Bosorchis (Dactylorhiza fuchsii)

Foto: Jean-Pol GRANDMONT, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Orchideeënfamilie (Orchidaceae)

Bosorchis

Dactylorhiza fuchsii

In andere talen: Orchis de Fuchs (Français) · Common spotted-orchid (English)

Komt in België in het wild voor.

De bosorchis is een inheemse orchidee met een dichte, cilindrische aar van lichtroze tot lila bloemen, getekend met donkerpaarse lussen en stippen, en met donker gevlekte bladeren. Ondanks de naam groeit hij niet alleen in lichte loofbossen en bosranden, maar ook in bermen, kalkgraslanden, vochtige duinvalleien, oude groeves en op spoorwegterreinen, meestal op kalkhoudende tot neutrale grond. In het zuiden van België is hij op kalkrijke grond vrij algemeen; in Vlaanderen is hij zeldzamer, maar hij duikt er af en toe op nieuwe plekken op. Hij bloeit van eind mei tot in juli en is van onze inheemse orchideeën een van de makkelijkste in een tuin. Zoals alle wilde orchideeën is hij beschermd.

Let op: Beschermde soort: zoals alle wilde orchideeën mag je de bosorchis niet plukken of uitgraven. Koop enkel gekweekte planten bij een gespecialiseerde kwekerij. Uitgegraven wilde planten sterven bovendien bijna altijd.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,4 m

    hoog, 0,15 m breed

  • Bloei

    mei–juli

Feiten op een rij
Snoeimaandenaugustus–september
Hoogte0,4 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimei–juli

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Overblijvende orchidee van 15–60 cm met een stevige, volle stengel. Ondergronds zitten handvormig gedeelde knollen.
Blad
Lancetvormig, het onderste breed en stomp; meestal met donkere, dwars uitgerekte vlekken. Hogerop worden de bladeren kleiner en smaller.
Bloem
Van eind mei tot juli een dichte, eerst kegelvormige, later cilindrische aar, lichtroze, lila of bijna wit, met donkerpaarse stippen en lussen. De lip is diep in drie lobben verdeeld; de middelste lob is puntig en ongeveer even lang als of langer dan de zijlobben.
Vrucht
Langwerpige doosvruchtjes met duizenden stofjes van zaad, die met de wind wegwaaien.
Wortels
Twee handvormig gedeelde knollen en enkele dunne wortels, die samenleven met schimmels in de bodem.
Verwarring met
De gevlekte orchis groeit op zure grond en heeft een brede lip met een kleine, korte middenlob. De rietorchis heeft meestal ongevlekte bladeren en een brede, nauwelijks gelobde, purperen lip. Beide vormen soms bastaarden met de bosorchis.

Bloei: mei–juli · Snoeien: augustus–september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de mooiste en meest gevarieerde orchideeën: elke plant heeft een eigen kleur en tekening.
  • Hommels, bijen en vliegen bezoeken de bloemen. De orchidee maakt geen nectar, maar lokt bestuivers met haar opvallende aar.
  • Een van de weinige inheemse orchideeën die het op de juiste plek in een tuin redelijk goed doet.
  • Een teken van een gezonde, niet bemeste bodem met een rijk bodemleven.
  • Bloeit in juni, samen met andere bloemen van schrale graslanden en bosranden.

Waar staat een bosorchis graag?

  • In het wild: lichte loofbossen, bosranden, bermen, kalkgraslanden, vochtige duinvalleien, oude groeves en spoorwegterreinen.
  • Zon tot halfschaduw; hij verdraagt meer schaduw dan veel andere orchideeën.
  • Vochtige tot matig droge, kalkhoudende tot neutrale grond die niet bemest is.
  • In de tuin: een schraal, laat gemaaid grasland, de rand van een bosje of haag, of een vochtige plek in een natuurtuin.

Mooi samen met

  • Ratelaar: Deze halfparasiet verzwakt de grassen, zodat de grasmat ijler wordt en orchideeën meer kans krijgen.
  • Gewone margriet: Bloeit tegelijk in juni: wit naast roze.
  • Gulden sleutelbloem: Voorjaarsbloei in hetzelfde schrale grasland.
  • Wilde akelei: Blauwpaarse bloemen in mei–juni aan de bosrand, in dezelfde halfschaduw.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een bosorchis?

