Wilde akelei (Aquilegia vulgaris)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Ranonkelfamilie (Ranunculaceae)

Wilde akelei

Aquilegia vulgaris

In andere talen: Ancolie commune (Français) · Columbine (English)

Komt in België in het wild voor.

De wilde akelei is een sierlijke vaste plant met knikkende, blauwviolette bloemen die elk vijf gekromde sporen dragen. In België is ze in het wild zeldzaam: ze groeit vooral in lichte loofbossen, langs bosranden en op hellingen op kalkrijke grond in het zuiden van het land. Veel akeleien die je langs wegen of in bosjes ziet, zijn verwilderd uit tuinen. Je herkent ze aan het blauwgroene, drietallige blad met ronde, ingesneden blaadjes en aan de bloemen met haakvormige sporen, die in mei en juni bloeien. Langtongige hommels halen de nectar uit de sporen, en in de tuin is ze een makkelijke, zichzelf uitzaaiende plant voor de halfschaduw.

Let op: Alle delen van de akelei zijn giftig, vooral de zaden en de wortels. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van de zaaddozen en draag handschoenen bij het opruimen. Pluk of graaf nooit wilde akeleien uit: in het wild is de soort in België zeldzaam.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,6 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    mei–juni

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuli
Hoogte0,6 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimei–juni

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Vaste plant met een bladpol van ongeveer 30 cm en vertakte bloeistengels van 40–80 cm.
Blad
Blauwgroen, lang gesteeld en tweemaal drietallig, met ronde, gelobde blaadjes; de onderkant is grijzig.
Bloem
Knikkend, 3–5 cm, meestal blauwviolet, soms roze of wit. De vijf kroonbladen lopen uit in een spoor met een gekromd haakje aan de top. Van mei tot juni.
Vrucht/Zaad
Vijf rechtopstaande kokervruchtjes die bovenaan openspringen; ze bevatten glanzend zwarte zaden.
Wortels
Een stevige, vlezige penwortel; verplant daarom jong.
Verwarring met
Tuinakeleien en hybriden hebben vaak rechte of zeer lange sporen en allerlei kleuren. Ze kruisen makkelijk met de wilde akelei, waardoor zaailingen in de tuin zelden zuiver wild zijn.

Bloei: mei–juni · Snoeien: juli

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit in mei–juni, tussen de voorjaarsbloeiers en de zomerbloeiers in.
  • Langtongige hommels, zoals de tuinhommel, halen nectar diep uit de sporen.
  • Doet het goed in de halfschaduw, onder struiken of aan een bosrand.
  • Zaait zich vanzelf uit en duikt elk jaar op nieuwe plekjes op.
  • Een plant met een lange culturele geschiedenis: ze staat op tal van middeleeuwse schilderijen.

Waar staat een wilde akelei graag?

  • In het wild: lichte loofbossen, bosranden, struwelen en hellingen, vooral op kalkrijke grond.
  • Halfschaduw is ideaal; in volle zon alleen als de grond niet uitdroogt.
  • Normale, humusrijke, goed doorlatende grond; kalk wordt gewaardeerd, maar ze groeit ook op neutrale grond.
  • In de tuin: aan de rand van een heester- of bosborder, tussen varens of in een schaduwrijke natuurlijke tuin.

Mooi samen met

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een wilde akelei?

  1. Koop planten of zaad van de echte wilde akelei bij een kwekerij voor inheemse planten en vraag naar wilde herkomst.
  2. Zaai vers zaad in juli–september buiten in een pot of ter plaatse: het zaad heeft een koudeperiode nodig en kiemt in het voorjaar.
  3. Bedek het zaad nauwelijks en laat de pot buiten staan in de halfschaduw.
  4. Plant jonge planten in het voorjaar of in september op 30–40 cm afstand; oude planten verplanten slecht door de penwortel.
  5. Geef na het planten water, en het eerste jaar bij droogte.
  6. Graaf nooit planten uit in de natuur: wilde akelei is in België zeldzaam.

Verzorgen

Water
Alleen bij droogte in het eerste jaar, en bij planten in de zon.
Bemesten
Niet nodig; wat bladcompost in de herfst is genoeg.
Uitgebloeide bloemen
Knip ze af als je geen zaailingen wilt, of laat er een paar rijpen om de plant te vernieuwen.
Blad terugknippen
Na de bloei wordt het blad vaak lelijk door meeldauw of mineervliegen. Knip het in juli terug; er komt fris nieuw blad.
Zuiver houden
Groeien er tuinakeleien in de buurt, verwijder dan zaailingen met afwijkende bloemen om de wilde vorm te bewaren.

Tip: Wil je de echte wilde akelei houden, zet dan geen tuinakeleien in de buurt: bijen kruisen ze, en na een paar jaar heb je vooral bastaarden.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: juli.

Wanneer: In juli, na de zaadzetting.

Hoe:

  • Laat een paar zaaddozen rijp worden en strooi het zaad uit.
  • Knip daarna de bloeistengels en het oude blad tot net boven de grond terug.
  • Binnen enkele weken groeit een nieuwe, frisse bladpol die tot in de herfst mooi blijft.

Let op: Draag handschoenen: de plant is giftig.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Oogst rijp zaad in juli en zaai het meteen buiten; het kiemt na de winter.
Zelfuitzaai
Zaait zich vlot uit. Verplant zaailingen jong, in de herfst of het vroege voorjaar.
Scheuren
Lukt slecht door de penwortel; vermeerder liever met zaad.

Hoe komt een wilde akelei de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • De plant trekt in de herfst grotendeels in; soms blijft een kleine bladrozet staan.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
  • De winterkou is nodig om het zaad te laten kiemen.

Ziektes en plagen

  • Akeleibladwesp: Groene larven vreten in mei–juni de bladeren kaal tot op de nerven. Kijk vanaf eind april aan de onderkant van het blad en haal ze met de hand weg.
  • Meeldauw: Wit poeder op het blad na de bloei. Knip het blad terug; het nieuwe blad is gezond.
  • Mineervlieg: Witte, kronkelende gangetjes in het blad; onschuldig. Knip aangetaste bladeren weg.
  • Kruising: Zaailingen hebben vaak andere kleuren door kruising met tuinakeleien. Verwijder afwijkende zaailingen.

Het jaar rond

  • Maart: Nieuwe bladeren verschijnen. Zaailingen komen op.
  • April: Letten op larven van de akeleibladwesp. Planten.
  • Mei: Begin van de bloei.
  • Juni: Volle bloei: hommels op de bloemen.
  • Juli: Zaad oogsten en zaaien. Blad en stengels terugknippen.
  • Augustus: Nieuw, fris blad.
  • September: Zaailingen verplanten. Planten.
  • November: De plant trekt in.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Aquilegia wordt vaak verklaard via het Latijnse aquila, arend, omdat de gekromde sporen op klauwen lijken. De Engelse naam columbine komt van columba, duif: de bloem lijkt op een kringetje duiven.
  • Kortongige hommels, zoals de aardhommel, bijten vaak een gaatje in de spoor om de nectar te stelen zonder de bloem te bestuiven.
  • Op schilderijen van de Vlaamse Primitieven duikt de akelei geregeld op, vaak uitgelegd als symbool van de Heilige Geest, vanwege de duifvormige bloemen.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…