
Foto: Lumbar~commonswiki, CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Pruikenboomfamilie (Anacardiaceae)
Mastiekboom
Pistacia lentiscus
In andere talen: Pistachier lentisque (Français) · Mastic tree (English)
Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.
De mastiekboom is een groenblijvende, harsrijke struik uit het Middellandse Zeegebied, waar hij een van de meest voorkomende struiken is in de maquis en de garrigue, op droge hellingen, rotsen en vlak bij de kust. In België komt hij niet wild voor en is hij niet winterhard genoeg om overal buiten te blijven: je ziet hem vooral als kuipplant op een zonnig terras. Je herkent hem aan het glanzende, leerachtige blad dat geveerd is zonder eindblaadje, aan de geurige hars en aan de kleine trosjes rode tot zwarte vruchtjes aan vrouwelijke planten. Op het Griekse eiland Chios wordt uit een vorm van deze soort al eeuwenlang mastiek gewonnen, een hars die je kunt kauwen. Hij verdraagt hitte, droogte en snoei, en is daarom een stoer alternatief voor de olijfboom in een grote pot.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
tot -10 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
2 m
hoog, 2 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Dichte, ronde, groenblijvende struik van 1–3 m, in het wild soms een kleine boom tot 5–8 m. In een pot blijft hij meestal 1–2 m.
- Blad
- Afwisselend, geveerd met een even aantal blaadjes, dus zonder eindblaadje: 3–6 paar leerachtige, glanzend donkergroene deelblaadjes van 1–5 cm aan een smal gevleugelde bladspil.
- Bloem
- Piepklein en zonder kroonblaadjes, in dichte trosjes in de bladoksels, in april–mei. Mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op aparte planten; de mannelijke vallen op door hun rode helmknoppen. De wind zorgt voor de bestuiving.
- Vrucht
- Bolrond steenvruchtje van 4–5 mm, eerst rood, rijp zwart, in trosjes. Alleen vrouwelijke planten dragen vruchten, en dan nog alleen met een mannelijke plant in de buurt.
- Stengel
- Jonge twijgen roodachtig, oudere takken met een grijze schors. Bij een wonde komt er kleverige, geurige hars uit.
- Verwarring met
- De terpentijnboom (Pistacia terebinthus) verliest in de winter zijn blad en heeft een eindblaadje aan elk blad. Mirte heeft enkelvoudige, tegenoverstaande blaadjes en witte bloemen.
Bloei: april–mei · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groenblijvend, glanzend blad dat het hele jaar fris oogt: een mooi alternatief voor de olijfboom in een grote pot.
- Het blad en de twijgen ruiken aangenaam naar hars als je ze kneust.
- Zeer droogtebestendig: een dankbare terrasplant voor een zonnige, warme plek.
- Verdraagt snoei goed, zodat je hem als bol, laag haagje of klein stammetje kunt vormen.
- In zijn thuisland eten grasmussen, lijsters en andere vogels de vruchtjes in de herfst en de winter.
- Een plant met een lange geschiedenis: de hars van de mastiekboom wordt al sinds de oudheid geoogst.
Waar staat een mastiekboom graag?
- In het wild: maquis en garrigue, droge hellingen, rotsen en kuststreken rond de Middellandse Zee, vaak dicht bij zee.
- In de tuin: volle zon op een warme, beschutte plek. Hij verdraagt zeewind en zout.
- Droge, goed doorlatende grond, kalkrijk of neutraal; schraal mag. Natte voeten in de winter zijn dodelijk.
- Bij ons het veiligst in een grote pot die je in de winter vorstvrij zet. In de volle grond alleen op de mildste plekjes, tegen een muur op het zuiden.
Mooi samen met
- Olijfboom: Dezelfde mediterrane sfeer en verzorging: zet ze samen op het terras.
- Rozemarijn: Geurig blad en vroege blauwe bloemen voor bijen, op dezelfde droge plek.
- Lavendel: Grijs blad en paarse zomerbloei naast het donkere, glanzende groen.
- Mirte: Een andere groenblijvende struik uit de maquis, met geurig blad en witte bloemen.
- Cistus: Papierachtige bloemen in juni en dezelfde liefde voor droge, arme grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een mastiekboom?
- Koop hem in pot bij een kwekerij of tuincentrum met mediterrane planten. Neem nooit planten of stekken uit de natuur mee van vakantie: zo versleep je ook ziektes en plagen.
- Kies een ruime pot met een gat in de bodem en leg onderin een laag grind of potscherven.
- Gebruik potgrond voor mediterrane planten, of gewone potgrond gemengd met een derde grind of grof zand.
- Zet hem in mei buiten, na de laatste nachtvorst, op de zonnigste plek van het terras.
