Twee op een rij
Ruwe berk of zachte berk? Zo zie je het verschil
Betula pendula · Betula pubescens
Een ruwe berk herken je aan de hangende, kale twijgen met ruwe wratjes, het ruitvormige blad en de zwarte, diep gegroefde ruiten onderaan de stam; een zachte berk heeft fijn behaarde twijgen zonder wratjes, die niet hangen, en eivormig blad.
Wrijf over een jonge twijg. Ruw door kleine wratjes en kaal: ruwe berk. Zacht en fijn behaard: zachte berk. Van ver zie je het aan de kroon: de ruwe berk heeft sierlijk hangende twijgen, de zachte berk niet.
| Ruwe berk | Zachte berk | |
|---|---|---|
| Blad | Verspreid, ruit- tot driehoekig, 3–7 cm, met lange spitse top en dubbel gezaagde rand; kaal. Dunne steel. | Verspreid, eivormig, 3–5 cm, met kortere top dan bij de ruwe berk; enkel of onregelmatig gezaagd, onderaan (jong) behaard. |
| Bloei | Hangende katjes in april. | April–mei |
| Vrucht | Cilindervormige katjes die uiteenvallen in kleine gevleugelde nootjes. | Katjes die uiteenvallen in gevleugelde nootjes. |
| Schors | Wit met zwarte vlekken; onderaan de stam zwarte, diep gegroefde ruitvormige schors. | Wit tot grijswit, zonder de zwarte, diep gegroefde ruiten onderaan. |
| Vorm en hoogte | Loofboom, 15–25 m | Loofboom, 10–20 m |
| Standplaats | Volle zon, zure grond, droog | Volle zon, zure grond, vochtig tot nat |
| Inheems in België | Ja | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vlinders en vogels | Ja, voor vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend | Niet als giftig bekend |
| Snoeimaanden | Juli–oktober | Juli–oktober |
Het beste kenmerk per seizoen
- Lente
- Beide bloeien in april met hangende katjes. Het jonge blad van de zachte berk is onderaan behaard, dat van de ruwe berk is kaal en wat kleverig.
- Zomer
- Leg een blad op je hand: de ruwe berk heeft een driehoekig tot ruitvormig blad met een lange, spitse top en een dubbel gezaagde rand, de zachte berk een eivormig blad met een kortere top.
- Herfst
- Beide kleuren goudgeel en laten massa’s kleine gevleugelde nootjes vallen. De vorm van de kroon blijft het beste kenmerk: hangend bij de ruwe berk, opgaand bij de zachte berk.
- Winter
- Kijk onderaan de stam: de ruwe berk heeft daar zwarte, diep gegroefde ruiten, de zachte berk blijft tot onderaan vrij glad en wit tot grijswit. Voel ook aan de twijgen: wratjes of fijne haartjes.
Waar groeien ze?
Beide zijn inheemse pioniers. De ruwe berk groeit op droge, arme zandgrond, op heide en braakland; de zachte berk is de berk van natte, venige grond, van veen, natte heide en broekbossen. Waar beide samen groeien, komen kruisingen voor.
Welke kies je voor je tuin?
- Kies de ruwe berk voor een zonnige tuin op droge zandgrond, de zachte berk voor een natte tuin op zure grond. Met een lichte kroon van zo’n 7–8 m passen ze, als meerstammig groepje, ook in een middelgrote tuin.
- Ze zijn goed voor vlinders en vogels: sijsjes en putters eten de zaadjes. Denk wel aan hooikoorts: het berkenstuifmeel in april is een van de grootste oorzaken.
Wist je dat? Het wit van de berkenschors komt van betuline, een stof die het zonlicht weerkaatst en de stam beschermt tegen oververhitting en vorstscheuren.
Verder lezen
- Fiche: Ruwe berk
- Fiche: Zachte berk
- Ruwe berk snoeien: wanneer en hoe
- Zachte berk snoeien: wanneer en hoe
- Determinatietabel: de vraag waar ze uit elkaar gaan

