
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Asparagaceae
Gewone salomonszegel
Polygonatum multiflorum
In andere talen: Sceau de Salomon multiflore (Français) · Solomon's seal (English)
De gewone salomonszegel is een inheemse vaste plant van loofbossen in Europa en een groot deel van Azië, ook in België. Uit een kruipende wortelstok groeien sierlijk gebogen stengels van ongeveer 70 cm, met twee rijen ovale, frisgroene bladeren. In mei en juni hangen onder elke stengel trosjes van twee tot vijf witte, buisvormige bloemen met groene punten, later gevolgd door blauwzwarte bessen. Tuiniers kiezen hem voor zijn elegante vorm en omdat hij het goed doet in de schaduw onder bomen en struiken.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de blauwzwarte bessen. Ze zijn gevaarlijk voor kinderen, die de bessen kunnen eten, en voor honden, katten en grazende dieren. Plant hem niet waar jonge kinderen spelen of knip de bessen weg.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,7 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | november |
|---|---|
| Hoogte | 0,7 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een gewone salomonszegel?
- Groeivorm
- Sierlijk gebogen, onvertakte stengels van ongeveer 70 cm uit een kruipende wortelstok; de groep wordt langzaam breder.
- Blad
- Ovaal tot elliptisch, 5–15 cm, in twee rijen langs de stengel; frisgroen met duidelijke nerven, in de herfst geel.
- Bloem
- Buisvormig, 1–2 cm, in trosjes van twee tot vijf onder de stengel, in mei en juni.
- Kleur
- Wit met groene punten.
- Vrucht
- Ronde, blauwzwarte bessen in de nazomer; giftig.
- Wortelstok
- Vlezig en wit, horizontaal kruipend vlak onder de grond, met ronde littekens van oude stengels.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de mooiste planten voor halfschaduw en schaduw onder bomen en struiken.
- Elegante, gebogen stengels die in het voorjaar structuur geven.
- Inheems; hommels bezoeken de hangende bloemen.
- Het blad kleurt in de herfst botergeel.
- Breidt zich traag uit tot een mooie groep, zonder te woekeren.
Waar staat een gewone salomonszegel graag?
- Halfschaduw tot schaduw, bijvoorbeeld onder bomen, tussen struiken of aan de noordkant van een huis.
- Humusrijke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtig; meng bladaarde of compost door arme zandgrond.
- Plant op 30–40 cm afstand, in groepjes voor het mooiste effect.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,7 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Varens: Fijn, kantachtig blad naast de gebogen stengels, in dezelfde schaduw.
- Hosta: Grote bladeren aan de voet, in dezelfde halfschaduw.
- Longkruid: Zilvergevlekt blad en vroege bloemen aan de voet.
- Lievevrouwebedstro: Een witbloeiend, inheems tapijt eronder.
- Bosanemoon: Witte sterretjes in het vroege voorjaar, voor de salomonszegel uitloopt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gewone salomonszegel?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Meng bladaarde of goed verteerde compost door de grond.
- Leg de wortelstokken horizontaal en ondiep, ongeveer 5 cm diep, met de knoppen naar boven.
- Houd 30–40 cm afstand tussen de planten.
- Druk de grond aan en geef flink water.
- Leg een laag bladaarde of fijne houtsnippers als mulch.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna alleen in droge zomers, zeker onder bomen.
- Mulchen
- Elk voorjaar of najaar een laag bladaarde: dat lijkt op de bosbodem waar hij thuishoort.
- Bemesten
- Naast de mulch niet nodig.
- Controleren
- Kijk in juni onder de bladeren naar grijze larven van de bladwesp en raap ze weg.
- Rust
- Laat de pol zoveel mogelijk ongemoeid; hij wordt elk jaar mooier.
Tip: Plant de wortelstokken horizontaal en ondiep in humusrijke grond. Kijk in juni onder de bladeren: grijze larven van de bladwesp kunnen de plant kaalvreten, dus raap ze meteen weg.
Wanneer snoei je een gewone salomonszegel?
Snoeimaanden: november.
Wanneer: In november, als het blad geel of bruin is, knip je de stengels tot net boven de grond af. Je mag ze ook laten liggen tot het voorjaar.
Hoe:
- Knip de afgestorven stengels af, net boven de grond.
- Laat het blad als mulch tussen de planten liggen of breng het naar de composthoop.
- Knip de bessen weg als er jonge kinderen of huisdieren in de tuin spelen.
Let op: Raak de wortelstokken niet met de spade: de knoppen voor volgend jaar zitten vlak onder de grond.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart of in september–oktober: graaf een stuk wortelstok uit met minstens één knop en plant het horizontaal en ondiep opnieuw.
- Zaad
- Zaai bessen, ontdaan van het vruchtvlees, in de herfst in een pot buiten. De kieming is traag, vaak pas na twee winters, en zaailingen bloeien pas na enkele jaren.
Hoe komt een gewone salomonszegel de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
- De plant sterft in de herfst af, na een mooie gele herfstkleur.
- Een winterdeken van gevallen bladeren is ideaal; laat het blad van bomen gerust liggen.
Ziektes en plagen
- Bladwesp: Grijze larven met een zwarte kop vreten in juni de bladeren kaal tot alleen de nerven overblijven. Kijk onder de bladeren en raap ze weg; de plant komt het jaar erna gewoon terug.
- Slakken: Vreten in april aan de jonge scheuten. Raap ze ’s avonds weg.
- Verbrand blad: Bruine bladranden door te veel zon of droogte. Geef water of plant op een schaduwrijkere plek.
- Weinig groei: In arme, droge zandgrond blijft hij klein. Mulch elk jaar met bladaarde.
Het jaar rond
- Maart: Planten en scheuren. Mulchen met bladaarde.
- April: Nieuwe scheuten komen boven. Letten op slakken.
- Mei: Bloei van de witte, hangende bloemen.
- Juni: Laatste bloei. Onder het blad kijken naar larven van de bladwesp.
- Juli: Water geven bij lange droogte.
- September: Planten en scheuren. Blauwzwarte bessen.
- Oktober: Planten. Gele herfstkleur.
- November: Afgestorven stengels afknippen. Bladaarde als mulch.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Salomonszegel is in al zijn delen giftig, vooral de blauwzwarte bessen, die kinderen kunnen aantrekken. De jonge scheuten in het voorjaar lijken op asperges, maar zijn niet om te eten. Ook giftig voor honden en katten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam salomonszegel verwijst naar de ronde littekens op de wortelstok, waar oude stengels hebben gestaan: ze lijken op een zegelafdruk.
- De meeste salomonszegels in tuincentra zijn een kruising van deze soort met de welriekende salomonszegel.
- Vooral hommels bestuiven de bloemen: hun lange tong reikt tot diep in de buisjes.