Valse christusdoorn (Gleditsia triacanthos)

Foto: No machine-readable author provided. JoJan assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 3.0 · bron

Loofboom · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)

Valse christusdoorn

Gleditsia triacanthos · ook: Gleditsia, Driedoornige valse christusdoorn

De valse christusdoorn is een luchtige boom uit Noord-Amerika van 15–25 m, met fijn geveerd blad dat een lichte, wisselende schaduw geeft: onder zijn kroon groeit gewoon gras. Hij loopt laat uit, kleurt in de herfst goudgeel en draagt vaak lange, gedraaide peulen. Wilde bomen hebben grote, vertakte doornen op stam en takken; in tuinen en straten plant men doornloze vormen, zoals de goudgele ‘Sunburst’. Hij verdraagt droogte, hitte en stadsgrond goed. Als soort is hij te groot voor een kleine tuin, maar in een ruime tuin, een park of een straat is hij een sterke schaduwboom.

Let op: Wilde bomen en zaailingen dragen harde, vertakte doornen van soms meer dan 10 cm: plant ze niet bij paden, speelplekken of een terras.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    15–25 m

    hoog

  • Bloei

    juni

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuli–augustus en november–februari
Hoogte15–25 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni

Herkennen

Hoe herken je een valse christusdoorn?

Groeivorm
Boom van 15–25 m met een open, brede kroon en fijn, luchtig blad; loopt laat uit (mei).
Blad
Verspreid, geveerd of dubbel geveerd met veel (20–30) kleine blaadjes van 1,5–3 cm, zonder eindblaadje; goudgeel in de herfst.
Schors
Donker grijsbruin; wilde bomen hebben grote, vertakte doornen op stam en takken. Straatbomen zijn meestal doornloos.
Bloem
Kleine, groengele bloempjes in korte trosjes in juni; onopvallend, maar geliefd bij bijen.
Vrucht
Lange (20–40 cm), platte, gedraaide bruine peulen; sommige doornloze vormen dragen er weinig of geen.
Verschil met de robinia
De robinia heeft minder en grotere blaadjes met een eindblaadje, en paarsgewijze stekels aan de bladvoet.

Bloei: juni · Snoeien: juli–augustus en november–februari

Herkennen per kenmerk: Gevinde bladeren · Peulen · Dorens of stekels

Lijkt op, maar is het niet

  • Robinia Robinia pseudoacacia: minder en grotere blaadjes met eindblaadje, en paarsgewijze stekels aan de bladvoet. Verschil met robinia

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Fijn, luchtig blad met lichte schaduw: gras en planten groeien eronder gewoon door.
  • Verdraagt droogte, hitte en verharde stadsgrond: een sterke boom voor een warme, droge plek.
  • Doornloze vormen zoals ‘Sunburst’ (goudgeel jong blad) en ‘Skyline’ zijn veilig in een tuin.
  • De kleine bloempjes in juni geven nectar voor bijen.
  • Goudgele herfstkleur, en de fijne blaadjes verdwijnen na de bladval vanzelf tussen het gras.

Waar staat een valse christusdoorn graag?

  • Volle zon: dan groeit hij het best en kleurt het blad van ‘Sunburst’ het mooist.
  • Elke goed doorlatende grond, van arm zand tot klei en kalk; verdraagt droogte, hitte en verharde stadsgrond.
  • Reken op een kroon tot 12 m breed: de soort is voor een ruime tuin, een park of een straat; ‘Sunburst’ blijft wat kleiner.
  • Mooi als lichte schaduwboom bij een terras: kies dan altijd een doornloze vorm.
Licht
Volle zon
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Droog
Grootte
20 m hoog, 12 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Pruikenboom: Een paarsbladige pruikenboom geeft een mooi contrast met het goudgele blad van ‘Sunburst’ en houdt ook van een zonnige, droge plek.
  • Echte lavendel: Bloeit in de zon aan de rand van de lichte kroon en verdraagt dezelfde droge grond.
  • Kattenkruid: Een droogtebestendige vaste plant die in de lichte schaduw lang bloeit voor bijen.

Past goed bij, en liever niet bij

Past goed bij

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een valse christusdoorn?

  1. Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is; een boom in pot kan het hele jaar, behalve bij vorst of droogte.
  2. Koop een geënte, doornloze vorm (zoals ‘Skyline’ of ‘Sunburst’): zaailingen hebben meestal wel doornen.
  3. Graaf een ruim plantgat, zet de boom even diep als hij stond en druk de grond goed aan.
  4. Zet een steunpaal aan de windkant en bind de stam losjes vast; haal paal en band na 2–3 jaar weg.
  5. Geef ruim water na het planten en het eerste jaar bij droogte.

