
Foto: Christian Fischer, CC BY-SA 3.0 · bron
Eenjarige plant · Scrophulariaceae
Stalkaars
Verbascum densiflorum
In andere talen: Molène à fleurs denses (Français) · Dense-flowered mullein (English)
De stalkaars is een tweejarige plant uit Europa en West-Azië die van nature voorkomt op droge, zonnige en vaak kalkrijke plaatsen. Het eerste jaar vormt hij een mooie rozet van grote, grijsgroene, viltige bladeren. Het tweede jaar schiet daaruit een stevige, rechtopstaande bloemaar tot ongeveer 1,5 m, dicht bezet met grote, gele bloemen. Hij bloeit van juni tot in september en is een prachtige bijenplant. Na de bloei sterft hij af, maar hij zaait zich rijkelijk uit, zodat er elk jaar nieuwe planten bijkomen.
Let op: Hij zaait zich rijkelijk uit en kan op open, droge grond in de buurt ongevraagd opkomen. Knip de aren af vóór de zaden rijpen als je dat niet wilt.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
1,5 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–september
| Hoogte | 1,5 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een stalkaars?
- Groeivorm
- Tweejarig: het eerste jaar een bladrozet, het tweede jaar een rechtopstaande bloemaar tot ongeveer 1,5 m, 50 cm breed.
- Blad
- Groot, lancetvormig tot langwerpig, grijsgroen en bedekt met een dicht, wollig viltlaagje.
- Bloem
- Grote, gele bloemen met vijf kroonbladen, dicht tegen elkaar op een lange aar, van juni tot september.
- Wortels
- Diepe penwortel: hij verdraagt droogte goed, maar verplanten kan alleen als hij nog jong is.
- Zaad
- Zeer veel kleine zaden in doosvruchtjes; ze rijpen in de herfst en zaaien zich uit.
Bloei: juni–september · Zaaien: april–juni · Planten: september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Opvallende, hoge bloemaren met grote gele bloemen van juni tot september.
- Prachtig viltig blad in een rozet, mooi het hele eerste jaar en in de winter.
- Perfect voor droge, zonnige, schrale plekken waar weinig anders groeit.
- Bijen en hommels komen af op het stuifmeel van de bloemen.
- Zaait zichzelf uit en blijft zo jaar na jaar in de tuin.
Waar staat een stalkaars graag?
- Volle zon: hoe zonniger en droger, hoe beter.
- Goed doorlatende, schrale zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal; natte grond in de winter is zijn grootste vijand.
- Plant op 50 cm van elkaar; hij valt niet snel om, maar geef eventueel steun op winderige plekken.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 1,5 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Duizendblad: Gele of witte schermen in dezelfde droge, zonnige grond.
- Kogeldistel: Blauwe bollen naast de gele kaarsen: een klassiek duo voor droge grond.
- Slangenkruid: Blauwe bloemen en een inheemse bijenplant voor dezelfde schrale plek.
- Steppesalie: Violette aren onder de gele kaarsen.
- Lavendel: Een geurende, lage rand in de volle zon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een stalkaars?
Planten in september–oktober.
- Zaai in april–juni buiten, in een zaaibed of ter plaatse, in volle zon.
- Strooi het stofkleine zaad op een fijne, losse grond en druk het alleen aan: het kiemt in het licht.
- Hou het zaaibed vochtig tot de zaailingen opkomen en dun ze uit op 40–50 cm.
- Verplant de jonge rozetten in september–oktober naar hun definitieve plek, met zo veel mogelijk wortel.
- Graaf een plantgat even diep en 1,5 keer zo breed als de kluit; werk geen mest of compost in.
- Geef eenmalig water na het planten; daarna redt hij zich zelf.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij langdurige droogte een beetje water; daarna bijna nooit.
- Bemesten
- Niet nodig. Op voedselrijke grond groeit hij slap en gaat hij makkelijker om.
- Steun
- Meestal niet nodig; op winderige plekken helpt een stevige bamboestok.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de hoofdaar na de bloei af: er komen dan zijaren en hij bloeit langer.
- Opruimen
- Laat enkele aren staan voor zaad en als wintersieraad; verwijder ongewenste zaailingen in het voorjaar.
Tip: Hou hem schraal en droog: op voedselrijke of natte grond groeit hij slap en rot de rozet. Laat zaailingen staan op plekken waar je ze wilt en verplant jonge rozetten in de herfst.
Wanneer snoei je een stalkaars?
Wanneer: Je snoeit hem niet, maar knip de hoofdaar na de bloei af voor zijaren of om uitzaaien te beperken.
Hoe:
- Knip de verwelkte hoofdaar af, net boven een zijscheut; de zijaren bloeien nog verder.
- Wil je geen zaailingen, knip dan alle aren af vóór het zaad rijpt.
- Na de zaadvorming verwijder je de dode tweejarige plant in de herfst of de late winter.
Let op: Hij zaait zich rijkelijk uit. Knip de aren af vóór de zaden rijpen als je geen zaailingen wilt, en verwijder ongewenste jonge planten in het voorjaar.
Vermeerderen
- Zaaien
- In april–juni buiten in een zaaibed of ter plaatse, op een zonnige plek. Strooi het zaad op de grond en druk aan; het kiemt in het licht. Verplant de rozetten in september–oktober.
- Zelfzaai
- Laat enkele aren zaad zetten; de jonge plantjes komen vanzelf in het voorjaar op. Verplant de rozetten of laat ze staan waar ze opkomen.
Hoe komt een stalkaars de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C. De rozet blijft ’s winters groen of grijsgroen staan.
- Het enige gevaar is natte grond in de winter: de rozet kan dan rotten. Zorg voor een goed doorlatende grond, bijvoorbeeld met wat grind.
- In het tweede jaar sterft de plant na de bloei af; de zaden zorgen voor de volgende generatie.
Ziektes en plagen
- Rupsen: Rupsen van nachtvlinders eten graag van de bladeren, vooral in mei–juni. Raap ze af of laat ze met rust: ze doen de plant zelden echt kwaad.
- Rot: De rozet rot in natte, koude winters. Zorg voor een goed doorlatende grond en vermijd te natte plekken.
- Slakken: Jonge zaailingen worden opgegeten. Zaai wat dichter en dun later uit, of strooi slakkenkorrels op basis van ijzerfosfaat.
- Geen bloei in het eerste jaar: Dat is normaal: hij is tweejarig. De bloei komt in het tweede jaar.
- Omvallende aren: Op rijke, natte grond groeit hij te snel en slap. Geef geen mest en kies een schrale, zonnige plek.
Het jaar rond
- April: Buiten zaaien in een zaaibed of ter plaatse.
- Mei: Zaaien afmaken. Zaailingen uitdunnen.
- Juni: Eerste bloei bij tweejarige planten. Nog te zaaien.
- Juli: Volle bloei. Hoofdaar afknippen voor zijaren.
- Augustus: Bloei en zaadzetting. Zaad opvangen of aren afknippen.
- September: Jonge rozetten verplanten. Zaad oogsten.
- Oktober: Jonge rozetten verplanten. Dode planten opruimen.
- November: Rozetten blijven groen staan. Niets doen.
- December: Rust.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Elke afzonderlijke bloem bloeit maar kort, maar de aar bloeit wekenlang door omdat er steeds nieuwe knoppen opengaan.
- De plant wordt ook wel Verbascum thapsiforme genoemd en heet in het Engels ook large-flowered mullein.
- De dichte, wollige beharing van de bladeren beschermt tegen verdamping en zon, een aanpassing aan droge standplaatsen.