Tataarse esdoorn (Acer tataricum)

Foto: Le.Loup.Gris, CC BY-SA 3.0 · bron

Boom · Zeepboomfamilie (Sapindaceae)

Tataarse esdoorn

Acer tataricum

In andere talen: Érable de Tartarie (Français) · Tatarian maple (English)

Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.

De Tataarse esdoorn is een kleine boom of grote struik uit het zuidoosten van Europa, van Oostenrijk en Hongarije tot in de Balkan, Oekraïne en het zuiden van Rusland, en verder tot in de Kaukasus en Turkije. Hij groeit er aan bosranden, in lichte eikenbossen, in rivierdalen en op droge, zonnige hellingen in de steppe. In België komt hij niet in het wild voor: je ziet hem in parken, arboreta en af en toe in een gemengde haag. Je herkent hem aan het voor een esdoorn ongewone, meestal ongelobde, eironde blad, aan de roomwitte bloempluimen in mei en vooral aan de vruchten met bijna evenwijdige vleugels, die in de zomer felrood kleuren. Het is een taaie, zeer winterharde boom die droogte, wind en kalk goed verdraagt en waarvan de bloemen druk bezocht worden door bijen.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    6 m

    hoog, 5 m breed

  • Bloei

    mei–juni

Feiten op een rij
Snoeimaandenaugustus–september
Hoogte6 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Bloeimei–juni

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Kleine boom van 4–10 m, bij ons meestal 5–7 m, vaak met meerdere stammen, of een grote struik; de kroon is rond tot breed en vrij dicht.
Blad
Tegenoverstaand, eirond, 5–10 cm lang, met een onregelmatig dubbel gezaagde rand; meestal ongelobd, aan krachtige scheuten soms met twee of drie ondiepe lobben. In de herfst geel tot oranjerood.
Bloem
Kleine, roomwitte bloemen in rechtopstaande, losse pluimen van 5–8 cm, in mei–juni, kort na het uitlopen van het blad.
Vrucht
Gevleugelde dubbele nootjes met bijna evenwijdige, vaak overlappende vleugels van 2–3 cm. Ze kleuren in juli–augustus felrood en worden in de herfst bruin.
Schors
Glad en grijsbruin; bij oudere stammen met ondiepe groeven.
Verwarring met
De vuuresdoorn of Amoerese esdoorn (Acer ginnala) uit Oost-Azië heeft diep drielobbig, glanzend blad met een lange middenlob en kleurt in de herfst vuurrood. De Spaanse aak (Acer campestre) heeft handvormig gelobd blad, melksap in de bladsteel en vruchtvleugels die horizontaal uitstaan.

Bloei: mei–juni · Snoeien: augustus–september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • De bloemen in mei–juni leveren nectar en stuifmeel aan honingbijen, wilde bijen en zweefvliegen.
  • Twee keer kleur: felrode gevleugelde vruchten in juli–augustus en geel tot oranjerood herfstblad.
  • Zeer winterhard en taai: hij verdraagt droogte, wind, kalk en arme grond beter dan de meeste esdoorns.
  • Blijft klein: een goede boom voor een kleinere tuin, als meerstammige struik of in een vrij uitgroeiende haag.
  • In een gemengde haag of houtkant biedt hij beschutting en nestplaatsen aan zangvogels.

Waar staat een Tataarse esdoorn graag?

  • In het wild aan bosranden, in open eikenbossen, in rivierdalen en op droge, zonnige hellingen in de steppezone, vaak op kalkrijke grond.
  • In de tuin: volle zon tot halfschaduw. In de zon bloeit hij rijker en kleuren de vruchten feller.
  • Elke goed doorlatende grond, van zand tot leem en klei, zuur tot kalkrijk. Hij verdraagt droogte, maar geen grond waar het water blijft staan.
  • Reken op 4–6 m ruimte voor een vrijstaande boom; in een gemengde haag plant je op 50–70 cm.

Mooi samen met

  • Gele kornoelje: Bloeit al in februari–maart en houdt net als de Tataarse esdoorn van kalk en droogte: samen een kleurrijke, taaie haag.
  • Hondsroos: Bloemen voor bijen in juni en rozenbottels voor vogels in de herfst.
  • Wilde liguster: Halfwintergroene haagplant met geurige witte bloemen en zwarte bessen voor vogels.
  • Bloedooievaarsbek: Een lage, droogtebestendige bodembedekker voor de zonnige rand onder de kroon.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Tataarse esdoorn?

