Kleine pimpernel (Sanguisorba minor)

Foto: No machine-readable author provided. Svdmolen assumed (based on copyright claims)., CC BY 2.5 · bron

Kruid · Rosaceae

Kleine pimpernel

Sanguisorba minor

In andere talen: Petite pimprenelle (Français) · Salad burnet (English)

De kleine pimpernel is een inheemse, meerjarige plant uit de rozenfamilie, die van nature groeit op droge, kalkrijke graslanden en bermen in heel Europa. Hij vormt een kleine, groenblijvende rozet van geveerde bladeren met ronde, getande blaadjes. Het jonge blad smaakt fris naar komkommer, met een licht nootachtige toon, en is lekker in salades, kruidenboter en sauzen. In mei–juli verschijnen er kleine, ronde, groenrode bloemhoofdjes op slanke stengels. De plant is volledig winterhard, droogtebestendig en blijft ook in de winter groen, zodat je bijna het hele jaar kunt plukken.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Zand, leem of klei

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,4 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    mei–juli

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–juli
Hoogte0,4 m
Inheems in BelgiëJa
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimei–juli

Herkennen

Hoe herken je een kleine pimpernel?

Groeivorm
Kleine, meerjarige rozetplant van 30–40 cm hoog en 30 cm breed, met een diepe penwortel.
Blad
Oneven geveerd met 3–12 paar ronde tot eivormige, getande blaadjes van 1–2 cm; blauwgroen en bijna het hele jaar aanwezig.
Bloem
Bolronde, 1–2 cm brede bloemhoofdjes in groenrood, in mei–juli; de bovenste bloemen hebben rode, veerachtige stampers, de onderste gele meeldraden.
Smaak
Fris en komkommerachtig, met een nootachtige toon; het beste in jong blad.
Wortels
Diepe penwortel: de plant overleeft droge zomers en verplant het best als hij nog jong is.

Bloei: mei–juli · Oogst en vruchten: maart–oktober · Zaaien: maart–mei · Planten: april–mei en september · Snoeien: mei–juli

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Fris, komkommerachtig blad voor salades, kruidenboter, kruidenkaas en sauzen, ook in de winter.
  • Groenblijvend en volledig winterhard: je kunt vrijwel het hele jaar plukken.
  • Droogtebestendig en zeer weinig veeleisend: groeit op arme, kalkrijke en droge grond.
  • Inheems en ecologisch waardevol: past in een natuurlijke tuin, een kruidenrand of een bloemrijk grasveld.
  • Sierlijk, geveerd blad en rode bloemhoofdjes die elegant boven het blad zweven.

Waar staat een kleine pimpernel graag?

  • Volle zon op een warme, open plek; in halfschaduw wordt de plant slap.
  • Doorlatende, arme tot matig voedselrijke grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
  • Droog: hij verdraagt droogte goed, maar geen natte grond in de winter.
  • Reken op 25–30 cm tussen de planten; in een pot of bak minstens 20 cm diep.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Droog
Grootte
0,4 m hoog, 0,3 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Bieslook: Dezelfde keuken en standplaats; het fijne blad contrasteert mooi.
  • Tijm: Een lage plant aan de voet, ook droogtebestendig.
  • Peterselie: Een klassieke kruidencombinatie voor dezelfde grond.
  • Margriet: Een inheemse bloeier uit dezelfde graslanden voor een natuurlijke look.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een kleine pimpernel?

Planten in april–mei en september.

  1. Zaai in maart–mei rechtstreeks buiten, of plant jonge planten in april–mei of in september.
  2. Werk de grond los en haal onkruid weg; extra mest is niet nodig, bij zware klei meng je er zand door.
  3. Zaai dun in rijen van 25–30 cm op ongeveer 1 cm diepte en druk de grond lichtjes aan; planten zet je even diep als in de pot.
  4. Dun de zaailingen uit tot 25–30 cm tussen de planten; de zaden kiemen na 2–3 weken.
  5. Geef water bij het planten en in het eerste jaar bij langdurige droogte.

