Veerdelig tandzaad (Bidens tripartita)

Foto: H. Zell, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)

Veerdelig tandzaad

Bidens tripartita

In andere talen: Bident triparti (Français) · Trifid bur-marigold (English)

Komt in België in het wild voor.

Veerdelig tandzaad is een eenjarige plant van 15–100 cm uit de composietenfamilie, die groeit op natte, open en voedselrijke plekken: drooggevallen oevers van vijvers en rivieren, slootkanten, grachten en modderige akkerranden. In België is het vrij algemeen, vooral waar het water in de zomer zakt en kale modder achterlaat. Je herkent het aan de tegenoverstaande, meestal drie- tot vijfdelige, gezaagde bladeren met een gevleugelde steel, aan de bruingele, knoopvormige bloemhoofdjes zonder straalbloemen in juli–oktober, en aan de lange, groene, bladachtige omwindselblaadjes eronder. De platte zaadjes dragen twee tot vier stekels met weerhaakjes, waarmee ze aan vacht, veren en kleren blijven haken: vandaar de naam. Het is een late bloeier die bijen en zweefvliegen tot in de herfst voedsel geeft.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    tot -2 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,6 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    juli–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte0,6 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuli–oktober

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Eenjarig kruid van 15–100 cm, rechtop en vaak sterk vertakt; op arme grond klein, op rijke modder breed en bossig.
Blad
Tegenoverstaand, 5–15 cm, meestal diep drie- tot vijfdelig met grof gezaagde slippen; de bladsteel is gevleugeld. Bij kleine planten soms ongedeeld.
Bloem
Rechtopstaande, knoopvormige hoofdjes van 1,5–2,5 cm met bruingele buisbloemen, zelden met korte gele straalbloemen. Eronder 5–8 lange, groene, bladachtige omwindselblaadjes. Bloeit in juli–oktober.
Vrucht/Zaad
Platte, wigvormige, bruine nootjes van 6–8 mm met twee tot vier stekels vol omlaag gerichte weerhaakjes.
Stengel
Kaal tot licht behaard, rond, groen tot paarsrood aangelopen.
Verwarring met
Knikkend tandzaad heeft ongedeelde bladeren en knikkende hoofdjes. Zwart tandzaad, een uitheemse soort uit Noord-Amerika die steeds vaker voorkomt, heeft geveerde bladeren met drie tot vijf duidelijk gesteelde blaadjes en zwartbruine zaadjes; bij veerdelig tandzaad zijn de bladslippen niet gesteeld.

Bloei: juli–oktober · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een late bloeier: van juli tot in oktober nectar en stuifmeel voor bijen, hommels en zweefvliegen, als er weinig anders meer bloeit.
  • Een pionier van drooggevallen oevers: het groeit waar andere planten het moeilijk hebben, op kale, natte modder.
  • De zaden zijn in de herfst en winter voedsel voor zaadetende vogels.
  • Mooi in de nazomer: stengels en bladeren kleuren vaak paarsrood.
  • Een prachtig voorbeeld van verspreiding door dieren: de zaden reizen met haakjes mee in vacht en veren, net als klitten.

Waar staat een veerdelig tandzaad graag?

  • In het wild op drooggevallen oevers van vijvers, plassen en rivieren, langs sloten en grachten, op modderige akkerranden en in natte ruigten.
  • Volle zon tot lichte halfschaduw.
  • Natte, voedselrijke, kale modder of klei die in de zomer droogvalt; het verdraagt een tijdje onder water staan.
  • In de tuin: aan de flauwe, modderige oever van een vijver of poel, waar het waterpeil in de zomer zakt.

Mooi samen met

  • Waterpeper: Een andere eenjarige van drooggevallen oevers, met hangende roze aren.
  • Wolfspoot: Witte kransjes aan de natte oever, ook laat in de zomer.
  • Grote kattenstaart: Paarsroze aren op dezelfde natte, zonnige oever.
  • Watermunt: Lila bolletjes en een frisse muntgeur aan de waterkant.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een veerdelig tandzaad?

