
Foto: Taken by Carsten Niehaus (user:Lumbar)., CC BY-SA 3.0 · bron
Boom · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
Johannesbroodboom
Ceratonia siliqua
In andere talen: Caroubier (Français) · Carob (English)
Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.
De johannesbroodboom is een altijdgroene boom van het Middellandse Zeegebied, waar hij al duizenden jaren gekweekt wordt om zijn zoete peulen; waar hij oorspronkelijk wild groeide, is niet helemaal zeker. Hij groeit er op droge, rotsige hellingen en in de maquis, vaak dicht bij de kust, en vormt een brede, ronde kroon van glanzend, geveerd blad. In België is hij niet winterhard: je kweekt hem in een grote pot op het terras en laat hem vorstvrij overwinteren. Je herkent hem aan de leerachtige, ronde deelblaadjes en aan de lange, platte, donkerbruine peulen, die net als de kleine bloemtrossen rechtstreeks op de oude takken en zelfs op de stam groeien. Zijn peulen en zaden hebben een rijke geschiedenis: ze gaven hun naam aan het karaat en worden nog altijd in de voedingsindustrie gebruikt.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
tot -5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
7 m
hoog, 7 m breed
Bloei
september–november
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 7 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | september–november |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Altijdgroene boom van 5–10 m met een korte, dikke stam en een brede, ronde kroon. In een pot bij ons meestal 1–3 m.
- Blad
- Geveerd, 10–20 cm, zonder topblaadje, met 2–5 paar ronde tot ovale, leerachtige deelblaadjes van 3–7 cm; glanzend donkergroen boven, lichter onder.
- Bloem
- Kleine bloemen zonder kroonblaadjes, groenig tot roodachtig, in korte trossen rechtstreeks op oud hout en op de stam, in september–november. Ze hebben een zware, wat vreemde geur. De meeste bomen zijn mannelijk of vrouwelijk.
- Vrucht
- Een platte, leerachtige peul van 10–25 cm, eerst groen, rijp donkerbruin, met zoet vruchtvlees en 10–15 harde, glanzende zaden. De peulen rijpen pas ongeveer een jaar na de bloei.
- Schors
- Grijsbruin, bij oudere bomen ruw en gebarsten.
- Verwarring met
- De valse christusdoorn (Gleditsia triacanthos) heeft ook lange, platte, bruine peulen, maar is bladverliezend, heeft fijn geveerd blad met veel kleine blaadjes en vaak lange doornen. De mastiekboom (Pistacia lentiscus) heeft ook geveerd, leerachtig blad, maar kleine, ronde vruchtjes in trossen.
Bloei: september–november · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een altijdgroene kuipplant met glanzend, leerachtig blad, die het hele jaar een mediterrane sfeer geeft.
- Verdraagt droogte en hitte heel goed: ideaal voor een zonnig, warm terras.
- Groeit traag en blijft in een pot jarenlang compact.
- Een plant met een verhaal: de zaden gaven hun naam aan het karaat en de peulen werden al in de oudheid gegeten, door mens en dier.
- In zijn thuisgebied bloeit hij in de herfst en geeft hij nectar en stuifmeel aan bijen en vliegen, op een moment dat er weinig anders bloeit.
Waar staat een johannesbroodboom graag?
- In het wild en verwilderd op droge, rotsige hellingen en in de maquis rond de Middellandse Zee, vaak op kalksteen en dicht bij de kust, waar het zelden vriest.
- Bij ons als kuipplant: van half mei tot oktober buiten op de zonnigste, warmste plek, bijvoorbeeld op een terras op het zuiden.
- In een grote pot met goed doorlatende potgrond, gemengd met een derde grind of grof zand; een gat in de bodem is onmisbaar.
- In de winter binnen: licht, koel (5–10 °C) en vorstvrij, bijvoorbeeld in een onverwarmde serre of een koele, lichte ruimte.
- Uitplanten in de volle grond lukt alleen op een heel beschutte plek in een milde stad of aan de kust, en ook dan is hij na een strenge winter vaak verloren.
Mooi samen met
- Olijfboom: Ook een mediterrane kuipplant die dezelfde zon, droogte en winterberging vraagt.
- Rozemarijn: Geurig en droogtebestendig, met blauwe bloemen in het voorjaar voor de eerste bijen.
- Lavendel: Bloeit in de zomer en lokt bijen en vlinders naar het terras.
- Laurier: Een altijdgroene kuipplant die iets meer vorst verdraagt: samen een echt mediterraan terras.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een johannesbroodboom?
- Koop een jonge plant in pot bij een kwekerij of tuincentrum met mediterrane planten.
- Of zaai zelf: kerf de harde zaadhuid in met een vijl, of giet er heet water over en laat de zaden 24 uur weken. Zaai in maart–april op 20–25 °C, één zaad per diep potje; na enkele weken kiemen ze.
- Verpot jonge planten tijdig in een diepere pot: ze maken snel een lange penwortel.
- Kies voor een oudere plant een stevige pot van minstens 40 cm, met een laag grind onderin.