  1. Koop een jonge boom of struik in pot of met blote wortel bij een boomkwekerij; planten van 60–150 cm slaan het best aan.
  2. Plant met blote wortel van november tot maart, als de plant in rust is en de grond niet bevroren is; potplanten kan je ook later planten, maar niet bij vorst of droogte.
  3. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit, maak de bodem los en zet de plant even diep als hij stond.
  4. Druk de grond goed aan, geef meteen 10–20 liter water en leg mulch van houtsnippers of bladcompost rond de voet.
  5. Zet een boom van meer dan 1,5 m de eerste twee jaar vast aan een korte, schuine paal.
  6. Graaf nooit jonge boompjes uit in de natuur: koop ze bij een kwekerij.

Verzorgen

Water
De eerste twee zomers bij droogte elke week een flinke gieter. Daarna redt hij zich ook in droge zomers.
Bemesten
Niet nodig. Laat het afgevallen blad onder de boom liggen of geef in het voorjaar wat bladcompost.
Vorm
Kies of je een boom op één stam of een meerstammige struik wil, en snoei daar de eerste jaren naar.
Haag
Als vrij uitgroeiende haag één keer per jaar licht innemen; hij verdraagt ook scheren tot een strakke haag.
Opslag
Wil je een boom op één stam, haal dan de scheuten aan de voet van de stam tijdig weg.

Tip: Geef hem een zonnige plek als je van de rode vruchten wil genieten: in de schaduw kleuren ze veel minder. In een kleine tuin is hij een mooie vervanger voor een grote esdoorn.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: augustus–september.

Wanneer: Bij voorkeur in augustus–september, als het blad volgroeid is. Niet in de late winter of het voorjaar.

Hoe:

  • Haal dode, gebroken en kruisende takken weg, net buiten de verdikte ring aan de voet van de tak.
  • Voor een boom op één stam verwijder je geleidelijk de onderste zijtakken en de scheuten aan de voet.
  • Een meerstammige struik verjong je door om de paar jaar één of twee van de oudste stammen aan de grond weg te zagen.
  • Een haag scheer je één keer per jaar, na het broedseizoen.

Let op: Snoei niet van februari tot mei: esdoorns bloeden dan sterk sap uit de wonden. Kijk bij een haag altijd eerst of er geen vogels broeden.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Pluk de vruchten in september–oktober als ze bruin worden en zaai ze meteen buiten in een bak of in de volle grond. Ze hebben een koude winter nodig om te kiemen; een deel kiemt pas het tweede voorjaar.
Zachte stekken
In juni stekken van 10–15 cm van jonge scheuten, in vochtige stekgrond onder plastic. Dat lukt niet altijd: zaaien is makkelijker.

Hoe komt een Tataarse esdoorn de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Bladverliezend: het blad kleurt in oktober geel tot oranjerood en valt daarna af.
  • Zeer winterhard, tot −30 °C en kouder: hij heeft nooit bescherming nodig.
  • Een deel van de vruchten blijft lang aan de takken hangen; zaadetende vogels zoals de appelvink eten de zaden.
  • De grijsbruine takken en de meerstammige vorm geven structuur aan een wintertuin.

Ziektes en plagen

  • Verwelkingsziekte: Door de schimmel Verticillium verwelken in de zomer plots hele takken, met groenbruine strepen in het hout. Zaag aangetaste takken weg tot in gezond hout en plant op die plek geen nieuwe esdoorn.
  • Meniezwam: Kleine, oranjerode puistjes op dode takken. Knip dood hout tijdig weg en voer het af.
  • Meeldauw: Wit poeder op het blad in de nazomer. Onschuldig voor de boom; een luchtige plek helpt.
  • Bladluis: Kleverige honingdauw op jonge scheuten in mei–juni. Meestal ruimen lieveheersbeestjes, gaasvliegen en mezen ze vanzelf op.

Het jaar rond

  • Maart: Planten met blote wortel kan nog. Mulch rond jonge bomen aanbrengen.
  • April: Het blad loopt uit. Jonge bomen water geven bij droogte.
  • Mei: Bloei: roomwitte pluimen vol bijen.
  • Juni: Einde van de bloei. Zachte stekken nemen.
  • Juli: De vruchten kleuren rood. Water geven bij droogte, vooral de eerste twee jaar.
  • Augustus: Rode vruchten. Snoeien en de haag scheren na het broedseizoen.
  • September: Snoeien kan nog. De vruchten worden bruin: zaad oogsten.
  • Oktober: Herfstkleur geel tot oranjerood. Zaad buiten zaaien.
  • November: Bladval. Planten met blote wortel.
  • December: Rust. Planten zolang het niet vriest.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam tataricum verwijst naar Tartarije, de oude Europese naam voor de uitgestrekte steppegebieden van Zuid-Rusland en Centraal-Azië.
  • In Rusland en Oekraïne werd hij veel aangeplant in windsingels in de steppe, omdat hij droogte, koude en wind goed verdraagt.
  • De vuuresdoorn uit Oost-Azië is zo nauw verwant dat botanici hem vaak als ondersoort van de Tataarse esdoorn zien (Acer tataricum subsp. ginnala).

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…