  1. Koop zaad bij een zadenhandel voor inheemse planten. Graaf geen planten uit in het wild; dat is ook niet nodig, want het zaait zich makkelijk uit.
  2. Zaai in oktober–november of in maart–april op natte, kale modder aan de waterkant. Na een koude winter kiemt het zaad vaak beter.
  3. Druk het zaad aan en bedek het nauwelijks.
  4. Laat de planten op 20–30 cm van elkaar staan, of laat ze gewoon hun gang gaan.
  5. Hou de plek open: in dichte begroeiing of riet kiemt het niet.

Verzorgen

Water
Hou de grond nat of modderig; op een droogvallende vijverrand gaat dat vanzelf.
Bemesten
Niet nodig: het groeit op voedselrijke modder.
Kale grond
Krab elk voorjaar een stukje oever open of laat het waterpeil in de zomer zakken: zonder kale modder verdwijnt het.
Woekeren
Het kan zich flink uitzaaien op open modder. Trek planten uit voor de zaden rijp zijn als het er te veel worden.
Zaad laten vallen
Laat een deel van de planten afrijpen: als eenjarige moet het elk jaar opnieuw uit zaad opkomen.

Tip: Laat aan je vijver of poel een flauwe, ondiepe oever zonder folierand of beschoeiing, waar het water in de zomer zakt: op die kale modder komen tandzaad, waterpeper en andere pioniers vanzelf op.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: Niet echt nodig: het is eenjarig. De dode stengels ruim je in maart op.

Hoe:

  • Laat de planten na de bloei staan tot het zaad rijp en gevallen is.
  • Laat de dode stengels in de winter staan voor vogels en insecten.
  • Ruim ze in maart op, zodat de modder weer open en kaal ligt voor nieuwe zaailingen.

Let op: Draag handschoenen en oude kleren als je in de herfst tussen rijpe planten werkt: de zaden haken zich overal in vast.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
De enige manier. Pluk in september–oktober rijpe hoofdjes, laat ze drogen en strooi de zaden in de herfst op natte modder. Het zaait zich ook zelf uit.

Hoe komt een veerdelig tandzaad de winter door?

Winterhard tot −2 °C: beschermen in strenge winters.

  • De plant sterft bij de eerste vorst af; de dorre, bruine stengels met de hoofdjes blijven staan.
  • Vogels pikken zaden uit de hoofdjes, en de zaden haken in vacht en veren: zo reizen ze naar nieuwe oevers.
  • Het zaad overwintert in de modder en kiemt in het voorjaar, als de grond opwarmt.

Ziektes en plagen

  • Klittende zaden: De zaden blijven hangen in kleren, sokken en de vacht van honden en katten. Kam huisdieren na een wandeling langs de oever en kijk ook tussen de tenen en in de oren.
  • Verdrongen: Riet, liesgras en andere overblijvende planten nemen de oever over. Hou elk jaar een stuk kaal.
  • Geen kale modder: Op een oever met een vast waterpeil en dichte begroeiing verdwijnt het. Laat het waterpeil zakken of krab de oever open.
  • Zwart tandzaad: Komt soms mee met zaad of grond en kan veerdelig tandzaad verdringen. Trek het uit voor het zaad rijp is.

Het jaar rond

  • Maart: Dode stengels opruimen. Oever openkrabben. Zaaien.
  • April: Zaailingen kiemen op de natte modder.
  • Mei: Jonge planten groeien. Overtollige zaailingen uittrekken.
  • Juni: Snelle groei als het water zakt.
  • Juli: Begin van de bloei: bijen en zweefvliegen.
  • Augustus: Volle bloei op de drooggevallen oever.
  • September: Bloei en rijpe zaden. Huisdieren nakijken op zaden in de vacht.
  • Oktober: Laatste bloei. Zaad verzamelen en zaaien.
  • November: De plant sterft af; de stengels laten staan.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Bidens betekent ‘twee tanden’, naar de stekels op het zaad; tripartita betekent ‘driedelig’, naar het blad.
  • Plantkundigen hebben een hele plantengemeenschap naar tandzaad genoemd: de begroeiing van drooggevallen, voedselrijke oevers, met soorten als waterpeper en moeraskers.
  • Het kruid werd vroeger gebruikt om wol geel tot oranje te verven.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…