
Foto: Bernd Haynold, CC BY-SA 2.5 · bron
Vaste plant · Ranunculaceae
Blauwe monnikskap
Aconitum napellus
In andere talen: Aconit napel (Français) · Monkshood (English)
De blauwe monnikskap is een stevige vaste plant uit de bergen van Europa, waar hij groeit in vochtige weiden, langs beken en aan bosranden. Hij vormt een pol van diep ingesneden, glanzend donkergroen blad, met van juni tot augustus rechtopstaande trossen donker violetblauwe bloemen. Elke bloem heeft een kap of helm die op de kap van een monnik lijkt: daar komt de naam vandaan. Tuiniers waarderen hem als statige, blauwe verticaal in de border, ook in de halfschaduw, en als snijbloem. Er bestaan ook rassen met witte (‘Album’) en lichtroze bloemen (‘Carneum’). Let wel: het is een van de giftigste planten van Europa.
Let op: Zeer giftig. Alle delen, vooral de knollen en het zaad, bevatten aconitine, een van de sterkste plantengiffen. Al een kleine hoeveelheid inslikken kan levensgevaarlijk zijn voor kinderen, volwassenen, honden, katten en grazers zoals paarden. Het gif kan ook via de huid of wondjes binnendringen: draag altijd handschoenen. Plant hem niet waar kinderen spelen, niet bij de moestuin en niet naast een weide. Bij vermoeden van vergiftiging: bel meteen het Antigifcentrum of een arts.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
1,2 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | augustus en oktober |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een blauwe monnikskap?
- Groeivorm
- Rechtopgaande pol van 1–1,2 m hoog en ongeveer 40 cm breed, met stevige, onvertakte of weinig vertakte stengels.
- Blad
- Handvormig en diep ingesneden in smalle slippen, glanzend donkergroen.
- Bloem
- Helmvormige bloemen van ongeveer 2 cm in dichte, rechte trossen aan de stengeltop, van juni tot augustus.
- Kleur
- Donker violetblauw; er zijn ook witte en lichtroze rassen.
- Wortels
- Knolachtige, rapenvormige wortels; elk jaar vormt zich naast de oude knol een nieuwe. Zeer giftig.
Bloei: juni–augustus · Zaaien: oktober–november · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: augustus en oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Diepblauwe bloemtrossen van juni tot augustus, een kleur die in de zomerborder zeldzaam is.
- Groeit ook in de halfschaduw en op zware, vochtige kleigrond.
- Een goede hommelplant: hommels kruipen in de kappen om bij de nectar te komen.
- Rechte, slanke trossen geven hoogte en structuur, zonder veel plaats in te nemen.
- Mooie snijbloem voor een hoog boeket (snijd met handschoenen).
- Volledig winterhard en lang levend: een pol blijft jaren op dezelfde plek staan.
Waar staat een blauwe monnikskap graag?
- Zon of halfschaduw. In volle zon alleen als de grond altijd vochtig blijft, anders verbrandt het blad.
- Voedzame, humusrijke leem- of kleigrond, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtig tot nat: hij houdt van een koele voet en verdraagt geen uitdroging. Een plek langs een vijver of beek is ideaal.
- Plant op 40–50 cm, in groepjes van drie of meer voor een mooi effect.
- Kies een plek waar kinderen niet spelen en huisdieren niet knagen, niet naast de moestuin.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Japanse anemoon: Bloeit door tot in de herfst, als de monnikskap uitgebloeid is, en houdt ook van vochtige grond.
- Vrouwenmantel: Een zachte, geelgroene rand vooraan, mooi naast het donkere blauw.
- Astilbe: Pluimen in roze of wit in dezelfde vochtige halfschaduw.
- Daglelie: Gele of oranje bloemen als warm contrast met het blauw.
- Zilverkaars: Hoge witte kaarsen in de nazomer, op dezelfde koele, vochtige plek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een blauwe monnikskap?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober; de herfst is ideaal, dan wortelt hij nog voor de winter.
- Draag handschoenen: ook de wortels en knollen zijn zeer giftig.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er een paar scheppen compost door.
- Zet een potplant even diep als in de pot; losse knollen plant je net onder de grond, ongeveer 5 cm diep.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond de eerste weken vochtig.
