Twee op een rij

Ruwe berk of zachte berk? Zo zie je het verschil

Betula pendula · Betula pubescens

Een ruwe berk herken je aan de hangende, kale twijgen met ruwe wratjes, het ruitvormige blad en de zwarte, diep gegroefde ruiten onderaan de stam; een zachte berk heeft fijn behaarde twijgen zonder wratjes, die niet hangen, en eivormig blad.

Wrijf over een jonge twijg. Ruw door kleine wratjes en kaal: ruwe berk. Zacht en fijn behaard: zachte berk. Van ver zie je het aan de kroon: de ruwe berk heeft sierlijk hangende twijgen, de zachte berk niet.

Ruwe berk (Betula pendula)

Foto: Maplan, CC BY-SA 3.0 · bron

Ruwe berk Betula pendula

Zachte berk (Betula pubescens)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Zachte berk Betula pubescens

Ruwe berk en zachte berk naast elkaar
Ruwe berkZachte berk
BladVerspreid, ruit- tot driehoekig, 3–7 cm, met lange spitse top en dubbel gezaagde rand; kaal. Dunne steel.Verspreid, eivormig, 3–5 cm, met kortere top dan bij de ruwe berk; enkel of onregelmatig gezaagd, onderaan (jong) behaard.
BloeiHangende katjes in april.April–mei
VruchtCilindervormige katjes die uiteenvallen in kleine gevleugelde nootjes.Katjes die uiteenvallen in gevleugelde nootjes.
SchorsWit met zwarte vlekken; onderaan de stam zwarte, diep gegroefde ruitvormige schors.Wit tot grijswit, zonder de zwarte, diep gegroefde ruiten onderaan.
Vorm en hoogteLoofboom, 15–25 mLoofboom, 10–20 m
StandplaatsVolle zon, zure grond, droogVolle zon, zure grond, vochtig tot nat
Inheems in BelgiëJaJa
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor vlinders en vogelsJa, voor vlinders en vogels
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekendNiet als giftig bekend
SnoeimaandenJuli–oktoberJuli–oktober

Het beste kenmerk per seizoen

Lente
Beide bloeien in april met hangende katjes. Het jonge blad van de zachte berk is onderaan behaard, dat van de ruwe berk is kaal en wat kleverig.
Zomer
Leg een blad op je hand: de ruwe berk heeft een driehoekig tot ruitvormig blad met een lange, spitse top en een dubbel gezaagde rand, de zachte berk een eivormig blad met een kortere top.
Herfst
Beide kleuren goudgeel en laten massa’s kleine gevleugelde nootjes vallen. De vorm van de kroon blijft het beste kenmerk: hangend bij de ruwe berk, opgaand bij de zachte berk.
Winter
Kijk onderaan de stam: de ruwe berk heeft daar zwarte, diep gegroefde ruiten, de zachte berk blijft tot onderaan vrij glad en wit tot grijswit. Voel ook aan de twijgen: wratjes of fijne haartjes.

Waar groeien ze?

Beide zijn inheemse pioniers. De ruwe berk groeit op droge, arme zandgrond, op heide en braakland; de zachte berk is de berk van natte, venige grond, van veen, natte heide en broekbossen. Waar beide samen groeien, komen kruisingen voor.

Welke kies je voor je tuin?

  • Kies de ruwe berk voor een zonnige tuin op droge zandgrond, de zachte berk voor een natte tuin op zure grond. Met een lichte kroon van zo’n 7–8 m passen ze, als meerstammig groepje, ook in een middelgrote tuin.
  • Ze zijn goed voor vlinders en vogels: sijsjes en putters eten de zaadjes. Denk wel aan hooikoorts: het berkenstuifmeel in april is een van de grootste oorzaken.

Wist je dat? Het wit van de berkenschors komt van betuline, een stof die het zonlicht weerkaatst en de stam beschermt tegen oververhitting en vorstscheuren.

Verder lezen

Herkennen per kenmerk

Alle soorten die op elkaar lijken

Laden…