- Zet hem na half mei buiten, de eerste week in de halfschaduw, zodat het blad aan de felle zon kan wennen.
- Neem nooit planten of zaailingen uit de natuur mee van vakantie: koop ze bij een kwekerij.
Verzorgen
- Water
- In de zomer pas water geven als de bovenste centimeters potgrond droog zijn, dan grondig. In de winter heel weinig: net genoeg om de kluit niet te laten uitdrogen.
- Bemesten
- Van april tot augustus om de drie à vier weken een beetje organische mest voor kuipplanten; daarna niet meer.
- Overwinteren
- Licht en koel, op 5–10 °C. Zet hem binnen voor de eerste nachtvorst, meestal in oktober.
- Verpotten
- Om de twee à drie jaar in maart, in een iets grotere pot. Een grote plant geef je in plaats daarvan een nieuwe bovenlaag potgrond.
- Buiten zetten
- Na half mei, als er geen nachtvorst meer komt; laat hem geleidelijk aan de volle zon wennen.
Tip: Overwinter hem zo licht en koel mogelijk, maar vorstvrij: een onverwarmde serre is ideaal. Warmte en duisternis in de winter zijn zijn grootste vijanden.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor hij weer naar buiten gaat. Hij groeit traag, dus snoeien is zelden nodig.
Hoe:
- Haal dode, zwakke en kruisende takken weg.
- Kort te lange takken in tot net boven een blad, zodat de kroon compact en evenwichtig blijft.
- Wil je een stammetje, verwijder dan geleidelijk de onderste zijtakken.
Let op: Bloemen en peulen groeien op oud hout, zelfs op de stam: zaag geen dikke, oude takken weg als je op bloei hoopt.
Vermeerderen
- Zaad
- Kerf de harde zaadhuid in of laat de zaden na een scheut heet water 24 uur weken. Zaai in maart–april op 20–25 °C in diepe potjes. Zaailingen bloeien pas na vele jaren, en je weet vooraf niet of ze mannelijk of vrouwelijk worden.
- Stekken en enten
- Halfrijpe stekken in de zomer met bodemwarmte wortelen moeizaam. Kwekers enten vrouwelijke rassen op zaailingen; dat is werk voor een kwekerij.
Hoe komt een johannesbroodboom de winter door?
Winterhard tot −5 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: een oude boom in de volle grond verdraagt kortstondig ongeveer −5 °C, een plant in pot veel minder, omdat de wortels bevriezen.
- Altijdgroen: hij houdt in de winterberging zijn blad, als hij genoeg licht krijgt.
- Te warm en te donker overwinteren geeft bladval en slappe scheuten; te nat geeft wortelrot.
- Kijk in de winter geregeld of er schildluis of wolluis op zit.
Ziektes en plagen
- Schildluis: Bruine schildjes op stengels en bladeren en kleverige honingdauw, vooral in de winterberging. Veeg ze weg met een zacht borsteltje of een doekje met lauw water en wat zachte zeep.
- Wolluis: Witte, wollige pluisjes in de bladoksels. Wegvegen met een wattenstaafje; licht en koel overwinteren helpt.
- Wortelrot: Gele bladeren en een natte, muffe potgrond. Geef minder water en gebruik een pot met een gat en grove, doorlatende potgrond.
- Bladval in de winter: Door te weinig licht of te veel warmte. Zet hem lichter en koeler; in het voorjaar loopt hij meestal weer uit.
Het jaar rond
- Januari: Winterberging: licht, koel en vorstvrij. Heel weinig water.
- Februari: Op schildluis en wolluis letten.
- Maart: Snoeien en zo nodig verpotten. Binnen zaaien op 20–25 °C.
- April: Iets meer water geven. Beginnen met bijmesten.
- Mei: Na half mei naar buiten, de eerste week in de halfschaduw.
- Juni: Op de zonnigste plek. Water geven als de bovenlaag droog is.
- Juli: Water geven en bijmesten.
- Augustus: Laatste keer bijmesten.
- September: Oudere planten kunnen bloeien, met kleine, roodachtige trosjes op het oude hout.
- Oktober: Bloei bij oudere planten. Binnenzetten voor de eerste nachtvorst.
- November: Winterberging: weinig water, licht en koel.
- December: Rust in de winterberging.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het woord karaat komt via het Arabisch van het Griekse keration, de naam van de johannesbroodpit, die vroeger als gewicht voor edelstenen en goud diende. Dat de pitten opvallend gelijk wegen, is wel een fabeltje: ze verschillen evenveel als andere zaden.
- Volgens een oude uitleg at Johannes de Doper in de woestijn geen sprinkhanen, maar de peulen van deze boom: vandaar de naam johannesbrood. Ook de verloren zoon uit de bijbelse parabel wilde eten van de peulen die de varkens kregen.
- Uit het kiemwit van de zaden wordt johannesbroodpitmeel (E 410) gemaakt, een bindmiddel voor onder meer roomijs en sauzen; de gemalen peulen worden gebruikt als vervanger van cacao.