Wondklaver (Anthyllis vulneraria)

Foto: WeeJeeVee, CC BY-SA 4.0 · bron

Kruidachtige plant · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)

Wondklaver

Anthyllis vulneraria

In andere talen: Anthyllide vulnéraire (Français) · Kidney vetch (English)

Komt in België in het wild voor.

Wondklaver is een lage vlinderbloemige met dichte, gele, wollig behaarde bloemhoofdjes die van mei tot augustus bloeien. In België groeit ze op droge, schrale en vaak kalkrijke plaatsen: in de kustduinen, op kalkgraslanden in het zuiden van het land, op spoorwegbermen en in groeven. Ze is nergens echt algemeen en is op veel plekken achteruitgegaan. Je herkent ze aan de geveerde, zilverig behaarde bladeren en aan de bloemhoofdjes, die vaak per twee staan en omgeven zijn door opgeblazen, wollige kelken. Wondklaver is in onze streken vrijwel de enige waardplant van het dwergblauwtje, een van onze kleinste dagvlinders, en hommels zijn er dol op.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,3 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    mei–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenseptember
Hoogte0,3 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimei–augustus

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Kortlevende, vaak twee- tot meerjarige plant met liggende tot opstijgende stengels van 10–40 cm.
Blad
Geveerd met enkele paren smalle blaadjes en een groter eindblaadje; de onderste bladeren hebben soms alleen een groot eindblaadje. Zilverig behaard, vooral aan de onderkant.
Bloem
Gele, soms oranje of roodachtige vlinderbloemen in dichte, ronde hoofdjes van 2–4 cm, vaak per twee; onder elk hoofdje een handvormig ingesneden schutblad. Van mei tot augustus.
Vrucht/Zaad
Een klein peultje met één zaadje, verborgen in de blijvende, opgeblazen kelk.
Wortels
Een penwortel met wortelknolletjes waarin bacteriën stikstof binden.
Verwarring met
Gewone rolklaver heeft ook gele vlinderbloemen, maar in losse kransjes zonder wollige kelken. Hopklaver heeft kleine, gele bolletjes en drietallige bladeren.

Bloei: mei–augustus · Snoeien: september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • In onze streken vrijwel de enige waardplant van het dwergblauwtje, dat zijn eitjes in de bloemhoofdjes legt.
  • Hommels en andere bijen met een lange tong halen nectar uit de diepe bloemen.
  • Bindt met wortelknolletjes stikstof uit de lucht en groeit zo op arme grond waar weinig andere planten gedijen.
  • Een mooie, lage bloeier voor een droge rotstuin, een grindtuin, een groendak of een schrale berm.
  • De wollige kelken geven de bloemhoofdjes een zacht, zilverig uitzicht, ook na de bloei.

Waar staat een wondklaver graag?

  • In het wild: kalkgraslanden, kustduinen, droge bermen, spoorwegbermen, groeven en rotsachtige hellingen.
  • Volle zon: in de schaduw verdwijnt ze snel.
  • Droge, arme, goed doorlatende grond; kalkrijk zand, mergel of grind is ideaal.
  • Verdraagt geen concurrentie van hoge grassen: kies een open, schrale plek, bijvoorbeeld in een grindtuin, een rotstuin of op een groendak.

Mooi samen met

  • Wilde marjolein: Paarsroze bloei op dezelfde droge, kalkrijke grond.
  • Kleine pimpernel: Fijn blad en roodachtige bolletjes, ook thuis in een schraal kalkgrasland.
  • Grasklokje: Blauwe klokjes tussen de gele hoofdjes, op arme grond.
  • Grote tijm: Een geurend, laag tapijt voor een grindtuin of een groendak.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een wondklaver?

  1. Koop zaad van wilde, liefst regionale herkomst of plantjes bij een kwekerij voor inheemse planten.
  2. Zaai in september–oktober of in maart–april dun en ondiep op een open plek, en druk het zaad goed aan.
  3. Hard zaad kiemt beter als je het eerst licht tussen schuurpapier wrijft of een nacht in lauw water laat weken.
  4. Plant potplanten in het voorjaar op 20–30 cm afstand; verplant ze later niet meer, want ze hebben een penwortel.
  5. Geef alleen water tot de plantjes aangeslagen zijn en bemest nooit.
  6. Graaf nooit planten uit in de natuur: wondklaver is op veel plaatsen zeldzaam geworden.

Verzorgen

Water
Alleen tijdens het aanslaan; daarna nooit, ze houdt van droogte.
Bemesten
Nooit: op rijke grond wordt ze door grassen overgroeid.
Maaien
Maai een schrale weide één keer per jaar, in september, nadat het zaad rijp is, en voer het maaisel af.
Zaad laten vallen
Wondklaver leeft vaak maar enkele jaren. Laat het zaad rijpen en zorg voor open, kale plekjes waar zaailingen kunnen opkomen.
Wieden
Trek in het voorjaar opdringerige grassen rond de plantjes weg.

Tip: Zaai wondklaver op een ondergrond van arm zand of steenslag in plaats van tuinaarde: hoe armer de grond, hoe langer ze standhoudt tussen de grassen.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: september.

Wanneer: Niet nodig; in een schrale weide één maaibeurt in september.

Hoe:

  • Laat de uitgebloeide hoofdjes staan tot het zaad rijp is.
  • Maai daarna kort en voer het maaisel af, zodat de grond arm blijft.
  • In een rotstuin kun je de uitgebloeide stengels in september afknippen; de bladrozet blijft staan.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Pluk rijpe hoofdjes in augustus–september, laat ze drogen en zaai in de herfst of in het voorjaar.
Zelfuitzaai
Op open, schrale grond zaait ze zich uit. Houd plekjes kale grond vrij voor zaailingen.

Hoe komt een wondklaver de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Overwintert als een kleine, groene bladrozet.
  • Winterhard tot ongeveer −25 °C, maar ze rot weg op grond die in de winter nat blijft.
  • Volgroeide rupsen van het dwergblauwtje overwinteren in de strooisellaag onder de plant.

Ziektes en plagen

  • Verdwijnen: Kortlevend en gevoelig voor concurrentie. Houd de grond schraal en open, en laat zaad vallen.
  • Rot: Op natte, zware grond rot de wortelhals. Plant in grind of zand.
  • Slakken: Eten van kiemplantjes. Zaai ruim of bescherm de jonge plantjes.
  • Konijnen: Konijnen grazen graag van de plant; leg in een tuin met konijnen gaas over de jonge plantjes.

Het jaar rond

  • Maart: Zaaien op een open, schrale plek. Gras rond de plantjes wegtrekken.
  • April: Plantjes zetten. Zaailingen verschijnen.
  • Mei: Begin van de bloei.
  • Juni: Volle bloei: hommels op de bloemen. Het dwergblauwtje legt eitjes in de bloemhoofdjes.
  • Juli: Bloei. Geen water geven.
  • Augustus: Laatste bloei; het zaad rijpt.
  • September: Zaad oogsten. Maaien en het maaisel afvoeren. Najaarszaai.
  • November: Groene rozet; zorg dat er geen natte bladeren op blijven liggen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Vulneraria betekent wondhelend: de plant werd vroeger op wonden gelegd, vandaar ook de Nederlandse naam wondklaver.
  • De rupsen van het dwergblauwtje leven in de bloemhoofdjes en eten van de zaden die zich daar ontwikkelen.
  • Er bestaan vormen met oranje of rode bloemen; de kleur kan zelfs binnen één populatie verschillen.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…