
Foto: Wouter Hagens, Public domain · bron
Boom · Sapindaceae
Vuuresdoorn
Acer ginnala
In andere talen: Érable du fleuve Amour (Français) · Amur maple (English)
De vuuresdoorn komt uit het noordoosten van Azië: het stroomgebied van de Amoer, Mantsjoerije, Korea en Japan. Botanici rekenen hem vandaag vaak als ondersoort bij de Tataarse esdoorn. Het is een kleine, vaak meerstammige boom of grote struik met glanzend, drielobbig blad, waarvan de middelste lob opvallend lang is. In mei bloeit hij met geelwitte, geurende pluimpjes die veel bijen lokken, en in de zomer kleuren de gevleugelde vruchtjes rood. Zijn naam dankt hij aan de vuurrode herfstkleur, het felst in de volle zon; het ras ‘Flame’ is daarop geselecteerd.
Let op: Hij zaait zich makkelijk uit. In delen van Noord-Amerika is hij verwilderd en geldt hij als invasief; trek ongewenste zaailingen jong uit en plant hem niet vlak naast een natuurgebied.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
6 m
hoog, 6 m breed
Bloei
mei
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei |
Herkennen
Hoe herken je een vuuresdoorn?
- Groeivorm
- Kleine boom of grote struik, 5–6 m hoog en even breed, vaak meerstammig met een brede, ronde kroon.
- Blad
- 4–8 cm, met drie lobben waarvan de middelste veel langer is; gezaagde rand, glanzend donkergroen. In de herfst scharlaken- tot vuurrood.
- Bloem
- Kleine, geelwitte bloempjes in pluimpjes in mei, met het jonge blad; zacht geurend.
- Vrucht
- Gevleugelde dubbele vruchtjes met bijna evenwijdige vleugels, in juli–augustus helderrood, later bruin.
- Wortels
- Fijn vertakt en vrij ondiep; onder de kroon groeien alleen sterke, schaduwverdragende planten.
Bloei: mei · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een vuurrode herfstkleur, een van de felste van alle esdoorns.
- Geurende bloempjes in mei: een welkome bron van nectar en stuifmeel voor bijen.
- Rode, gevleugelde vruchtjes in de zomer, als een tweede bloei.
- Klein en vaak meerstammig: past ook in een kleinere tuin, en is bruikbaar als losse haag.
- Zeer winterhard en weinig kieskeurig wat grond betreft.
Waar staat een vuuresdoorn graag?
- Volle zon voor de felste herfstkleur; halfschaduw kan ook, maar dan kleurt hij minder.
- Bijna elke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, als ze maar niet nat is.
- Normaal vochtig; eenmaal ingeworteld verdraagt hij ook een droge zomer.
- Reken op 5–6 m ruimte voor een boom; als haag plant je op 50–70 cm.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 6 m hoog, 6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Prachtriet: Siergras dat in de herfst ook goud en rood kleurt, op dezelfde zonnige plek.
- Hemelsleutel: Platte, roze bloemschermen in de nazomer, vol bijen en vlinders.
- Herfstaster: Blauwe en paarse bloei in de herfst naast het vuurrode blad.
- Krokus: Vroege bloei onder de kale takken, ook voor bijen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een vuuresdoorn?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant in maart–april of van oktober tot december, als de grond niet bevroren of drijfnat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en maak de bodem los.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent.
- Mulch met bladcompost of houtsnippers, zonder de stammen te raken.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar elke week bij droogte. Daarna alleen in lange droge periodes.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. In het voorjaar wat compost op arme grond.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar houdt de grond koel en het onkruid weg.
- Zaailingen
- Trek kiemplantjes in het voorjaar jong uit, voor ze een stevige wortel vormen.
- Haag
- Een haag knip je één keer per jaar, in juli–augustus.
Tip: Zet hem in de volle zon en geef hem geen extra mest: dan kleurt het blad in de herfst het felst rood. Snoei enkel in de zomer.
Wanneer snoei je een vuuresdoorn?
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: Snoei alleen in de zomer, in juli–augustus, als de boom in vol blad staat.
Hoe:
- Haal dode, zieke en kruisende takken weg, net buiten de takkraag.
- Knip bij een meerstammige boom de dunste en scheefste stammen weg en laat drie à vijf mooie stammen staan.
- Wil je een boom met één stam, haal dan geleidelijk de onderste zijtakken weg.
- Een haag knip je in juli–augustus in vorm; hij loopt goed terug uit.
Let op: Niet snoeien van januari tot mei: esdoorns ‘bloeden’ dan sterk uit de wonden.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai rijp zaad in de herfst in een pot en zet die buiten in de kou; de zaailingen kiemen in het voorjaar.
- Zachte stekken
- In juni stekken van 10 cm van jonge scheuten in vochtige stekgrond onder plastic. Zo krijg je planten die gelijk zijn aan de moederplant.
Hoe komt een vuuresdoorn de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is nooit bescherming nodig.
- In een pot: zet hem tegen een muur en wikkel de pot in jute, zodat de wortels niet bevriezen.
- In de winter kun je zien welke takken kruisen of te dicht staan; noteer ze en snoei pas in de zomer.
Ziektes en plagen
- Verwelkingsziekte: Takken verwelken plots in de zomer, met bruine strepen in het hout. Knip ze ruim weg tot in gezond hout en ontsmet je snoeischaar; er bestaat geen genezing.
- Bladluis: Kleverig jong blad in mei–juni. Lieveheersbeestjes en sluipwespen ruimen ze meestal op; anders afspuiten met water.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in de nazomer, vooral bij droogte. Water geven en ruimte laten; de boom heeft er zelden last van.
- Weinig herfstkleur: Meestal door te veel schaduw of te veel mest. Een zonnige plek en geen extra mest helpen.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Kiemplantjes uittrekken. Compost geven op arme grond.
- April: Planten. Mulch aanbrengen.
- Mei: Bloei met geurende pluimpjes; veel bijen. Letten op bladluis.
- Juni: Zachte stekken nemen. Water geven bij droogte.
- Juli: Snoeien of een haag knippen. Rode vruchtjes.
- Augustus: Laatste snoei. Water geven bij droogte.
- Oktober: Vuurrode herfstkleur. Planten. Rijp zaad zaaien.
- November: Planten.
- December: Planten bij vorstvrij weer.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het is een van de weinige esdoorns met duidelijk geurende bloemen.
- Hij komt uit streken met strenge, lange winters en verdraagt vorst tot ongeveer −35 °C.
- In Noord-Amerika werd hij veel aangeplant als windscherm en haag; daar is hij later op veel plaatsen verwilderd.