
Foto: Hans Hillewaert, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Orchideeënfamilie (Orchidaceae)
Hondskruid
Anacamptis pyramidalis
In andere talen: Orchis pyramidal (Français) · Pyramidal orchid (English)
Komt in België in het wild voor.
Hondskruid is een inheemse orchidee met een dichte, kegelvormige bloeiaar vol felroze bloempjes: in het Frans en Engels heet hij daarom ‘piramide-orchis’. Hij groeit op zonnige, schrale en kalkrijke plekken met een lage begroeiing: kalkgraslanden, duinen, dijken, bermen en taluds. In België is hij vrij zeldzaam, met de meeste groeiplaatsen in de kustduinen en op de kalkgraslanden in het zuiden van het land; de laatste decennia verschijnt hij ook op nieuwe plekken, zoals wegbermen en opgespoten terreinen. Je herkent hem in juni–juli aan de piramidevormige aar in roze tot purperrood, op een slanke stengel met smalle, ongevlekte bladeren. Dag- en nachtvlinders bestuiven de bloemen, en zoals alle wilde orchideeën is hij beschermd.
Let op: Beschermde soort: zoals alle wilde orchideeën mag je hondskruid niet plukken of uitgraven. Koop enkel gekweekte planten bij een gespecialiseerde kwekerij. Uitgegraven wilde planten sterven bovendien bijna altijd.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvende orchidee van 20–50 cm met een slanke, rechte stengel. Ondergronds zitten twee ronde knolletjes.
- Blad
- Smal lancetvormig, grijsgroen en zonder vlekken. De onderste bladeren verschijnen in de herfst en zijn bij de bloei vaak al verdord; hogerop zitten kleine, schedevormige blaadjes tegen de stengel.
- Bloem
- In juni–juli een dichte aar van 3–8 cm, eerst kegelvormig, later meer cilindrisch; felroze tot purperrood, zelden wit. Elke bloem heeft een diep drielobbige lip met twee kleine, opstaande richeltjes aan de basis en een lange, draaddunne spoor.
- Vrucht
- Kleine, langwerpige doosvruchtjes met duizenden stofjes van zaad, die met de wind wegwaaien.
- Wortels
- Twee ronde tot eivormige knolletjes en enkele dunne wortels, die samenleven met schimmels in de bodem.
- Verwarring met
- Bosorchis en rietorchis hebben grotere bloemen met een gestippelde of getekende lip, een langere aar en bredere bladeren. De grote muggenorchis heeft ook een lange spoor, maar een smallere, langere aar en geen richeltjes op de lip.
Bloei: juni–juli · Snoeien: augustus–september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de mooiste orchideeën van zonnige graslanden: de felroze piramides vallen van ver op.
- Een echte vlinderbloem: de lange, draaddunne spoor lokt dag- en nachtvlinders, zoals sint-jansvlinders en dikkopjes, die de bloemen bestuiven.
- Een teken van een gezonde, schrale en kalkrijke bodem: waar hij opduikt, is het beheer goed.
- Pioniert op nieuwe, open plekken en kan zo vanzelf verschijnen in een schraal, kalkrijk grasland of gazon.
- Het grijsgroene bladrozet verschijnt al in de herfst en blijft de hele winter staan.
Waar staat een hondskruid graag?
- In het wild: kalkgraslanden, duinen en duinvalleien, dijken, taluds, wegbermen, groeven en opgespoten terreinen.
- Volle zon; hij verdraagt geen schaduw van hoog gras, ruigte of struiken.
- Schrale, droge tot matig vochtige, goed doorlatende en kalkrijke grond, zoals kalkzand of mergel.
- In de tuin: een schraal, kalkrijk grasland, een zonnige helling of een gazon dat je niet bemest en laat maait.
Mooi samen met
- Gulden sleutelbloem: Bloeit in het voorjaar in hetzelfde schrale, kalkrijke grasland.
- Gewone rolklaver: Gele bloemen in de zomer en waardplant voor het icarusblauwtje en de sint-jansvlinder.
- Kleine pimpernel: Een fijn, laag plantje van kalkrijke graslanden.
- Wilde marjolein: Bloeit na het hondskruid in hetzelfde zonnige grasland en trekt veel vlinders.
- Geel walstro: Geurige gele pluimen in de zomer, op dezelfde droge, schrale grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een hondskruid?
- Koop hondskruid enkel bij een gespecialiseerde kwekerij die orchideeën uit zaad kweekt; haal nooit planten uit de natuur.
- Plant in september–oktober, als het nieuwe bladrozet verschijnt, of anders in maart, in schrale, kalkrijke en goed doorlatende grond.
- Zet de plant even diep als in de pot en laat de kluit heel: daarin zitten de bodemschimmels die de orchidee nodig heeft.
- Zet enkele planten samen, 10–20 cm uit elkaar, op een plek waar het gras laag en ijl blijft.