Verzorgen

Water
Nauwelijks nodig. Geef alleen bij langdurige droogte of als de plant in een pot staat.
Bemesten
Meestal niet nodig. Een beetje compost in het voorjaar is voldoende.
Oogsten
Pluk jonge, buitenste blaadjes vers; de smaak gaat bij koken en drogen grotendeels verloren.
Bloeistengels
Knip ze weg zodra ze verschijnen: zo komt er nieuw blad en zaait de plant zich minder uit.
Vervangen
Na 3–4 jaar wordt de plant grof en houtig: zaai of plant dan een jonge plant bij.

Tip: Het jonge blad smaakt fris naar komkommer en noten, lekker in salade en kruidenboter. Knip de bloeistengels weg voor nieuw blad; hij blijft ook in de winter groen.

Wanneer snoei je een kleine pimpernel?

Snoeimaanden: mei–juli.

Wanneer: In mei–juli: knip de bloeistengels weg zodra ze verschijnen en snijd de plant zo nodig terug voor nieuw blad.

Hoe:

  • Knip bloeistengels aan de voet af, nog voor de bloemen openen.
  • Snijd na een flinke oogst of in de zomer alle bladeren terug tot 3–5 cm boven de grond; er komt vers, jong blad terug.
  • Verwijder vergeelde of beschadigde bladeren het hele seizoen.
  • Laat het groene blad in de winter staan: de plant blijft groen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
In maart–mei op 1 cm diepte, op de definitieve plek of in potten. Kiemt in 2–3 weken.
Delen
In het voorjaar of in september: graaf een pol op, deel hem in stukken met wortels en plant ze apart.

Hoe komt een kleine pimpernel de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: ook in strenge winters geen bescherming nodig.
  • Het blad blijft meestal groen, al kan het in een koude winter wat bruin worden.
  • In een pot: zet de pot beschut en wikkel hem in jute, zodat de wortels niet doorvriezen.
  • Natte voeten zijn gevaarlijker dan kou: zorg voor een doorlatende grond.

Ziektes en plagen

  • Doorschieten: De plant maakt bloeistengels en het blad wordt taai. Knip de stengels weg en snijd de plant terug.
  • Meeldauw: Wit poeder op bladeren bij droogte en dichte stand. Snij de plant terug en geef ruimte.
  • Wortelrot: Bij natte voeten vergeelt de plant. Zorg voor een doorlatende grond of een pot met gaten.
  • Bladluis: Op jonge scheuten. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes ruimen ze meestal op.

Het jaar rond

  • Maart: Zaaien. Eerste blad plukken.
  • April: Zaaien of planten. Oogsten.
  • Mei: Zaaien of planten. Bloeistengels wegknippen.
  • Juni: Bloei. Bloeistengels blijven wegknippen. Oogsten.
  • Juli: Plant terugsnijden voor nieuw blad.
  • Augustus: Verse blaadjes plukken.
  • September: Planten of delen. Oogsten.
  • November: Dode bladeren opruimen. Het groene blad laten staan.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Blad (maart–oktober)
Pluk de jonge, getande blaadjes van maart tot oktober; in de winter blijft de rozet vaak groen, zodat je ook dan een beetje kan plukken. Knip de bloeistengels weg voor de zaadvorming, dan blijft het blad mals. Pimpernel smaakt fris naar komkommer, met een vleugje noot. Gebruik het rauw: in salade, kruidenboter, kwark, op een eitje en in de Frankfurter groene saus.
Bewaring
Vers 2 à 3 dagen in de koelkast in een vochtige doek. Gedroogd verliest pimpernel bijna al zijn smaak; in azijn of fijngehakt in ijsblokjes blijft hij beter bewaard.

Let op: Kleine pimpernel is veilig als keukenkruid. Gebruik vooral het jonge blad: oudere bladeren zijn taai en bitter. Pluk in de natuur enkel waar het mag, en niet langs wegen of bespoten akkerranden.

Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.

Recepten

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De Engelse filosoof Francis Bacon raadde in 1625 aan om pimpernel, wilde tijm en watermunt langs paden te planten, zodat de geur vrijkomt als je erop stapt.
  • Kleine pimpernel is een van de zeven kruiden in de Frankfurter Grüne Soße, een traditionele Duitse kruidensaus.
  • In het wild groeit hij op droge kalkgraslanden: een belangrijke plant voor soortenrijke graslanden.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…