- Leg een laag bladcompost of compost rond de voet om de grond koel te houden.
Verzorgen
- Water
- Geef in droge periodes ruim water: droogte geeft bruine bladranden en minder bloemen.
- Bemesten
- In maart–april compost of organische mest. Hij houdt van voedzame grond.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig.
- Steun
- Op een winderige of te schaduwrijke plek kunnen de stengels omvallen: zet in mei een plantensteun.
- Veiligheid
- Draag bij elk werk aan de plant handschoenen en was daarna je handen.
Tip: Plant hem op een vaste plek achteraan in de border, ver van speelhoek en moestuin, en houd de grond vochtig met een laag mulch: dan blijft het blad de hele zomer mooi. Werk er altijd met handschoenen aan.
Wanneer snoei je een blauwe monnikskap?
Snoeimaanden: augustus en oktober.
Wanneer: Knip in augustus de uitgebloeide trossen terug. In oktober, als het blad afsterft, knip je de stengels tot net boven de grond af.
Hoe:
- Draag altijd handschoenen.
- Knip een uitgebloeide hoofdtros terug tot boven het eerste blad: de zijtrossen bloeien dan nog na.
- Laat je hem zaad zetten, dan zaait hij zich soms uit; knip de trossen weg als je dat niet wilt.
- Knip in de herfst alle afgestorven stengels tot net boven de grond af.
- Leg het snoeiafval nooit in een weide of in de ren van kippen of konijnen.
Let op: Het sap is giftig en kan via de huid of kleine wondjes worden opgenomen: snoei nooit met blote handen.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart of in september–oktober, om de 3–4 jaar als de pol te dicht wordt: graaf hem op (met handschoenen) en verdeel hem in stukken met elk een paar knollen en knoppen. Meteen terugplanten en water geven.
- Zaaien
- Zaai vers zaad in oktober–november buiten in een pot of zaaibak. Het zaad heeft een koude periode nodig en kiemt traag en onregelmatig, vaak pas in het voorjaar. Zaailingen bloeien na 2–3 jaar.
Hoe komt een blauwe monnikskap de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: geen bescherming nodig.
- Bovengronds sterft hij in de herfst af; in maart komen de nieuwe scheuten op.
- In een pot: zet hem tegen een muur en zorg dat de potgrond nooit helemaal uitdroogt.
Ziektes en plagen
- Bruin, verdord blad: Te droog of te zonnig. Geef ruim water, mulch de grond en verplant hem zo nodig naar een koelere plek in de halfschaduw.
- Omvallende stengels: Te veel schaduw, te rijke grond of wind. Zet in mei een plantensteun en geef hem meer licht.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren in droge zomers. Geef water, zet de planten niet te dicht en knip aangetast blad met handschoenen weg.
- Weinig bloei: Vaak het eerste jaar na planten of scheuren: hij heeft tijd nodig. Bij oude, te dichte pollen helpt scheuren.
Het jaar rond
- Maart: Nieuwe scheuten. Planten of scheuren. Compost geven.
- April: Planten. Mulch aanbrengen.
- Mei: Plantensteun plaatsen op een winderige plek. Water geven bij droogte.
- Juni: Begin van de bloei. Met handschoenen bloemen snijden.
- Juli: Volle bloei. De grond vochtig houden.
- Augustus: Uitgebloeide trossen terugknippen. Water geven bij droogte.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Afgestorven stengels tot de grond terugknippen. Planten. Vers zaad buiten zaaien.
- November: Zaaien in een pot buiten. Bladcompost over de pol.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Monnikskap is een van de giftigste planten van Europa: alle delen, vooral de wortel, bevatten aconitine, dat zelfs via de huid kan worden opgenomen. Draag altijd handschoenen bij het terugsnoeien, scheuren of plukken van bloemen, was daarna je handen en zet de plant niet waar kinderen spelen. Nooit eten, ook niet als kruid of thee. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam monnikskap (en het Engelse monkshood) verwijst naar het bovenste kelkblad, dat als een kap over de rest van de bloem hangt.
- ‘Napellus’ betekent ‘raapje’ en slaat op de knolvormige wortel.
- Vooral hommels zijn sterk genoeg en hebben een lange genoeg tong om bij de nectar diep in de kap te komen.