  1. Koop bosorchissen enkel bij een gespecialiseerde kwekerij die ze uit zaad kweekt; haal ze nooit uit de natuur.
  2. Plant in september–oktober of in maart, als de grond niet bevroren is.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en laat de kluit heel: daarin zitten de bodemschimmels die de orchidee nodig heeft.
  4. Zet enkele planten in een groepje, 15–20 cm uit elkaar.
  5. Geef na het planten water en hou de grond het eerste voorjaar licht vochtig; bemest nooit.
  6. Graaf nooit planten uit in het wild: wilde orchideeën zijn beschermd en uitgegraven planten sterven bijna altijd.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste voorjaar en bij lange droogte in mei–juni.
Bemesten
Nooit: mest maakt het gras sterker en schaadt de bodemschimmels.
Maaien
Maai pas vanaf half augustus, na de zaadzetting, en voer het maaisel af.
Slakken
Bescherm de jonge scheuten in april–mei tegen slakken.
Geduld
Op een goede plek zaait hij zich uit en vormt hij na jaren een groepje.

Tip: Zaai eerst ratelaar in je grasland: die halfparasiet verzwakt de grassen, zodat de grasmat ijler wordt en orchideeën zoals de bosorchis meer kans krijgen.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: augustus–september.

Wanneer: Niet snoeien. Het grasland maaien vanaf half augustus, na de zaadzetting.

Hoe:

  • Laat de uitgebloeide aren staan tot de zaaddoosjes bruin en open zijn.
  • Maai daarna en voer het maaisel af, zodat de grond schraal blijft.
  • Markeer de planten met een stokje, zodat je ze in het voorjaar niet wegmaait.
  • In een border knip je de stengel pas af als hij helemaal verdord is.

Let op: Maai in mei–juli niet over de planten: dan verlies je de bloemen en het zaad van dat jaar.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
In de natuur verspreidt hij zich met stofzaad dat alleen kiemt met een geschikte bodemschimmel. Laat de zaaddoosjes rijpen; op een goede plek verschijnen na enkele jaren nieuwe planten.
Labo
Kwekers zaaien orchideeën in het labo op een voedingsbodem. Thuis lukt dat niet, en scheuren raden we af.

Hoe komt een bosorchis de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Na de zaadzetting sterft de plant bovengronds af; ze overwintert als knol onder de grond.
  • Volledig winterhard in ons klimaat.
  • In april verschijnen de eerste gevlekte bladeren weer boven de grond.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Ze eten graag jonge scheuten en knoppen. Controleer in april–mei ’s avonds en haal ze weg.
  • Verruiging: In hoog, dicht gras of onder opschietende struiken verdwijnt hij. Maai jaarlijks en hou struiken kort.
  • Te vroeg maaien: Wie in juni of juli maait, verliest bloemen en zaad. Maai rond de planten tot half augustus.
  • Verplanten mislukt: Uitgegraven planten missen hun bodemschimmels en sterven bijna altijd. Koop enkel gekweekte planten.
  • Konijnen en reeën: Ze eten soms de bloeiaren. Een kooitje van gaas beschermt planten in de tuin.

Het jaar rond

  • Maart: Gekweekte planten planten als de grond niet bevroren is.
  • April: De gevlekte bladeren verschijnen. Letten op slakken.
  • Mei: De bloeiaar groeit; eind mei de eerste bloemen.
  • Juni: Volle bloei. Kijken en fotograferen, niet plukken.
  • Juli: Laatste bloemen; de zaaddoosjes zwellen.
  • Augustus: Het zaad verspreidt zich. Vanaf half augustus maaien en het maaisel afvoeren.
  • September: Gekweekte planten planten.
  • Oktober: Bovengronds afgestorven; de knol rust.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Dactylorhiza betekent ‘vingerwortel’, naar de handvormig gedeelde knollen: het Griekse ‘daktylos’ is vinger en ‘rhiza’ wortel.
  • De soortnaam eert Leonhart Fuchs, een Duitse plantkundige uit de 16e eeuw, naar wie ook de fuchsia genoemd is.
  • De bloemen bevatten geen nectar: de orchidee lokt vooral jonge, onervaren bijen en hommels, die al snel leren dat er niets te halen valt.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…