
Foto: J.F. Gaffard, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Klokjesfamilie (Campanulaceae)
Rapunzelklokje
Campanula rapunculus
In andere talen: Campanule raiponce (Français) · Rampion bellflower (English)
Komt in België in het wild voor.
Het rapunzelklokje is een inheems, tweejarig klokje met lange, slanke trossen van lichtblauwe tot lila bloemen. Het groeit op zonnige, droge plekken: wegbermen, dijken, taluds, spoorwegbermen, droge graslanden en akkerranden, vaak op zandige of kalkhoudende grond. In België is het niet algemeen en eerder plaatselijk te vinden. Het eerste jaar maakt het een rozet van spatelvormige bladeren, het tweede jaar een rechte stengel tot 1 m met smalle bladeren en rechtopstaande, vrij kleine klokjes met lange, priemvormige kelktanden. Vroeger werd de dikke, witte wortel als groente gekweekt, en voor gespecialiseerde klokjesbijen is het een belangrijke voedselplant.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | september–oktober |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Tweejarige plant: het eerste jaar een bladrozet, het tweede jaar een rechte, weinig vertakte stengel van 40–100 cm. Na de zaadzetting sterft de plant af.
- Blad
- Rozetbladeren omgekeerd eirond tot spatelvormig, gesteeld en licht gekarteld; stengelbladeren smal lancetvormig en zittend. Bij beschadiging komt er wit melksap uit.
- Bloem
- In juni–augustus een smalle, lange tros of pluim van rechtopstaande, trechtervormige klokjes van 1–2 cm, lichtblauw tot lila, zelden wit. De kelktanden zijn lang, smal en priemvormig.
- Vrucht
- Een rechtopstaande doosvrucht die met kleine gaatjes opengaat en heel fijn, licht zaad bevat.
- Wortels
- Een dikke, witte, vlezige penwortel, een beetje als een kleine raap.
- Verwarring met
- Het weideklokje heeft wijder open, stervormig uitgespreide klokjes in een losse pluim. Het akkerklokje heeft knikkende klokjes aan één kant van de tros en woekert met wortelstokken. Het prachtklokje heeft veel grotere, schaalvormige bloemen.
Bloei: juni–augustus · Snoeien: september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Klokjesbijen verzamelen alleen stuifmeel van klokjes; een van hen is zelfs naar deze plant genoemd: Chelostoma rapunculi, de grote klokjesbij.
- Ook hommels, andere wilde bijen en zweefvliegen bezoeken de bloemen, en mannetjes van klokjesbijen overnachten graag in de klokjes.
- Bloeit van juni tot in augustus, op droge, zonnige plekken waar in de zomer weinig anders bloeit.
- Een plant met een geschiedenis: wortel en jonge bladeren werden vroeger als groente gegeten, rauw of gekookt.
- Zaait zich op een geschikte plek zelf uit, zonder te woekeren.
Waar staat een rapunzelklokje graag?
- In het wild: zonnige wegbermen, dijken, taluds, spoorwegbermen, droge graslanden, akkerranden en zonnige bosranden.
- Volle zon tot lichte halfschaduw.
- Droge tot matig droge, goed doorlatende grond: zand, zandleem of kalkhoudende grond, liefst niet te voedselrijk.
- In de tuin: een bloemenweide, een zonnige border met andere droogteminnaars, een talud of de rand van een grindtuin.
Mooi samen met
- Wilde marjolein: Bloeit tegelijk op dezelfde droge, zonnige plek en trekt veel vlinders.
- Knoopkruid: Paarse bloemhoofdjes naast de blauwe klokjes in een bloemenweide.
- Gewone margriet: Witte bloemen in juni, in dezelfde schrale weide.
- Wilde peen: Witte schermen in de zomer, op dezelfde zonnige, droge grond.
- Grasklokje: Een lager, fijner klokje dat ook klokjesbijen voedt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een rapunzelklokje?
- Koop zaad of jonge planten bij een kwekerij voor inheemse planten. Graaf nooit planten uit in de natuur.
- Zaai in april–juni of in september, direct ter plaatse of in potjes. Het zaad is heel fijn: strooi het op de grond, druk het aan en dek het niet af, want het kiemt in het licht.
- Meng het zaad met wat zilverzand, zo verdeel je het gelijkmatiger.
- Plant jonge planten in de herfst of in het voorjaar, 20–30 cm uit elkaar.