- Geef na het planten flink water en laat de potgrond daarna tussen twee beurten bijna helemaal opdrogen.
- In de volle grond: plant in mei tegen een muur op het zuiden in grindrijke grond, en weet dat een strenge winter hem kan doden.
Verzorgen
- Water
- In een pot bij warm weer om de paar dagen, maar laat de grond tussendoor opdrogen. In de winter bijna niets.
- Bemesten
- In een pot van april tot juli eens per maand een beetje organische mest. In de volle grond niet nodig.
- Overwinteren
- Zet de pot van november tot april op een lichte, koele en vorstvrije plek van 0–10 °C, zoals een onverwarmde serre of een koele, lichte trappenhal.
- Verpotten
- Om de twee à drie jaar in het voorjaar in een iets grotere pot met verse grond.
- Buiten overwinteren
- Blijft hij buiten, zet de pot dan tegen een zuidmuur onder een afdak en dek hem bij strenge vorst af met een wintervlies.
Tip: Overwinter hem liever te koud dan te warm: op een lichte plek van 0–10 °C blijft hij compact en gezond, in een warme woonkamer wordt hij slap en krijgt hij schildluis.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In april, als hij weer naar buiten gaat; in de zomer eventueel licht bijknippen.
Hoe:
- Knip dode en door vorst beschadigde twijgen weg tot in gezond hout.
- Kort lange scheuten in om de struik compact te houden; hij loopt goed uit, ook uit ouder hout.
- Wil je een stammetje, haal dan geleidelijk de onderste zijtakken weg en laat bovenaan een kroon groeien.
- Draag handschoenen als je veel snoeit: de kleverige hars blijft aan je handen plakken.
Let op: Snoei niet in de herfst: de nieuwe, zachte scheuten bevriezen dan in de winter.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai verse, zwarte vruchtjes in de herfst of het voorjaar in een pot op een warme plek. Rode vruchtjes bevatten vaak geen levend zaad.
- Stekken
- Halfrijpe stekken van 10 cm in juli–augustus, onder plastic op een warme plek. Ze bewortelen traag en niet altijd.
Hoe komt een mastiekboom de winter door?
Winterhard tot −10 °C: beschermen in strenge winters.
- Groenblijvend: het glanzende blad blijft het hele jaar aan de plant.
- Verdraagt een korte periode met lichte vorst, tot ongeveer −10 °C, maar geen langdurige vorst in natte grond.
- In een pot overwintert hij op een lichte, koele en vorstvrije plek, met heel weinig water.
- Na een strenge winter loopt een bevroren plant vaak weer uit vanaf de voet: wacht tot juni voor je hem opgeeft.
Ziektes en plagen
- Vorstschade: Bruin blad en dode twijgen na de winter. Wacht tot mei en knip dan het dode hout weg.
- Wortelrot: Door te natte potgrond, vooral in de winter. Gebruik doorlatende grond en een pot met een gat, en geef weinig water.
- Schildluis: Bruine bultjes en kleverig blad, vooral bij overwinteren binnen. Wrijf ze weg met een zachte borstel of doek en zet de plant in het voorjaar weer buiten.
- Spint: Grauw, gespikkeld blad in een droge, warme ruimte. Zorg voor frisse lucht en sproei het blad af met water.
Het jaar rond
- Januari: Koel en licht overwinteren; heel weinig water.
- Maart: Langzaam meer water geven. Letten op schildluis.
- April: Snoeien en vormen. Onopvallende bloei. Bij zacht weer overdag buiten zetten.
- Mei: Na de laatste nachtvorst definitief buiten. Verpotten of planten.
- Juni: Eens per maand wat mest. Water geven bij warm weer.
- Juli: Halfrijpe stekken nemen. Water geven.
- Augustus: Water bij droogte; geen mest meer.
- Oktober: Zwarte vruchtjes oogsten en zaaien, als die er zijn.
- November: Binnenzetten op een lichte, koele en vorstvrije plek.
- December: Overwinteren. Alleen water als de pot kurkdroog is.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Op het Griekse eiland Chios wordt al eeuwenlang mastiek geoogst: men kerft de schors in en verzamelt de hars die als heldere ‘tranen’ opdroogt. De kennis van die teelt staat sinds 2014 op de UNESCO-lijst van immaterieel cultureel erfgoed.
- Mastiek werd al in de oudheid gekauwd. Het Griekse woord voor de hars hangt samen met een werkwoord voor kauwen, en daar komt via het Latijn ook het Engelse woord masticate, kauwen, vandaan.
- De pistachenoot komt van een verwante soort, Pistacia vera; de mastiekboom zelf draagt geen eetbare noten.