Verzorgen

Water
De eerste twee jaar bij droogte; daarna redt hij zich ook in droge zomers.
Bemesten
Niet nodig: hij groeit ook op arme grond.
Bladval
De kleine blaadjes vallen tussen het gras en verteren snel: harken is nauwelijks nodig.
Peulen
Bij vormen met vruchten vallen in de herfst en winter veel peulen: ruim ze op van paden en terras.
Wildscheuten
Knip scheuten onder de entplaats, op de stam of uit de voet, meteen weg: die komen van de onderstam en hebben vaak doornen.

Tip: Kies voor een tuin altijd een geënte, doornloze vorm: zaailingen en wilde bomen krijgen lange, vertakte doornen.

Wanneer snoei je een valse christusdoorn?

Snoeimaanden: juli–augustus en november–februari.

Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Vormsnoei in de winter of zomer.

Hoe:

  • Snoei weinig: een valse christusdoorn vormt vanzelf een mooie, open kroon.
  • Geef een jonge boom vorm met één doorgaande stam en haal concurrerende toppen en kruisende takken weg.
  • Kroon een boom bij een pad of terras geleidelijk op: haal elk jaar een of twee van de laagste takken weg.
  • Draag dikke handschoenen bij wilde, gedoornde exemplaren.

Let op: De doornen van wilde bomen zijn hard en scherp: ruim snoeihout meteen op, want ze prikken door schoenzolen en fietsbanden.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
Haal de zaden in de herfst uit de peulen, giet er heet water over en laat ze een nacht weken; zaai ze in het voorjaar. Zaailingen hebben meestal doornen.
Enten
Doornloze en goudgele vormen worden geënt op een zaailing; dat is werk voor de kweker.

Hoe komt een valse christusdoorn de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard.
  • In de winter herken je hem aan de lange, gedraaide peulen in de kale kroon, en bij wilde bomen aan de vertakte doornen.

Ziektes en plagen

  • Gleditsiagalmug: Blaadjes die opzwellen tot peulvormige gallen en bruin afvallen, vooral bij ‘Sunburst’. Ontsierend maar onschuldig voor de boom.
  • Doornige scheuten: Wildscheuten van de onderstam en zaailingen hebben doornen. Knip ze weg zodra je ze ziet.
  • Peulen: Vormen met vruchten laten veel peulen vallen. Kies voor een terras een vorm die weinig of geen peulen draagt.
  • Droogte bij jonge bomen: Kleine blaadjes en vroege bladval in het eerste jaar na het planten. Geef water tot hij goed geworteld is.

Het jaar rond

  • Januari: Vormsnoei bij zacht weer; wortelgoed planten.
  • Februari: Laatste maand voor de wintersnoei.
  • Maart: Plantseizoen loopt af.
  • Mei: Late bladuitloop: geen zorgen als hij nog kaal is.
  • Juni: Kleine groengele bloempjes voor de bijen.
  • Juli: Zomersnoei: kruisende en te lage takken weg.
  • Augustus: Zomersnoei kan nog; jonge bomen water bij droogte.
  • Oktober: Goudgele herfstkleur; peulen rijpen en vallen.
  • November: Plantseizoen begint; wintersnoei kan.
  • December: Wintersnoei; peulen opruimen van paden.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Tuin en landschap
Luchtige straat- en tuinboom met lichte schaduw; doornloze vormen voor tuinen.
Hout
Hard en duurzaam hout.
Voor de natuur
De onopvallende bloemen geven nectar voor bijen.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Populaire straatboom; de goudgele vorm ‘Sunburst’ zie je in veel tuinen.
  • De naam triacanthos betekent ‘driedoornig’: de doornen zijn vaak in drieën vertakt.
  • Hoewel hij tot de vlinderbloemenfamilie hoort, bindt hij geen stikstof uit de lucht, anders dan de robinia.
  • De Engelse naam honey locust verwijst naar het zoete vruchtvlees in de peulen.
  • Het geslacht Gleditsia eert de Duitse botanicus Johann Gottlieb Gleditsch; triacanthos betekent ‘met drie doornen’, naar de vertakte dorens.
  • De peulen bevatten een zoet, kleverig vruchtvlees. Daaraan dankt de boom zijn Engelse naam ‘honey locust’.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…