping en zon.