- Geef na het planten een beetje water en daarna niets meer; bemest nooit.
- Graaf nooit planten uit in het wild: wilde orchideeën zijn beschermd en uitgegraven planten sterven bijna altijd.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig zodra de plant aangeslagen is. Te natte grond doet de knolletjes rotten.
- Bemesten
- Nooit: mest maakt het gras sterker, en dat verdringt de orchidee.
- Maaien
- Maai pas vanaf half augustus, als het zaad verspreid is, en voer het maaisel af. Maai in de herfst niet korter dan 5–8 cm, om de nieuwe rozetten te sparen.
- Concurrentie
- Hou hoge grassen, bramen en opslag van struiken weg: hondskruid heeft een open, lage begroeiing nodig.
- Geduld
- Een plant bloeit niet elk jaar. Uit zaad duurt het meerdere jaren voor een nieuwe plant bloeit.
Tip: Wil je hondskruid, werk dan eerst aan een schrale bodem: niet bemesten, laat maaien en het maaisel altijd afvoeren. Op een zonnige, kalkrijke plek kan hij vanzelf opduiken, want het stofzaad waait ver.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: augustus–september.
Wanneer: Niet snoeien. Het grasland maaien vanaf half augustus, na de zaadzetting.
Hoe:
- Laat de uitgebloeide aren staan tot de zaaddoosjes bruin en open zijn, zodat het stofzaad kan wegwaaien.
- Maai dan het hele stuk en voer het maaisel af, zodat de grond schraal blijft.
- Markeer de planten met een stokje, zodat je ze in de zomer niet per ongeluk wegmaait.
- Maai in de herfst en winter niet korter dan 5–8 cm, om de bladrozetten te sparen.
Let op: Maai in mei–juli niet over de planten: dan verlies je de bloemen en het zaad van dat jaar.
Vermeerderen
- Zaad
- In de natuur verspreidt hij zich met stofzaad dat alleen kiemt met een geschikte bodemschimmel. Laat de zaaddoosjes rijpen; in een schraal, kalkrijk grasland verschijnen na enkele jaren soms nieuwe planten.
- Labo
- Kwekers zaaien orchideeën in het labo op een voedingsbodem. Thuis lukt dat niet, en scheuren of stekken kan bij deze soort niet.
Hoe komt een hondskruid de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- In september–oktober verschijnt een rozet van smalle, grijsgroene bladeren dat de hele winter groen blijft.
- Winterhard in ons klimaat: het rozet verdraagt gewone Belgische winters zonder bescherming.
- Na de zaadzetting sterft de bloeistengel af; een nieuw knolletje neemt het over voor het volgende jaar.
- Betreed de groeiplekken in de winter zo weinig mogelijk: de rozetten zijn kwetsbaar.
Ziektes en plagen
- Verruiging: Op te rijke grond groeit het gras te hoog en verdwijnt de orchidee. Maai jaarlijks en voer het maaisel af.
- Te vroeg maaien: Wie in juni of juli maait, verliest bloemen en zaad. Maai rond de planten tot half augustus.
- Slakken, konijnen en reeën: Ze vreten aan rozetten, knoppen of bloeiaren. In een tuin kun je planten beschermen met een kooitje van gaas.
- Verplanten mislukt: Uitgegraven planten missen hun bodemschimmels en sterven bijna altijd. Koop enkel gekweekte planten.
- Plukken: Een geplukte bloeiaar maakt geen zaad meer. Kijk en fotografeer, maar pluk niet.
Het jaar rond
- Januari: Het grijsgroene bladrozet staat de hele winter.
- Maart: Gekweekte planten kunnen nog geplant worden. Niet bemesten.
- Mei: De bloeistengel groeit. Plekken markeren om ze niet weg te maaien.
- Juni: Begin van de bloei. Let op sint-jansvlinders en dikkopjes op de bloemen.
- Juli: Volle bloei. Kijken en fotograferen, niet plukken.
- Augustus: Zaaddoosjes rijpen. Vanaf half augustus maaien en het maaisel afvoeren.
- September: Nieuwe bladrozetten verschijnen. Gekweekte planten planten.
- Oktober: Laatste plantmoment. Eventueel een tweede maaibeurt, niet korter dan 5–8 cm.
- December: Rust; het rozet blijft groen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Charles Darwin beschreef in zijn boek over de bestuiving van orchideeën (1862) hoe de stuifmeelpakketjes van deze soort zich als een zadeltje rond de tong van een vlinder klemmen en daarna naar voren buigen, precies in de juiste stand om de volgende bloem te bestuiven.
- De naam Anacamptis komt van het Griekse ‘anakamptein’, terugbuigen; pyramidalis verwijst naar de piramidevorm van de jonge bloeiaar.
- De twee richeltjes aan de basis van de lip werken als een geleider: ze sturen de tong van de vlinder recht naar de ingang van de spoor.