- Hou de grond vochtig tot de zaailingen of planten aangeslagen zijn; daarna is water geven zelden nodig.
- Zaai twee jaar na elkaar, zodat er elk jaar bloeiende planten zijn: elke plant bloeit maar één keer.
Verzorgen
- Water
- Alleen tot de planten aangeslagen zijn. Daarna verdraagt het droogte goed.
- Bemesten
- Niet nodig: op schrale grond blijven de stengels steviger en krijgen grassen minder kans.
- Maaien
- Maai een bloemenweide pas in september, als het zaad rijp is, en voer het maaisel af.
- Zaad laten vallen
- Laat de stengels na de bloei staan tot de doosvruchten bruin zijn. Zo zaait de plant zich uit en blijft ze in je tuin.
- Open plekjes
- Zaailingen hebben wat open grond nodig. Een paar kale plekjes in de weide helpen nieuwe rozetten op gang.
Tip: Wil je klokjesbijen in je tuin, zet dan verschillende klokjes bij elkaar, zoals rapunzelklokje, grasklokje en ruig klokje. Een bijenhotel met dunne gaatjes van een paar millimeter vlakbij geeft ze ook een nestplek.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: september–oktober.
Wanneer: Na de zaadzetting, in september–oktober.
Hoe:
- Laat de uitgebloeide stengels staan tot het zaad rijp is.
- Schud de zaaddozen uit boven de plek waar je nieuwe planten wilt, of laat dat aan de wind over.
- Knip daarna de afgestorven stengel aan de grond af: de plant zelf sterft na de bloei.
- Laat gerust een paar stengels staan tot het voorjaar: ze bieden schuilplaats aan kleine insecten.
Let op: Maai in juni–augustus niet over de planten: dan verdwijnen de bloeistengels voor ze zaad maken.
Vermeerderen
- Zaad
- De beste manier. Zaai in het voorjaar of in de nazomer op de grond en dek niet af. De plant bloeit het jaar na het zaaien.
- Zelf uitzaaien
- Laat zaad vallen en zoek in de herfst naar jonge rozetjes. Zolang ze klein zijn, kun je ze voorzichtig verplanten met een flinke kluit.
Hoe komt een rapunzelklokje de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Het eerstejaarsrozet overwintert laag tegen de grond.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C; natte, zware grond in de winter verdraagt het minder goed.
- De planten die gebloeid hebben, sterven af; de droge stengels met zaaddozen blijven nog een tijd staan.
Ziektes en plagen
- Slakken: Jonge rozetten en zaailingen zijn gevoelig voor slakken. Zaai op een droge, zonnige plek en hou het gras rondom kort.
- Verdwenen na de bloei: Normaal: het is tweejarig. Laat zaad vallen of zaai elk jaar wat bij.
- Verdrongen door gras: Op rijke grond overgroeien grassen de rozetten. Verschraal door het maaisel af te voeren en niet te bemesten.
- Wortelrot: In natte, zware grond rot de wortel in de winter. Kies een goed doorlatende plek.
- Verkeerd klokje: Het akkerklokje lijkt erop, maar woekert sterk. Koop zaad bij een betrouwbare kwekerij en controleer de bloemen.
Het jaar rond
- Maart: Rozetten lopen weer uit. Eventueel bijzaaien.
- April: Zaaien op de grond, niet afdekken.
- Mei: De bloeistengel van tweedejaarsplanten groeit. Zaailingen beschermen tegen slakken.
- Juni: Begin van de bloei. Kijk naar klokjesbijen in de bloemen.
- Juli: Volle bloei.
- Augustus: Laatste bloemen. De eerste zaaddozen rijpen.
- September: Zaad laten vallen of oogsten. Bloemenweide maaien. Opnieuw zaaien kan.
- Oktober: Afgestorven stengels wegknippen. Jonge planten planten.
- December: Rust; de rozetten liggen tegen de grond.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In het sprookje Rapunzel van de gebroeders Grimm hunkert een zwangere vrouw naar ‘rapunzel’ uit de tuin van een heks. Welke plant precies bedoeld wordt, is niet zeker: ook veldsla heet in het Duits Rapunzel.
- Rapunculus is een verkleinwoord van het Latijnse ‘rapa’, raap: een verwijzing naar de raapvormige wortel.
- In het Frans heten zowel de plant als het sprookjesmeisje ‘Raiponce’.